Uit de kaste

Mayawati, een kasteloze vrouw, wil premier van India worden. Het kastenstelsel is officieel afgeschaft, maar tijdens de verkiezingen maakt Mayawati er handig gebruik van.

Olifanten van zandsteen in Lucknow als eerbetoon aan de in 1956 overleden Dalitleider Bhimrao Ramji Ambedkar, medeopsteller van de Indiase grondwet. Mayawati, een kasteloze vrouw, wil premier van India worden. Het kastenstelsel is officieel afgeschaft, maar tijdens de verkiezingen maakt Mayawati er handig gebruik van.

Ach, de liefde. Die trekt zich nergens iets van aan. Toen Arjun Singh Yadav uit het Noord-Indiase dorpje Kabri verliefd werd op zijn buurmeisje en met haar trouwde, doorbrak hij twee taboes. Trouwen met een meisje uit je eigen dorp, dat doe je niet in India. Ook niet als je, zoals hij, al op jonge leeftijd je eerste vrouw hebt verloren. Eigenzinnige uitzonderingen daargelaten, verdwijnen alle dorpsmeisjes op hun huwelijksdag naar het dorp van hun kersverse echtgenoot. Omgekeerd geldt: alle getrouwde vrouwen die je tegenkomt in een dorp, zijn buiten dat dorp geboren.

Weduwnaar Arjun Singh Yadav doorbrak nog een taboe, eentje dat nog zwaarder weegt: hij trouwde deze tweede keer buiten zijn eigen kaste. Hij behoort, zoals de toevoeging Yadav aan zijn naam aangeeft, tot een van de lagere kasten in India. Maar het is in elk geval een kaste, al is het, in de Indiase determinatie, een achtergestelde kaste.

Dat kun je niet zeggen van zijn echtgenote. Zij is wat tegenwoordig een Dalit, een onderdrukte, wordt genoemd. Vroeger heette dat een kasteloze of een onaanraakbare. Zij hebben geen plaats in de hiërarchie van het kastenstelsel, zij vallen overal buiten.

Het is al lang geleden. Hoe lang, dat weten Arjun Singh Yadav en zijn vrouw Sudama niet meer precies. Misschien zo’n dertig jaar terug. Ze weten ook niet hoe oud ze nu zijn. Arjun Singh Yadav is een jaar of zeventig, denken hij en de buren. Hij is behoorlijk doof, maar hij heeft de vriendelijkste glimlach van het hele dorp. Zijn vrouw Sudama is misschien vijftig, ze maant haar man een schone kurta aan te trekken als hij op de foto moet. Nee, nee, ze hebben nooit spijt gehad van hun rebelse daad. Ze zijn gelukkig getrouwd, zegt Sudama. En ze kregen vier kinderen: twee zonen en twee dochters.

En de dorpsgenoten? Die waren fel tegen, zelfs de ouders van Sudama verzetten zich hevig. Daarom trouwden ze voor een burgerlijke rechtbank in de naburige stad, buiten het bereik van alle kritische blikken. Maar al snel ebde de opwinding weg. „Anders waren we hier niet blijven wonen”, zegt Sudama. Haar man werd enkele jaren later zelfs vrijwel unaniem gekozen tot pradhan, dorpshoofd. Zo blijkt maar weer eens: ook op het Indiase platteland worden de hardnekkigste conventies geslecht door menselijk mededogen.

Maar toch. Toen Arjun en Sudama op zoek gingen naar echtgenotes voor hun twee zonen, vingen ze keer op keer bot. Niemand van de Yadavs wilde een dochter uithuwelijken. Dus moesten Bhan Pratap (26) en zijn broer Suraj (20), die nu het kleine stukje grond van de familie bewerken, wel trouwen met Dalit-vrouwen. Net zoals hun twee zussen zijn uitgehuwelijkt aan Dalit-mannen uit andere dorpen.

Sushil Yadav (25), die een paar honderd meter verderop in hetzelfde dorp woont en die twee jaar geleden ook trouwde met een Dalit-meisje van elders, moet leven met soortgelijke weerstand. Zijn moeder heeft de keuze van haar zoon uiteindelijk geaccepteerd, ze neemt haar twee kleindochtertjes liefdevol op de armen. Maar ze zal nooit blijven eten bij haar zoon en haar schoondochter Vidhya. „Zo is het nu eenmaal”, zegt Sushil. „Ik maak me er niet druk over.”

