Binnen de huid

De schrijver J.J. Voskuil vierde triomfen met zijn romancyclus Het Bureau (1996-2000) en zijn onderschatte roman Bij nader inzien uit 1963. Prachtige recensies kreeg hij, prijzen, aanhoudende media-aandacht. Vele tienduizenden lezers kochten de zeven delen van de roman. En ze lazen ze werkelijk, steeds benieuwd hoe het verder zou gaan met de talrijke personages die er geen van allen best vanaf kwamen. Velen imiteren tot op vandaag giechelend de korzelige hoofdpersonen Maarten en Nicolien, het ruziënde echtpaar dat zich vergeefs probeert te houden aan de idealen van hun studententijd: onmaatschappelijk moet je zijn. Promoveren is verraad, een baan nemen is laf, de waarheid moet gezegd worden, en als er gekwetst wordt dan moet dat maar. Autobezitters zijn ‘hufters in blik’, een kletspraatje met een eenvoudige en dus bedreigende man heet als het goed afloopt ‘een geslaagd contact’.

Voskuil overleed vorig jaar. Postuum is nu de roman gepubliceerd waarin hij het echtpaar heeft beschreven in de tijd tussen Bij nader inzien en Het Bureau, halverwege de jaren vijftig. Binnen de huid is de moeizame titel. Die had ook ‘Binnen het hart’ kunnen zijn, maar dat zou Voskuil denkelijk kitsch gevonden hebben. Niets aan te doen, toch gaat het boek daarover. In zijn beproefde stijl, die gedetailleerd ieder personage maar vooral Maarten Koning treft, brengt hij de belachelijkheid van een zwaar verliefde man in kaart. Maarten Koning, de ‘ik’ in dit boek – wat het nog pijnlijker maakt, is enige jaren getrouwd. Zijn Nicolien vertedert hem, deelt zijn principes en dwingt zijn bewondering af. Hij houdt van haar, maar tot zijn ontzetting valt hij voor Rosalie, een vrouw die hij minacht. Ze bezorgt hem rillingen en ander herkenbaar ongemak van minnaars in spe. Dat ze zo voos is om zijn avances te beantwoorden maakt haar nog onweerstaanbaarder. Híj moet zijn instincten volgen, zij niet, dat is het idee, en húp, daar onderneemt hij weer een vergeefse actie die naar haar bed zou moeten leiden.

Weergaloos krankjorum en geschreven in niet te versmaden intellectueel oplichtersproza zijn de passages waarin Maarten onmaatschappelijke theorieën ophangt die zijn hartstocht legitimeren. Prachtig zijn Nicoliens wanhopige zinnen met uitroeptekens, die ze eigenlijk tot zichzelf richt. Roerend is de verliefde Rosalie, rücksichtslos gereduceerd tot een object van begeerte en de Madame Bovary van dit boek.

Nadat Voskuil met Bij nader inzien het ingebakken deficiet van vriendschap had vastgesteld, ontleedde hij in Binnen de huid het deficiet van het huwelijk. Dat deficiet verplettert pas echt, want het leidt tot een persoonlijk deficiet: zelfs hij houdt aan dat huwelijk vast. Zelfs Maarten Koning lukt het niet om zich te onttrekken aan een behoefte aan geborgenheid.

Joyce Roodnat

    • Joyce Roodnat