'Veel weten is niet altijd een voordeel'

Op aandringen van de Nederlandse volleybalsters werd Avital Selinger (50) onlangs opnieuw benoemd tot bondscoach. „Alsof ik niet ben weggeweest.”

Als een ouwe rocker – gitaar losjes over zijn schouder en een versterker in zijn hand – betreedt Avital Selinger het restaurant van de Sporthallen Zuid in Amsterdam. De volleybaltrainer met een gitaar? Een ongewone combinatie. Selinger, de man die tot in zijn haarvaten bezig is met volleybal, zo kent de buitenwereld hem. Rock-’n-roll leek voor hem een verschijnsel van een andere planeet.

Maar in Selinger schuilt ook een muzikant, zo blijkt. Hij luisterde de eerste training na het kampioensfeest van zijn club Martinus op met een optreden als gitarist. Dat had hij de speelsters beloofd, als toegift op het behalen van de nationale titel. De gitaar was een cadeau voor zijn vijftigste verjaardag, die hij op 10 maart vierde. En sinds die dag heeft de geboren Israëliër vrijwel dagelijks geoefend om zeven weken later in de Sporthallen Zuid geen modderfiguur te slaan. Je bent een perfectionist of niet.

Vier dagen voor zijn exclusieve optreden werd Selinger gepresenteerd als bondscoach van het Nederlands vrouwenvolleybalteam. Een verwachte benoeming gezien de compromisloze opstelling van de internationals. Die wilden maar één man als bondscoach: Avital Selinger. Maar een verrassende aanstelling gezien de positie van de volleybalbond (NeVoBo), die door de clubs uit de A-League was gedwongen een eind te maken aan de dubbele functie van clubcoach en bondscoach, zoals Selinger die vorig seizoen bij Martinus en het Nederlands team had vervuld. De afkeer van Selingers werkwijze lag aan dat besluit ten grondslag; de clubs willen geen bondscoach die hun de wet voorschrijft, hun beste speelsters wegkaapt en de competitie domineert.

Selinger op zijn beurt vindt dat de clubs zich gedragen als speeltuinverenigingen die geen keus voor topsport willen maken. In zijn ogen lopen zij weg voor de harde wetten die aan de top gelden. Mede een gevolg van de Hollandse landsaard, vindt Selinger. Om dat duidelijk te maken pakt de coach een vel papier en trekt hij een streep die hij de nullijn noemt. Daarboven trekt hij twee strepen: +1 en +2. Eronder hetzelfde: –1 en –2. Vervolgens krast hij de +2-lijn door. Selinger: „Zo gaat dat in Nederland. Spelers van het niveau +2 worden niet gekoesterd. Het gevolg: een disbalans. Onder de nullijn staan twee strepen en erboven nog maar één. Dat is sociaal Nederland. Maar niemand beseft dat je de uitzonderlijke talenten moet koesteren om de zwakkeren in stand te houden. Als kind van de kibboets heb ik hetzelfde in Israël zien gebeuren. De kibboetsen in hun oude vorm bestaan niet meer. Dat hield geen stand, omdat ‘+2’ niet werd geaccepteerd; iedereen was immers gelijk.”

Hoe kijkt Selinger tegen zijn herbenoeming als bondscoach aan? „Alsof ik niet ben weggeweest”, zegt hij. „Nadat we ons niet hadden gekwalificeerd voor de Olympische Spelen in Peking heb ik gedaan wat goed is voor het volleybal: een nieuwe generatie topvolleybalsters opleiden. Ik heb besloten me in een overbruggingsjaar in te zetten voor het Nederlands vrouwenvolleybal. Cruciaal voor de toekomst.”

Daarmee doelt Selinger op zijn jaar als clubcoach van Martinus. Terwijl de speelsters met wie hij in de aanloop naar ‘Peking’ drie jaar fulltime had gewerkt, waren uitgevlogen naar voornamelijk buitenlandse clubs om veel geld te verdienen, maakte hij bij Martinus jonge talenten rijp voor de top. En daarin is hij geslaagd, vindt Selinger. Martinus domineerde de Nederlandse competitie, werd logischerwijs kampioen en heeft op de route naar de Olympische Spelen van Londen in 2012 de selectie van het nationale team verbreed. Selinger: „Ik kan nu kiezen uit achttien speelsters in plaats van twaalf. We staan er 300 procent beter voor dan vier jaar geleden in de aanloop naar Peking.”

De klap van de verspeelde deelname aan de Spelen had Selinger naar zijn zeggen op het moment van de uitschakeling al verwerkt. Vorig jaar januari tijdens het olympische kwalificatietoernooi in het Duitse Halle strandde een project dat tot olympische roem had moeten leiden. In plaats daarvan belandden speelsters in een rouwproces. Selinger niet, zegt hij. „Ik keek meteen vooruit, heb mezelf opgeladen en een nieuwe ambitie gecreëerd. Een topspeelster is in mijn ogen iemand die niet alleen goed kan spelen, maar ook snel herstelt van teleurstellingen. Ik heb me bij Martinus onmiddellijk op de nieuwe generatie gericht. Met resultaat, want nu staat er een huis met een extra etage.”

Niet om zichzelf vrij te pleiten, maar op basis van de feiten vindt Selinger dat de olympische uitschakeling van Nederland niet moet worden gedramatiseerd. „Normaal duurt het tien jaar om in het volleybal de wereldtop te bereiken. Wat wij hebben gepresteerd, is uniek. Nederland won binnen drie jaar de World Grand Prix. Niet één land heeft ons dat voorgedaan. Mijn vader (de oud-bondscoach bij de volleybalmannen, Arie Selinger, red.) zei al in Halle: ‘Avital, je moet het omdraaien. Jullie hebben een wonder verricht. Je hebt mij overtroffen.’ En hij had gelijk.”

De gemene deler van de kritiek die na ‘Halle’ losbarstte, was dat de speelsters niet mentaal weerbaar waren, mede als gevolg van Selingers afkeer van sportpsychologen. De coach spreekt die beoordeling tegen. „Het gaat om ervaring. Hoe vaak hadden wij van Rusland, Polen, Brazilië, China of Cuba gewonnen? Bij hoge uitzondering. Nu weten de speelsters wat er bij komt kijken om van die landen te winnen. Die ervaring is niet trainbaar. Maar presteren is ook een kwestie van in jezelf willen investeren, zowel in het dagelijks leven als op de trainingen. En die wil moet je omzetten in daden. Niet bij tegenslagen in chaos vervallen, maar gecontroleerd blijven spelen. Daaraan herken je de topspeelster. Maar dat proces heeft tijd nodig. Nu weten de speelsters dat ze de grens moet opzoeken. Als ze nu janken, lachen ze straks.”

In Selingers perceptie is de mentale weerbaarheid nauw verbonden met fysieke gesteldheid. „Ik geloof in 100 procent fitheid. Tegenover de opvatting dat geest bepalend is voor een goed resultaat, stel ik dat je voor een gezonde geest een geweldig lichaam moet hebben. Maar het begint met ambitie. Als de wil er eenmaal is, pomp ik er wel kracht en techniek in. Zo lang je wilt, ben je mentaal sterk. De rest is aan mij en aan de tijd om de fysieke en technische ingrediënten toe te voegen.”

Aan zijn werkwijze doet Selinger geen concessies, wat sceptici ook vinden. „Ik streef altijd het hoogste na. En daarvoor dek ik mezelf niet in. Ik zoek geen haalbare doelen om een positief verhaal te verkopen. Evenmin werk ik om mijn werkgever en de pers tevreden te houden. Ik ben geen koopman. Ik kom en ga aan het werk volgens de principes van topsport, zonder marketingplan, zonder verwachtingspatroon en zonder me iets aan te trekken van de publieke opinie.”

Aan de top worden wedstrijden uiteindelijk beslist op details, weet Selinger. En dan gaat het niet om de harde klap of de strategie, maar om de simpele bal. Komt de pass bij de spelverdeelster en vliegt de bal niet de tribune in. Of: wordt de set-up goed overgenomen als de spelverdeelster heeft verdedigd. Handelingen waarvoor, heel basaal, de techniek goed moet zijn, elke keer en onder alle omstandigheden. „Daarom train ik veel op herhaling. De bal honderd keer bovenhands spelen en honderd keer onderhands, afgewisseld met slaan en serveren. Dat komt elke dag terug. En het is nodig. Gisteren zag ik een basketbalwedstrijd in de Amerikaanse NBA, die werd beslist op twee foute vrije worpen, terwijl dat het gemakkelijkste is. Of neem golfer Tiger Woods, die na elk toernooi naar de fairway gaat om zijn teeshot en swing te oefenen. Omdat hij weet dat hij de bal steeds op dat ene kleine punt moet raken. Die eenvoud erin slijpen, kost zó veel tijd.”

Selinger noemt het de zwart-wit werkwijze. Om, zoals hij zegt, grijze tinten uit te sluiten. „Er wordt mij wel verweten dat ik zwart-wit ben. Nee, zeg ik dan: ik ben zwart én wit; om het grijze te vermijden. Want in grijze gebieden gebeuren de ongelukken, vraag het piloten en chirurgen. Ik draag geen oogkleppen. Integendeel, ik zie alle kleuren van het spectrum. Ik kijk niet naar het eindresultaat, maar naar de manier waarop het tot stand is gekomen en hoe vaak er in het grijze gebied is gespeeld. Stel dat we een set met 25-10 winnen. Dat is goed. Maar ik wil vervolgens weten hoe we aan die tien punten zijn gekomen. Als blijkt dat we er vijf hebben weggegeven, zijn dat in mijn beleving grijze punten. En dat zijn er vijf te veel.”

Zijn vakmanschap als trainer is boven elke twijfel verheven, maar Selingers coaching van wedstrijden wordt nog wel eens bekritiseerd. Hij zou tactisch matig zijn en te vaak verkeerde wissels toepassen. Het irriteert Selinger zichtbaar als hem gevraagd wordt op die kritiek te reageren. Geagiteerd: „Weet je wie een goede coach is? Iemand die zijn werk zo goed heeft gedaan dat hij op de bank niets meer hoeft te doen. En als alle speelsters hun taken goed uitvoeren, is strategie niet te zien. Trouwens, als ik iets nieuws verzin, is dat zó bekend bij de concurrentie, want alles wordt met video opgenomen. Actie leidt tot reactie. Daarom zeg ik: een wedstrijd wordt beslist op de basiselementen.”

Anderzijds geeft hij toe dat een van zijn dillema’s was om zijn kennis over te dragen op de speelsters. Selinger: „Als speler wist ik alles. Ik kon tijdens wedstrijden drie handelingen vooruit kijken, ik wist precies hoe een tegenstander verslagen moest worden. Maar als coach was dat een probleem. Toen ik begon, wist ik dat ik niet in staat zou zijn een ander te laten doen wat ik allemaal kon. Daarom ben ik als beginnende trainer naar mijn vader in Japan gegaan, de beste coach ter wereld. Daar heb ik eerst alleen maar gezeten en geluisterd. En daar heb ik geleerd speelsters te begeleiden en niet te zeggen: ik kan het, dus kun jij het ook. Nu besef ik dat veel weten niet altijd een voordeel is.”