Stiefliefde

In stiefgezinnen heeft vooral de stiefmoeder het zwaar. Tien tips voor minder ruzie. ‘Verwacht niet dat stiefkinderen van je houden.’

In stiefgezinnen heeft vooral de stiefmoeder het zwaar. Tien tips voor minder ruzie. ‘Verwacht niet dat stiefkinderen van je houden.’

Kay (12) heeft een vader en een moeder en die willen met hem op vakantie. Zijn moeder wil graag met hem, haar nieuwe partner en diens kinderen in de eerste twee weken van de zomervakantie. Kay’s vader heeft een dochter met zijn nieuwe vriendin, die ook zelf weer kinderen heeft. En haar ex wil ook met vakantie. Overleg met vier gezinnen voor één vakantie. Ingewikkeld, maar voor velen is het de realiteit.

In Nederland zijn er 200.000 stiefgezinnen en er komen er jaarlijks 10.000 bij. Dat aantal stijgt. De tweede relatie loopt twee keer zo vaak stuk als de eerste, waardoor 60 procent van de stiefkinderen te maken krijgt met een tweede scheiding.

Waar het soms al niet gemakkelijk is met de onhebbelijkheden van de eigen kinderen om te gaan, is de mantel der liefde voor andermans kind doorgaans dunner. Vooral stiefmoeders zien de kinderen als een bedreiging in de relatie met hun partner.

Gezinsonderzoeker Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht: „Opvallend is dat je altijd hoort over wanhopige stiefmoeders, terwijl in 85 procent van de stiefgezinnen sprake is van een stiefvader. Ook al is het aantal co-ouderschappen gegroeid tot 15 procent, nog steeds blijven de meeste kinderen bij hun moeder wonen.”

Dat je altijd klachten van stiefmoeders hoort, komt volgens Spruijt doordat de vader meestal fulltime werkt. „De stiefmoeder is doorgaans jonger dan haar partner en minder ervaren, zij runt het huishouden en haar verwachtingen zijn hoog. Ze is eufoor over die man en heeft de illusie dat het met zijn kinderen ook fijn zal zijn. In stiefvadergezinnen gaat het vaak wat beter dan in stiefmoedergezinnen.”

Voor de stiefmoeders zijn er landelijke stiefmoederdagen, websites als stichtingstiefmoeders.nl met informatie over verwachtingspatronen, valkuilen, basisregels en de omgang met de eeuwige ex. Er zijn gespreksgroepen, waar stiefmoeders in zes sessies ervaringen kunnen uitwisselen. De Stichting Stiefgezinnen Nederland (SSN) biedt regionale gespreksgroepen en streeft ernaar het hele nieuwe gezin op een gesprekssessie te laten komen.

Hieronder een minicursus stiefouderschap, want met simpele tips, zo blijkt, komen stiefouders, en daarmee de kinderen, al een heel eind verder.

1. Gebruik het kind niet als boodschapper of als spion

Als je dingen te weten wilt komen over de nieuwe stiefouder, hoor dan niet je kind uit.

‘En, kan ze een beetje koken?’

‘Blijft die nieuwe vriend van je moeder ook slapen? Nou nou, ze laat er geen gras over groeien.’

‘Is je vader dit keer wel van plan naar de ouderavond te komen?’

2. Praat als (stief)ouder niet slecht over de andere (stief)ouder

‘Ik kan wel zien dat je het weekend bij je vader bent geweest. Je eet weer als een varken. Hij vindt ook alles goed.’

‘En van wie heb je die idioot dure schoenen gekregen? Wat, van háár?’

Jij kunt de ex ‘de ergste heks ooit’ of een ‘schoft’ vinden, het kind blijft loyaal. Wie voortdurend kwaad spreekt over de ex , krijgt uiteindelijk zelf de rekening.

Corry Haverkort van SSN: „Hoe slechter de relatie tussen de biologische ouders, hoe minder kans van slagen het nieuwe gezin heeft. Veel voorkomend probleem is dat de relatie met de ex niet goed mág zijn van de nieuwe partner: stiefmoeder wil niet dat de man leuk omgaat met zijn ex, terwijl de kans dat die weer bij elkaar komen vrijwel nihil is.”

Heb als stiefouder begrip voor je partner wanneer deze met de ex moet overleggen. En als ouder: gun je kind een verjaardag bij je ex, ook al is het jouw weekend.

3. Geef kinderen ook hun privacy

Houd rekening met de preutsheid van je stiefkind. Een ontbloot bovenlijf van een stiefvader kan de overgevoelige puber al vervullen met afgrijzen, laat staan compleet naakt door het huis lopen. Gun het kind privacy nu er stiefbroers en -zusters en -ouders onder hetzelfde dak wonen. Doe een slot op de wc en de badkamer. Zorg dat ieder kind een eigen ruimte heeft, hoe klein ook, en zorg dat die eigen ruimte wordt gerespecteerd.

4. Loop als ouder niet te koop met je verliefdheid

Niet op de bank gaan zitten zoenen met je nieuwe vriend in het zicht van je kind, zeker niet als het een puber is. Dat ouders een seksueel leven hebben vinden ze al ondenkbaar, en helemaal met een ander dan de andere biologische ouder. Omdat ze doorgaans in de war zijn van hun eigen ontluikende seksualiteit, willen ze niet geconfronteerd worden met ‘puberaal’ gedrag van hun opvoeders.

