Al gauw was ik 'die vrouw met die vriend met de Mexicaanse griep'

Vlak voordat ik zondagmiddag het huis verliet om naar een feestje te gaan, lag mijn vriend in een diepe slaap in bed. We zouden samen naar het feestje, maar ik besloot alleen te gaan. Hij had het, vlak voor hij naar bed was gegaan, over allerlei pijnen en ongemakken gehad. Ik liet hem dus verder slapen.

Bij het feestje vertelde ik een bekende dat mijn vriend thuis in bed lag. Het was gewoon borrelpraat, maar haar gezicht betrok. ‘Misschien’, zei ze, ‘is het die griep.’

‘De Mexicaanse?’ zei ik lacherig. ‘Ja’, zei ze. ‘Dat kan toch? Is helemaal niet erg, want er zijn gewoon medicijnen tegen. Maar je moet wel even zijn temperatuur gaan opnemen. En met hem naar de huisarts. Die weet wel of het de Mexicaanse griep is.’

‘Maar hij is niet in Mexico geweest’, zei ik. ‘Hij is nog nooit in Mexico geweest.’ Ze vroeg of hij veel stewardessen kende. Wat was dat nou weer voor een vraag?

Het feestje ging door, mensen kwamen en gingen, kinderen rolden over de vloer, ik moest een kleine toespraak geven. Ondertussen speelden twee thema’s door mijn hoofd: Mexicaanse griep en de dood. En dan met een causaal verband ertussenin.

Maar ik kon niet zomaar weg. Ik was hier nu, en het feestje was nog niet afgelopen. Er waren vriendelijke mensen, en er waren hapjes, en af en toe dacht ik even niet aan de griep en de dood. Maar dan dacht ik er weer aan, en dan zei ik: ‘Ik moet zo naar huis, want mijn vriend heeft misschien de Mexicaanse griep.’

Weinig mensen kenden mij op dat feestje, maar al gauw was ik ‘die vrouw met die vriend met de Mexicaanse griep’. Mensen kwamen aan me vragen hoe het ging, met mijn vriend. Of ik een mondkapje droeg, thuis. En of ik niet gauw weg moest.

Ik ging, en belde op de fiets mijn vriend. Hij nam niet op. Ik fietste harder. Zinsneden als ‘... dan vergeef ik het mezelf nooit. Nóóit!’ speelden door mijn hoofd.

En toen belde hij. Hij was wakker, had nog steeds hoofdpijn, maar was verder wel opgeknapt. Hij vroeg of ik saté bij de Surinaamse afhaal wilde halen. En rijst. Met groenten. En een baka bana. En een stukje spekkoek. En een cola. En graag ook een extra bekertje satésaus.

Deze wensen leken me geen symptoom van wat voor griep dan ook.

Lees alle eerdere columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius