'5 mei belangrijker dan 4 mei'

Voor het eerst hechten jongeren meer belang aan de viering van 5 mei, dan aan de herdenking op 4 mei. Dat blijkt uit het gisteren verschenen Nationale Vrijheidsonderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

De helft van de ondervraagde jongeren tussen de 13 en 24 jaar hecht meer waarde aan Bevrijdingsdag, terwijl 38 procent Dodenherdenking belangrijker vindt. Vorig jaar vond 18 procent de viering belangrijker, tegenover 41 procent die de herdenking belangrijker vond.

„Bij jongeren ontbreekt steeds vaker de persoonlijke binding met de Tweede Wereldoorlog”, zegt Coromandel Brombacher van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. „De generatie van grootouders die het hebben meegemaakt dunt flink uit.”

Dat blijkt onder meer uit een bericht van de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet (NFR). Die zag het aantal leden de afgelopen jaren dalen van enkele duizenden naar 400. Om die reden heeft de NFR besloten zichzelf volgend jaar op te heffen.

Desondanks denkt 68 procent van de jongeren weleens na over de Dodenherdenking. Onder allochtonen is dit percentage zelfs nog iets hoger, 71 procent. Het deel van de jongeren en allochtonen dat elk jaar op 4 mei om 20 uur ook twee minuten stil is, is ongeveer 40 procent.

Er wordt dan niet alleen aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog gedacht. „Jongeren en allochtonen trekken de herdenking breder”, vertelt Brombacher. „Zij staan stil bij de slachtoffers van alle oorlogen, of oorlogen die zij zelf hebben meegemaakt.”

In de beleving van 4 en 5 mei maken jongeren wel onderscheid tussen maatschappelijk en persoonlijk belang. Hoewel de Dodenherdenking als maatschappelijk belangrijk wordt gezien, hecht men persoonlijk meer waarde aan Bevrijdingsdag. En dat is volgens Brombacher niet alleen vanwege de vrije dag of de gratis optredens in het land. Maar ook omdat dan de betekenis van vrijheid wordt gevierd.

Verzetshelden: pagina 8 en 9