En ze willen er ook niks over horen.

5. Blijf apart dingen ondernemen met de eigen kinderen

Stap zo nu en dan uit het nieuwe systeem en kies voor het eigen kind. „Ik was er als eerste, en nu doen we nooit meer iets samen. Toen we nog alleen waren, vond ik het veel gezelliger”, is een veelgehoorde klacht.

Trek dit ‘samen leuke dingen doen’ rustig door in breder familieverband. Ook willen kinderen hun eigen opa’s en oma’s en tantes en ooms wel eens zien zonder ‘die anderen’ erbij.

6. Neem de opvoeding niet over

De stiefouder kan beter zijn tong afbijten dan iets zeggen over het lakse gedrag dan wel de troep die het stiefkind maakt.

Gabby Boon, begeleider van gespreksgroepen: „Mijn belangrijkste advies: laat de controle los over de huisregels. Het zijn niet jouw kinderen.”

Nanette van der Zwet (15) die aan beide kanten stiefouders heeft, vindt het irritant als zij zich bemoeien met haar huiswerk of met de troep in haar kamer. „Waar bemoei je je mee, ik ben jouw kind niet, denk ik dan. Meestal zeg ik dat ook. Misschien niet aardig, maar ik heb niet om ze gevraagd. Van mijn eigen ouders vind ik het ook vervelend, maar dan luister ik wel.”

Voor vaders geldt: laat niet als vanzelfsprekend het huishouden over aan de stiefmoeder. Voor stiefvaders: ga niet „even orde op zaken stellen in het huis, waar duidelijk een tijd geen man is geweest”.

7. Verwacht niet van stiefkinderen te houden als van eigen bloed, en vice versa

Stiefmoeder Helen Stegeman bezocht een gespreksgroep. „We bleken allemaal tegen hetzelfde aan te lopen: de schaamte over het feit dat we niet echt van onze stiefkinderen houden en dat dit vooral komt door de afwezigheid van een gemeenschappelijk gen. Zoiets kun je onmogelijk uitspreken tegenover de biologische ouder, maar onder lotgenoten wel.”

Nanette, met een stiefmoeder en een stiefvader: „Ik houd wel van ze, maar op een heel andere manier. Het is een houden van uit gewoonte, je trekt veel samen op, en in mijn geval zijn het ook de ouders van mijn halfbroers en -zusjes. Daardoor horen ze wel iets meer bij de familie.”

Gezinsonderzoeker Spruijt: „Het is helemaal niet erg dat je minder van je stiefkinderen houdt. Daar zitten de kinderen ook helemaal niet op te wachten.”

Corry Haverkamp van SSN: „Doe niet net of je een kerngezin bent. De stiefouder kan en zal nooit de biologische ouder worden.”

8. Sluit compromissen over nieuwe gezinstradities

Bedtijden, tv-kijken, avondmaaltijd, uitgaan, de viering van Kerst en Sinterklaas, het zijn allemaal onderwerpen om ruzie over te krijgen.

Stiefmoeder Gabby Boon: „Vaak gaat het om kleine irritaties die tot enorme proporties worden opgeblazen. Zo vond een stiefmoeder het een probleem dat de kinderen van haar nieuwe partner overal mayonaise bij aten, terwijl dat voor haar uit den boze is. De oplossing is simpel: die van hem mogen dat, en die van jou niet. Langzaamaan kunnen die regels dan naar elkaar toebuigen.”

9. Zadel kinderen niet op met wisselende partners

Pas als je zeker bent van je ‘zaak’, kun je hem of haar introduceren bij je kinderen. Als je kinderen nog geen zin hebben in de eerste ontmoeting, heb daar dan begrip voor. Als het echt serieus is, is er immers alle tijd. Maar wees dan ook duidelijk, en doe niet alsof de nieuwe m/v een vage vriend(in) is of een maatje van de tennisclub. Spruijt: „Een langzame ingroei verhoogt de kans van slagen aanzienlijk.”

10. Wees niet beledigd als het kind je negeert

SSN-bestuurslid Corry Haverkamp: „Voorbeeld: aan tafel vraagt een stiefvader aan de zoon: hoe was het op tennis? De zoon geeft antwoord aan zijn moeder. Dan voelt stiefvader zich gekwetst door het kind, genegeerd. Onterecht, want de zoon doet dit niet expres, maar richt zich onbewust tot de biologische ouder. Als de stiefvader zich dat realiseert, scheelt dat een hoop onnodige misère.”

Eva te Loo (15), die het met allebei haar stiefouders uitstekend kan vinden: „Als ik problemen heb? Dan ga ik toch naar mijn eigen ouders.”

Tot slot: hou alle verjaardagen bij van alle (nieuwe) familieleden. Het vergeten van een verjaardag kan tot enorme irritatie leiden. ‘Zie je wel, ik ben toch niet belangrijk voor jouw kinderen, ze hebben niet eens gebeld!’

Bescherm de kinderen tegen de overgevoeligheid van stiefouders, koop een verjaardagskalender.