Banken proberen uitkomst van hun 'stresstest' te manipuleren

Debatten spelen een cruciale rol bij het formuleren van overheidsbeleid. Maar het gekissebis achter de schermen tussen de banken en de Amerikaanse overheid over de resultaten van de recente stresstests stelt de geloofwaardigheid van die tests ernstig op de proef. Het toont tevens aan dat de banken te machtig zijn geworden.

Hoe dat zit? In de eerste plaats onderwerpen banken en hun toezichthouders individuele producten, divisies en banken in hun geheel voortdurend aan stresstests. Zonder deze tests zou het heel moeilijk worden risico’s te beheren of kapitaal over diverse activiteiten te verdelen. De huidige crisis bewees dat deze tests niet toereikend waren of, in sommige gevallen, werden genegeerd. Maar dat kwam grotendeels doordat het management werd geprikkeld om buitensporige risico’s te nemen, en doordat de bij de tests gehanteerde scenario’s niet somber genoeg waren.

Daarom is het vreemd dat de toezichthouders zoveel waarde hechten aan de tests die zij in februari hebben gehouden. Het vrijgeven van de resultaten is tot eind deze week uitgesteld, terwijl de banken om clementie vragen. Omdat de resultaten zullen bepalen welke instellingen gedwongen zijn extra kapitaal op te halen of meer overheidsinjecties te ontvangen, zijn de belangen groot.

Maar net als de eerdere, ontoereikende stesstests van de banken zijn de scenario’s die de overheid hanteert ook niet al te vergaand. Zij maken bovendien gebruik van de eigen inschattingen van banken, wat betekent dat doortrapte managers die kunnen manipuleren om de cijfers mooier te maken dan ze zijn. En de bankiers zeggen dat ze heel weinig informatie zullen verstrekken die de toezichthouders niet al in handen hebben.

Derhalve beschouwen risicomanagers van banken (toegegeven, dat zijn dezer dagen niet de meest geloofwaardige individuen) deze tests als een pr-stunt, die toezichthouders zullen gebruiken om de banken te dwingen de lijn van Uncle Sam te volgen. Dat is op zichzelf zorgwekkend.

Toezichthouders hoeven geen rechtvaardigingen te verzinnen om op de juiste manier toezicht te kunnen uitoefenen. Als de toezichthouder zegt „springen”, moet de bank alleen maar vragen: hoe hoog?

Dat de toezichthouders ruziën met de banken over de resultaten van deze tests, toont aan dat zij geen vertrouwen hebben in hun vermogen om de banken te doorzien. Dat geeft de banken te veel macht. Het zou beter zijn als de waakhonden eisen dat de banken hun complexiteit terugbrachten tot begrijpelijke proporties. Anders blijven zij de toon zetten en zal geen test goed genoeg zijn om hun problemen te onderkennen.

Dwight Cass

    • Dwight Cass