Als je maar niet wordt gesnapt

Journaliste Femke van Zeijl werkt aan een boek over het stadsleven in Afrika.

In Oeganda merkte ze dat er een dubbele moraal is als het over seks gaat.

Oegandese demonstranten vragen om strengere wetten tegen homoseksualiteit. (Foto AP) Anti gay protesters hold a rally in Uganda's capital Kampala, Tuesday, Aug. 21, 2007, calling for the enforcement of the country's laws against homosexuality. Protesters also branded placards demanding the deportation of Katherine Roubos _ a US intern at a Ugandan national newspaper _ who has published articles on gay rights issues. (AP Photo/Katy Pownall) Associated Press

Overal ter wereld praten mensen graag over seks en Oeganda is geen uitzondering. In Jinja, een kleine stad tachtig kilometer ten oosten van de Oegandese hoofdstad Kampala, hadden alle inwoners er wel iets over te zeggen. Dat leverde onverwachte gesprekken op, en af en toe een misverstand als ik wat al te enthousiast in ging op terloopse sekspraatjes.

Ik was in Oeganda voor mijn boek over verstedelijking in Afrika, en vroeg me af wat er anders is in de stad dan op het platteland als het gaat om liefdesrelaties. Heeft dit invloed op de verhouding tussen man en vrouw? Hoe zit het met homoseksualiteit, polygamie, gearrangeerde huwelijken en prostitutie?

De Oegandezen lezen in elk geval gretig over seks. En ze worden daarbij op hun wenken bediend door kranten en weekbladen.

Maar in die media weerspiegelt zich ook de dubbele moraal waarmee het thema in Oeganda is doordrenkt. Zo is vreemdgaan zeker onder mannen een geliefd tijdverdrijf. Ze zien daarmee hun mannelijkheid bevestigd, en er wordt met een zekere mate van respect gesmiespeld over fervente rokkenjagers. Maar wie publiekelijk wordt betrapt, gaat onverbiddelijk aan de schandpaal. Daar hoef je niet eens een Bekende Oegandees voor te zijn.

In de haven aan de oever van het Victoriameer trof ik op mijn laatste dag een visser met het ochtendblad Bukedde. Op de voorpagina een foto van een halfnaakt koppel in flagrante delicti, hun gezichten probeerden ze zonder veel succes af te schermen. Een pasgetrouwde vrouw betrapt met een ander, meldde de vette kop.

„Wie is die vrouw?” vroeg ik nieuwsgierig.

De visser haalde zijn schouders op: „Geen idee.”

Ik vertelde dat zoiets in Nederland geen voorpaginanieuws zou zijn. Kranten zouden er iedere dag wel een extra pagina voor kunnen inruimen. Bovendien is er ook nog zoiets als privacy, voegde ik eraan toe.

De visser snoof: „Privacy heb je zolang je niet wordt ontdekt. Maar als je zo stom bent om gesnapt te worden, dan verdien je het om te worden tentoongesteld. Die vrouw is net een paar maanden getrouwd!”

Over de man op de foto geen woord. Voor mannen en vrouwen gelden in Oeganda – en niet alleen daar – andere regels.

Die dubbele moraal over seks geldt ook voor homoseksualiteit. Overal heb ik over kunnen praten, met vrouwen én mannen. Over de beste leeftijd om te trouwen, hun ontmaagding, masturbatie, porno, geen thema was te gek. Alleen homoseksualiteit bleef taboe. Seks en liefde is iets tussen een vrouw en een man. Punt.

De Oegandezen spraken vooral veroordelend over homo’s en lesbiennes: die mensen zullen ziek zijn of gedrogeerd, of ze moeten opgesloten worden. Het meest positieve dat ik hoorde was: „Ik geloof dat ze er wel zijn in de stad, maar ze laten zich niet zien.”

Tussen de prostituees, dronkelappen en andere gemarginaliseerden, trof ik homo’s en lesbiennes. En ze wilden ook praten over seksualiteit, maar een interview weigerden ze, zelfs al garandeerde ik ze anonimiteit. Maar ook interviews die je niet kunt afnemen, zeggen veel over de situatie in een land.

Ik had het ook niet getroffen met mijn timing. Tegelijkertijd was er een Amerikaanse christelijke groep in Oeganda. In de hoofdstad Kampala voerden zij campagne tegen homoseksualiteit. Op een tweedaagse bijeenkomst begin maart deden mannen die zeiden ooit homo te zijn geweest afstand van hun seksuele geaardheid: ze waren genezen. Ook werd het Anti-Gay Task Force opgericht om ‘te vechten tegen de verspreiding van homoseksualiteit in het land’.

Het leidde tot een soort heksenjacht: iedere dag werden er homo’s ‘ge-out’. Een weekblad publiceerde een lijst kenmerken ‘Hoe herken ik een homo’. Zelfs de meest uitgesproken homoactivisten kropen terug in hun schulp.

Op homoseksualiteit na, spraken de inwoners van Jinja vrijer over seksualiteit en relaties dan ik aanvankelijk had aangenomen. Ik had gedacht dat de heersende – overwegend christelijke – moraal mijn speelruimte zou beperken, omdat deze een groot aantal seksuele thema’s tot taboe bestempelt. In vrijwel alle Oegandese gebedshuizen klinken donderpreken tegen ‘onnatuurlijke’ bedpraktijken, en daar lijkt zo’n beetje alles onder te vallen, behalve de missionarishouding en dan bij voorkeur voor het creëren van nageslacht.

Maar in de praktijk bleken de meeste Oegandezen veel ruimer te denken over het onderwerp. Los van hun levensovertuiging – van moslims tot trouwe katholieke kerkgangers tot gelovigen die al jaren geen voet in de kerk hadden gezet – kon ik met velen vrijuit spreken zonder dat religieuze dogma’s de boventoon voerden.

Dat komt mede doordat de ideologische discussie zich vooral in de hoofdstad afspeelt. In Kampala strijden religieuzen, met name born again christians, om hun plaatsje in het voetlicht. De presidentsvrouw doet er een duit in het zakje en voert haar eigen moralistische campagnes voor onthouding van seks voor het huwelijk, tegen ‘cross-generational’ seks – oudere mannen of vrouwen die het met jongere partners doen, voor huwelijkse trouw en kuisheid.

Op tachtig kilometer van Kampala klinkt het gekrakeel lang zo hard niet meer. „Hier is geen geld te verdienen voor de born agains”, constateerde een lokale politicus in Jinja, „Dus hier komen die lawaaimakers niet.”

    • Femke van Zeijl