VN keuren 90 pct van aanvragen af

Bij het ‘Kyoto-systeem’ zouden te veel onzinnige projecten worden goedgekeurd. De VN zeggen juist heel streng te zijn.

Sinds 2002 koopt Nederland over de hele wereld lucht in. Van Colombia tot Tanzania tot China tot de Filippijnen: overal betaalt de Nederlandse overheid bedrijven in ontwikkelings- en opkomende landen om de uitstoot van broeikasgas te verminderen, waardoor in Nederland zelf minder CO2 hoeft te worden bespaard. Andere rijke industrielanden die het net als Nederland lastig vinden in eigen land de besparingen te halen van het Kyoto-protocol, het mondiale klimaatverdrag uit 1997, doen hetzelfde.

Onder de naam Clean Development Mechanism (CDM) verkopen bedrijven zo jaarlijks miljoenen CO2-credits. De Verenigde Naties schatten dat de rijke industrielanden die meedoen met Kyoto aan het einde van de looptijd in 2012 contracten zullen hebben gesloten om tot 30 miljard dollar aan CO2-besparingen uit te geven.

Maar sinds het systeem van start ging, krijgt het van twee kanten kritiek. Aan de ene kant klagen bedrijven over de bureaucratische procedure die nodig is om een CDM-project goedgekeurd te krijgen. Zij moeten alleen al tienduizenden euro’s uitgeven aan consultants en milieu-accountants, en het duurt jaren voor ze kunnen beginnen met het terugverdienen van hun investeringen.

Aan de andere kant constateren critici dat er te veel onzinnige projecten worden goedgekeurd. Dat bedrijven projecten aanmelden die ze sowieso wel zouden doen, maar die met een CDM-stempeltje opeens veel lucratiever worden. Waardoor dit soort ‘nepbesparingen’ de plaats inneemt van besparingen die in eigen land gedaan hadden moeten worden.

„Ze zouden eens moeten weten hoe streng we zijn”, zegt Lex de Jonge vanuit Den Haag. Hij is voorzitter van de CDM-commissie van de UNFCCC, de VN-organisatie die CDM-projecten moet goedkeuren, én hij is in Nederland verantwoordelijk voor de inkoop van credits. Zonder die goedkeuring zijn CO2-besparingen niets waard, want tellen ze niet mee voor het halen van de Kyoto-doelstelling.

Projecten moeten eerst worden goedgekeurd door het gastland, bijvoorbeeld China of Tanzania. Daarna door een door de VN goedgekeurde milieu-accountant, die kijkt of de berekeningen kloppen en of het project echt niet gedaan zou zijn als CDM niet bestond. En dan moet de UNFCCC zelf alle projecten nog goedkeuren.

In die laatste stap stuurt de VN-organisatie in eerste instantie nog ruim 60 procent van de aanvragen terug, zegt De Jonge, die zich vanwege zijn dubbelrol buiten beslissingen over projecten voor Nederland houdt. Uiteindelijk keurt de UNFCCC ongeveer 10 procent van alle aanvragen af.

De Jonge is het wel eens met de kritiek dat het proces te bureaucratisch is, al weet hij ook niet hoe het anders zou moeten. Met name het laatste jaar kampte het systeem met een tekort aan goedgekeurde milieu-accountants, vertelt hij, waardoor het goedkeuren van projecten nog langer duurde dan normaal. Dat aantal is kortgeleden fors uitgebreid.

„Kleine projecten zijn sowieso onbegonnen werk”, zegt De Jonge. Hij hanteert als vuistregel dat als een bedrijf in totaal minder dan 100.000 ton CO2 denkt te besparen, het moeilijk wordt winstgevend te opereren. CDM-bedrijven verkopen een ton CO2-equivalent nu voor ongeveer 10 tot 13 euro, maar door de kredietcrisis daalt die prijs.

Verder kampen bedrijven nog met de onzekerheid over het vervolg van het Kyoto-protocol. Eind dit jaar moet tijdens een top in Kopenhagen worden besloten hoe de wereld na 2012 de hoeveelheid broeikasgas gaat verminderen. Of er na 2012 nog plaats is voor het Clean Development Mechanism, is niet zeker.

De Jonge vindt dat het mechanisme voortgezet moet worden in een andere vorm. Zo wordt erover onderhandeld dat besparingen niet meer per project, maar per sector worden geregeld. Dat een hele sector – bijvoorbeeld de elektriciteitssector – moet besparen om de CO2-credits die dat oplevert te kunnen verkopen. Ontwikkelingslanden als China en Brazilië moeten dan ook zélf enige verantwoordelijkheid nemen, vindt het Westen. Vanzelfsprekend denken die landen daar zelf anders over. De Jonge: „Daar gaat men de rest van dit jaar over onderhandelen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Aanvragen

De kop van het bericht VN keuren 90 pct van aanvragen af (2 mei, pagina 14) is onjuist. Dat moet zijn 10 pct.