Eigenlijk zou dit verhaal in zijn geheel in de verleden tijd moeten zijn geschreven. Het kastensysteem bestaat immers allang niet meer in India. In de grondwet van 1950 is vastgelegd dat discriminatie op basis van kasten is verboden. En er is geen politicus in India die restauratie van het archaïsche waardensysteem bepleit. Kasten zijn uit.

Maar tegelijkertijd geldt dat kastenidentiteit steeds belangrijker is geworden. Dat is de grote paradox van het moderne India. Bestrijding van kastendiscriminatie heeft de afgelopen decennia geleid tot meer kastenonderscheid en tot meer kastenpolitiek, de groeiende urbanisatie en blootstelling aan de globale economie ten spijt.

In de hoofden van veel mensen zitten de sociale vooroordelen nog stevig verankerd. Zo gek is dat niet. Het kastensysteem bestond al voor de jaartelling, de samenleving was er volledig op ingericht, en dat is niet in een halve eeuw ineens helemaal anders. Maar los daarvan: tegenwoordig is het sociaal en economische lonend om je tot een (lagere) kaste te bekeren. Dat geeft recht op hoger onderwijs en op overheidsbanen. Eerst, in de grondwet van 1950, kregen de vroegere onaanraakbaren quota toegewezen op de universiteiten en in het ambtenarenapparaat om het historisch onrecht te repareren dat hen eeuwenlang is aangedaan. Sinds 1980 hebben vrijwel alle achtergestelde kastengroepen dergelijke rechten gekregen. Het gevolg is dat de kasten zijn geëmancipeerd. En voor de politici van tegenwoordig zijn de kastengroepen rijke vijvers waarin je moet hengelen om stemmen binnen te halen.

Kijk bijvoorbeeld naar Uttar Pradesh, met 170 miljoen inwoners verreweg de grootste deelstaat van India, en ook de deelstaat waar het dorpje Kabri ligt, anderhalf uur rijden ten noorden van de hoofdstad Lucknow.

De baas van Uttar Pradesh, de Chief Minister, is een 53-jarige vrouw. Ze heet Mayawati en ze is een Dalit. Drie keer eerder was ze Chief Minister van Uttar Pradesh, een grootmacht naar Europese maatstaven. Maar haar regeringscoalities hielden nooit lang stand. Twee jaar geleden evenwel veroverderde Mayawati met haar Bahujan Samaj Partij (BSP), Partij van de Volksmeerderheid, de absolute meerderheid bij de deelstaatverkiezingen. Dat had niemand verwacht. Nu zit Mayawati daar steviger in het zadel dan ooit. Maar voor haar is dat slechts een begin.

Aanhangers spreken haar liefdevol aan met ‘zuster’, ze houdt van de gewone Indiase keuken en ze is erg gesteld op netheid, schrijft ze zelf in haar curriculum vitae. Ze heeft gezworen ongetrouwd te blijven. Zo kan ze zich met hart en ziel inzetten voor lotsverbetering van de kastelozen en de lagere kasten. En, schrijft ze over haar politieke doel: ‘Sociale hervorming en economische bevrijding om van India een samenleving te maken die is gebaseerd op gelijkwaardigheid, politiek en economisch.’ In haar verkiezingstoespraken onderstreept ze dat ze om die reden premier van heel India moet worden. Alleen de „dochter van een Dalit kan er voor zorgen dat de achtergestelde gemeenschappen en minderheden zich in dit land kunnen verheffen”.

De verkiezingen in India duren zes weken. Twee stemrondes zijn er geweest, er komen er nog drie. Op 13 mei sluiten de stemlokalen en op 16 mei is de uitslag bekend en dan zal duidelijk zijn of Mayawati kans maakt op het premierschap.

„Zij is onze beschermster”, zegt de 35-jarige Gyanwati die samen met haar man bijna twee uur heeft gelopen om Mayawati te zien spreken op een grote verkiezingsbijeenkomst op een zanderige vlakte in Ramaipur, vlak bij de stad Kanpur aan de Ganges. Voor de gelegenheid is er een enorme tent neergezet. „Dankzij haar worden wij nu met respect behandeld. Zij heeft ons zelfvertrouwen gegeven. Door haar zijn onze lonen omhoog gegaan”, zegt Gyanwati. Voor ons is ze een heilige, voegt een oude vrouw er aan toe die met de bus is gekomen. Na ongeveer een uur vertrekt Mayawati weer in haar helikopter. Als die laag komt overvliegen, stapt een bejaard echtpaar opzij en zwaait eerbiedig naar het toestel. Ze glimlachen gelukzalig.

