Ditmaal mag kampbeul berechting niet ontgaan

Juist omdat hij bestraffing vreest, moet Demjanjuk worden uitgeleverd en terechtstaan voor zijn wandaden in Sobibor, stelt Johannes Houwink ten Cate.

(Illustratie Hajo) Hajo

Het zal niet zo heel lang meer duren, of de 89-jarige John Demjanjuk is in de Verenigde Staten uitgeprocedeerd. De stateloze Demjanjuk maakt bezwaar tegen de beschikking van de Amerikaanse overheid om hem uit te leveren om in München terecht te staan voor medeplichtigheid aan moord op 29.000 Joden uit bezet Nederland in het kamp Sobibor, in de periode van eind maart tot en met eind september 1943. Ongeveer 2.000 van die slachtoffers hadden de Duitse nationaliteit, de andere 27.000 waren Nederlander.

Zijn zaak is nu in behandeling bij het US Court of Appeals for the Sixth Circuit, in Cincinatti, Ohio. De uitspraak wordt binnen enkele weken verwacht. Tegen de dreigende uitlevering van Demjanjuk aan Duitsland voert diens advocaat maar één argument aan: Demjanjuk zou te ziek zijn voor de vliegreis en voor een proces. Hij zal echter met een speciaal ziekentransporttoestel worden vervoerd. En de vraag of zijn gezondheid de strafzaak toelaat, zal ook in München aan artsen worden voorgelegd. De verwachting is dat Demjanjuk danwel het ministerie van Justitie in beroep zal gaan bij het Amerikaanse Hooggerechtshof. Ook die rechtbank zou binnen een maand tot een uitspraak kunnen komen. Daarna moet de vlucht worden geregeld. Ongeveer medio juni zou Demjanjuk dus in Duitsland kunnen aankomen.

Bij deze aanklacht gaat het niet langer over de vraag of Demjanjuk de beruchte kampbewaker ‘Ivan de Verschrikkelijke’ in het vernietigingskamp Treblinka is geweest. Dit was hij niet. Toen hij tijdens de eerdere rechtsgang in Israël (1987-1993) ontkende dit te zijn geweest, sprak hij de waarheid. Zijn vrijspraak in Israël was dus terecht.

Nu gaat het om vernietigingskamp Sobibor. De Duitse justitie weet zeker – op basis van historische documenten, niet op basis van ooggetuigenverklaringen – dat Demjanjuk als ‘soldaat van de SS’ in Sobibor werkzaam is geweest.

De vermoorde Joden uit bezet Nederland staan centraal in de aanklacht, omdat van deze transporten lijsten met persoonsnamen en geboortedata zijn overgeleverd. Van andere transporten naar Sobibor in deze periode zijn die lijsten er niet.

Massamoord op Joden door middel van vergassing was het enige doel van Sobibor. Tussen april en september 1943 werkten daar 84-140 mannen als Demjanjuk. Daarom denken de Duitse aanklagers in termen van medeplichtigheid aan moord. Mij lijkt dat niet vreemd.

Resteert de vraag of dit proces wenselijk is. Ik denk van wel. Het zou uitgesproken onrechtvaardig zijn om, na zijn uitlevering aan Duitsland, niet een proces tegen Demjanjuk te voeren. Tenzij hij dan te ziek blijkt natuurlijk.

Inmiddels is er dankzij het Duitse vooronderzoek, het arrestatiebevel en het uitleveringsverzoek niet alleen de potentiële medeplichtige aan massamoord in de persoon van Demjanjuk. Er hebben zich ook drie overlevenden van Sobibor en negen gezinsleden van slachtoffers van dat kamp (echtelieden, broers, zusters, kinderen) aangemeld, die als zogeheten Nebenkläger, als medeaanklagers, willen deelnemen aan het proces. Zij hebben daartoe het recht, en daarbij niet zo heel veel minder rechten dan de officier van justitie.

Hun juridisch adviseur, prof. dr Cornelius Nestler (Universiteit van Keulen, hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht), heeft tegen Der Spiegel gezegd dat hun motief „niet wraak is, maar gerechtigheid”.

Er is nog een argument vóór de strafzaak. Een genocide als de Holocaust vindt plaats als gevolg van massale participatie van ‘gewone’, dat wil zeggen niet-pathologische mannen, in een sfeer van straffeloosheid, waarin deze mannen, veelal brave jongelieden en goede huisvaders, bevelen opvolgen.

Hun daderschap of medeplichtigheid is, zo leert de vakliteratuur, dus niet dispositioneel maar situationeel bepaald. Een minderheid weigert, de meesten doen mee, uit groepsconformisme. In sommige gevallen worden zij tot geroutineerde moordenaars of zelfs tot fanatici.

Met het herstel van de rechtsstaat hoort gepaard te gaan dat de verantwoordelijkheid van verdachten van moord door de rechtbank wordt bepaald. Maar de realiteit van gisteren – en van vandaag – is dat de pakkans van de plegers van massamoord veel geringer is dan die van een enkelvoudige moordenaar. En juist omdat die pakkans zo gering is, is het van essentieel belang dat processen als deze worden gevoerd.

Hoe laat deze gerechtigheid komt, is dan ook secundair. Het blijven vervolgen is, zoals Simon Wiesenthal dat vroeger placht te zeggen, de enige mogelijkheid om de andere génocidaires uit conformisme, die van gisteren én die van vandaag, slapeloze nachten te bezorgen.

Op dit punt – dat van de generale preventie die van het strafproces kan uitgaan – onderscheidt een proces tegen Demjanjuk zich niet wezenlijk van de strafzaken, zoals die voor de VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda worden gevoerd. Wie deze vorm van internationalisering van het strafrecht met instemming begroet kan daarom niet anders dan menen dat Demjanjuk in München terecht zal moeten staan. Omdat de plegers van genocide doorgaans gewone, conformistische mensen zijn, die bestraffing vrezen.

Johannes Houwink ten Cate is hoogleraar Holocaust- en genocidestudies (Universiteit van Amsterdam) en secretaris van een begeleidingsgroep die de Nederlandse Nebenkläger begeleidt.