'Vlieg de middelste koers' Daedalus (uit Ovidius' Metamorfosen)

Mannen willen, net als Icarus, altijd méér Nederland, Rotterdam, 06-11-07 Rob Wijnberg. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Zou ‘balans’ toevallig een vrouwelijk woord zijn? Het zijn immers meestal vrouwen die ernaar op zoek zijn: een balans tussen gezin en carrière, tussen werk en vrije tijd, tussen lichaam en geest. En met succes. Hoe vaak zie je een vrouwelijke alcoholist of workaholic? Reclamemakers weten dit ook. Als zij drinkyoghurt aan de vrouw moeten brengen, maken ze een poster met een dame die het pak op haar hoofd laat balanceren. „Het mooiste gewicht is evenwicht”, klinkt dan de slogan, en hup, daar gaan de vrouwen. Naar de winkel! Dat is dan ook het enige wat vrouwen meestal niet in balans kunnen houden: hun banksaldo. De oplossing? Geef ook het geld van je man uit.

Voor de balans.

Waar komt die eeuwige zoektocht naar evenwicht vandaan? De term ‘gulden middenweg’ hebben we te danken aan de Chinese wijsgeer Confucius (551-479 v. Chr.), die stelde dat de mens goed kon zijn door in alles gematigdheid te betrachten. In het Westen is die visie voor het eerst terug te vinden in de Griekse mythe van Daedalus en Icarus uit de Metamorfosen van Ovidius (43 v. Chr.-18 n. Chr.) De banneling Daedalus wilde met zijn zoon Icarus het eiland Kreta verlaten. Maar omdat koning Minos de omringende zee goed in de gaten hield, was vliegen de enige optie. Dus maakte Daedalus vier vleugels van was en veren. Gevlogen koers, zou je zeggen, maar er was een probleem: zouden ze te dichtbij de zee komen, dan zouden de veren eraf spoelen en zouden ze te dichtbij de zon komen, dan zou de was smelten. „Vlieg de middelste koers”, drukte Daedalus zijn zoon daarom op het hart. Tevergeefs. Icarus zag de hemel lonken, vloog te hoog en stortte in zee.

Zo raakte de gulden middenweg diepgeworteld in ons denken. Althans, in het vrouwelijke denken. Want mannen hebben er geen kaas van gegeten. Zij willen, net als Icarus, altijd meer. Geen middenmoter zijn, maar kampioen worden. En maken daarom, in onze op winstmaximalisatie gerichte maatschappij, goeddeels de dienst uit. De vraag is dus of vrouwen af en toe niet wat te veel in balans zijn. Een beetje minder balans zou ze goed doen. Een beetje. Niet te veel natuurlijk.