Voor een beschermster van de zwakkeren in de samenleving houdt Mayawati er een extravagante levensstijl op na. Ze is de afgelopen jaren schatrijk geworden. Hoe, dat is niet helemaal duidelijk. Elk jaar pleegt ze haar verjaardag, op 15 januari, op grootse wijze te vieren, met gigantische taarten, en met de verwachting van forse financiële bijdragen van het partijkader en andere hoogwaardigheidsbekleders aan de partijkas als toetje.

Op verschillende plekken in Lucknow verrijzen standbeelden van haar en van haar overleden politieke mentor Kanshi Ram. Er worden parken aangelegd ter nagedachtenis van dr. B.R. Ambedkar, een gerespecteerd voorvechter van rechten voor Dalits en een van de belangrijkste opstellers van de Indiase grondwet. Wat vooral opvalt zijn de honderden zandstenen olifanten die daar zijn neergezet. De olifant is ook het symbool van Mayawati’s partij.

De pracht en praal lijken haar imago niet te schaden. Alleen tegenstanders doen cynisch. Dalits zijn er juist trots op dat een vrouw uit hun midden zich zo kan gedragen en zo’n macht uitstraalt. Haar extravagantie zou het ultieme bewijs zijn van de ontketening van de onaanraakbaren.

Maar hoe lang is zo’n verklaring nog houdbaar? Ravi Kumar (35) is een van de vele honderden steenbewerkers die twee jaar geleden vanuit de deelstaat Rajasthan naar Lucknow zijn gekomen om de olifantenparken aan te leggen. Hij verdient 500 rupees (bijna acht euro) per dag, zijn vrouw en twee kinderen zijn achtergebleven in Rajasthan, en hij gaat op „de olifant stemmen”. Net als zijn metgezellen. „Want dank zij Mayawati hebben we werk”, zegt hij. „En ze heeft een goed karakter.”

Maar Azad Khan, een 18-jarige jongen uit Agra die als sjouwer 200 rupees per dag verdient, schudt zijn hoofd. „Met al dat geld had Mayawati beter fabrieken kunnen bouwen.”

Politicoloog Ramesh Dixit, die twee jaar geleden net als vele verlichte, seculiere Brahmanen bij de deelstaatverkiezingen in Uttar Pradesh op Mayawati stemde, denkt dat de jonge Azad Khan uit Agra weleens de gevoelens van veel critici kon vertolken. De absolute meerderheid voor een Dalitvrouw in een conservatieve deelstaat als Uttar Pradesh, dat was twee jaar geleden inderdaad een sociale revolutie, zegt hij in de woonkamer van zijn appartement in Lucknow.

„Maar nu wordt Mayawati afgerekend op haar prestaties. Retoriek alleen zal haar niet meer helpen, en ik denk dat velen zullen afhaken. Ze heeft niets laten zien. Misschien kan ze haar zetelaantal ten opzichte van de vorige algemene verkiezingen iets verhogen, maar het zal absoluut niet fenomenaal zijn. Ik begrijp die opgewonden voorspellingen niet.”

Met andere woorden: het premierschap van India ligt helemaal niet onder handbereik voor Mayawati. Ook Ram Kumar (46) van de Dynamic Action Group, een organisatie die zich inzet voor bescherming van de rechten van Dalits, gelooft dat Mayawati een teleurstelling te wachten staat, al zal ze dat zelf ook wel beseffen, denkt hij.

„Dalits zijn niet langer weerloos. Mayawati heeft hun het zelfvertrouwen gegeven in opstand te komen tegen onderdrukking en wreedheden. Maar nu is het beeld over Mayawati veranderd. Deze keer bestaat er groot wantrouwen over de wijze waarop zij haar machtsbasis wil uitbreiden.”

Net als politicoloog Dixit refereert Ram Kumar aan kastenpolitiek, en de unieke wijze waarop Mayawati haar politieke handwerk verricht. Dalits maken tussen de 20 en 25 procent uit van de bevolking in Uttar Pradesh. Dat betekent dat Mayawati, om twee jaar geleden de absolute meerderheid te kunnen hebben behaald, steun moet hebben gekregen van grote groepen niet-Dalits. Veel moslims hebben op haar gestemd, en opvallend genoeg ook veel (ruim 30 procent) Brahmanen, Thakurs (een hogere kaste van landheren) en vertegenwoordigers van andere hogere kasten. Dat is opvallend, omdat juist zij immers de onderdrukkers waren, de instandhouders van het kastensysteem.

Wie opvallend ontbreken in Mayawati’s electorale achterban zijn de Yadavs. In andere regio’s van India, vooral in het zuiden, trekken de achtergestelde kasten vaak op met Dalits in hun politieke emancipatiestrijd. Dat klinkt ook logisch. Maar in Uttar Pradesh zijn de BSP van Mayawati en de socialistische Samajwadi Party (SP) van Mulayam Singh Yadav, die de Yadavs vertegenwoordigt, elkaars grootste tegenstanders.

Ooit, in de jaren negentig, hebben Mayawati en Mulayam Singh de twee politieke machtsmakelaars in Uttar Pradesh korte tijd een coalitieregering gevormd. Maar dat avontuur eindigde bijna in moord en doodslag. Sinsdien zijn Mayawati en Mulayam Singh gezworen vijanden.

Nu is Mayawati electoraal gesproken in een doodlopende straat terechtgekomen, zegt Ram Kumar van Dynamic Action Group. Omdat haar ego en haar machtshonger minstens zo groot zijn als die van de ‘oude vos’ Mulayam Singh, kan van een ideologische samengaan tussen beide partijen geen sprake meer zijn. Op dorpsniveau zijn de verhoudingen verziekt. Dalits vinden, net als Brahmanen en Thakurs, dat de Yadavs zich arrogant gedragen.

Tegelijkertijd biedt de opening die Mayawati heeft gezocht bij Brahmanen en Thakurs geen soelaas, zegt Kumar. De sociale basis voor zo’n politieke alliantie ontbreekt. De steun van Brahmanen voor Mayawati is minder spontaan dan op het eerste oog lijkt. Brahmanen stemden twee jaar geleden alleen op de BSP van Mayawati op die plekken, waar de partij een Brahmaanse kandidaat had genomineerd. Dezelfde tactiek, uitgewerkt door haar Brahmaanse verkiezingsstrateeg, past Mayawati nu toe bij de huidige verkiezingen. Bijna eenderde van de kandidaten in Uttar Pradesh behoort tot de hogere kasten. Maar het wantrouwen van de Dalits tegen die hogere kasten is groot. Velen zullen deze keer stemmen door thuis te blijven, voorspelt Kumar.

Ook de 22-jarige Shashi Kala heeft haar stem niet uitgebracht. Omdat de ouderen ook niet gingen stemmen, zegt ze. Shashi woont in een lemen huis met rieten dak, even buiten het dorp Akbaspur, in het district van de stad Jaunpur. In de verte zijn de stenen huizen te zien van de Thakurs, de dominante bevolkingsgroep in het dorp. Over het pad dat door de velden loopt, kwamen in de late avond van 14 september 2007 elf jongeren uit het dorp naar hun nederzetting. De mannen werden bedreigd met pistolen en messen, zij en haar schoonzus werden opgesloten en verkracht. Maar de daders zijn daarvoor nooit bestraft, zegt ze. Ze huilt en neemt haar kind op de arm.

Misschien ook dat ze daarom niet is gaan stemmen. Dalits hebben het vertrouwen in Mayawati een beetje verloren, had mensenrechtenactivist Kumar immers gezegd. Er is een strenge wet die Dalits moet beschermen tegen wreedheden. Maar naleving van die wet is niet zo strikt in Uttar Pradesh, onder druk van de hogere kasten waaraan Mayawati uit politieke motivatie heeft toegegeven. Aldus Kumar. Alleen bij moord en verkrachting, komt de politie echt in actie. En dan ook nog niet in alle gevallen, volgens Sahshi.

„In 7 procent van de gevallen leiden aanklachten bij de politie wegens misdragingen en misdaden tot een veroordeling”, zegt Kumar. De meeste daders gaan vrijuit.

Kamlesh Singh (39) is de pradhan, het gekozen dorpshoofd van Akbas Pur. Hij zegt dat het goed is dat het kastensysteem niet meer bestaat. De kinderen van alle achtergronden zitten nu samen op één school. Ze drinken uit dezelfde bron. Hij zegt dat er de afgelopen jaren in de goede verhoudingen tussen de Thakurs, de landeigenaren, en de Dalits eigenlijk niet zoveel is veranderd. De Dalitis werken nog steeds op het land, zegt hij. Alleen zijn hun lonen wel behoorlijk omhoog gegaan. „Eerst betaalden we 50 tot 60 rupees per dag, nu 100 (bijna 1,60 Euro).”

De politieke verhoudingen kan Kamlesh Singh kernachtig samenvatten. „Wij (de Thakurs) zullen nooit op Yadavs stemmen, en de Yadavs zullen nooit op iemand van de hogere kaste stemmen. Nee, hij en de andere dorpsgenoten („Dat weet ik nu eenmaal”) hebben allemaal op de kandidaat van Mayawatis BSP gestemd. Omdat hij een goede kandidaat is, en vooral omdat hij ook een Thakur is. Als een Dalit op de lijst had gestaan, had hij niet op de BSP gestemd. Maar, voegt hij er nogmaals aan toen: „We hebben geen problemen met Dalits. We hebben wel grote moeite met de Yadavs. Zij lopen zo te koop op straat met hun nieuw verworven macht. Dat is de belangrijkste reden voor de wrijvingen tussen Thakurs en Yadavs.”

En dan, ten slotte, de verkrachting anderhalf jaar geleden van Shashi en haar schoonzus. Hoor wat het dorpshoofd en de politiecommandant daarover zeggen, want dan blijkt hoe beladen de kastenverhoudingen nog zijn, ook al wordt het nog zo hard ontkend.

De pradhan was destijd onmiddellijk naar haar huis gekomen om verontschuldigingen aan te bieden voor het schandalige gedrag van zijn jeugdige dorpsgenoten. „Er zijn bedreigingen geuit en er is geld gestolen. De daders zijn gestraft”, zegt Kamlesh Singh. „Maar van verkrachting is geen sprake geweest. Dat is gelogen.”

Op het naburige politiebureau van Khuthan bevestigt een officier dat onderzoek naar de verkrachting geen bewijzen heeft opgeleverd. Hij zegt ook dat de aantijging niet klopt dat de politie de zaak destijds niet goed heeft willen onderzoeken.

Politiecommandant Anil Singh (32) zit nog maar sinds vorig jaar op zijn post in Khuthan. Hij heeft de affaire dus niet persoonlijk gevolgd. Maar hij weet wel dat de overgrote meerderheid van de klachten over misdragingen jegens Dalits zijn overdreven of gefabriceerd. „Vechtpartijen, het in elkaar slaan van mensen, dat gebeurt hier regelmatig. Vaak gaat om geschillen over land. Maar ik denk dat slechts 10 tot 20 procent van de gevallen echt te maken heeft met kastenverschillen.”

Dat neemt niet weg, zegt hij, dat hij bezorgd is over de ophitsende invloed van politici op de openbare orde. „De problemen zijn de afgelopen vijf, zes jaar toegenomen.” Beide partijen zijn schuldig, zegt hij eerst. Maar de Yadav-aanhangers van Mulayam Singh zijn grotere herrieschoppers dan die van Mayawati, zegt hij dan.

Politiecommandant Singh heeft niet kunnen stemmen. Want hij moest zorgen voor handhaving van de openbare orde. In het dorpje Kabri gaan Arjun Singh Yadav, zijn vrouw Sudama en hun twee zonen binnenkort wel stemmen.

Arjun Singh kan de vraag niet goed verstaan, maar zijn vrouw beantwoordt bereidwillig: hij zal SP stemmen, hij is immers een Yadav. Bovendien is de SP-kandidaat de boeren welgezind, zij heeft hen kunstmest beloofd. Arjun Singh lacht. Maar zijn vrouw zegt dat ze op de olifant zal stemmen. Het feit dat Mayawati een Dalit-vrouw is, is reden genoeg om dat te doen, zegt ze. En haar twee zonen? Ook Mayawati.