Scholen als etnische laboratoria

Boven: Autochtone en allochtone vaders koken samen, met hulp van een medewerker van Vishandel Analusia tijdens de kookavond op de ‘gemengde’ Vierambachtschool in Rotterdam Delfshaven. Dit in het kader van de Week van de vader en intergratie. (Photo Dirk-Jan Visser: Rotterdam / 22-04-2009) Autochtone en allochtone vaders koken samen, met hulp van een medewerker van Vishandel Analusia tijdens de kookavond op de 'gemengde' Vierambacht school in Rotterdam Delfshaven. Dit in het kader van de week van de vader en intergratie Visser, Dirk-Jan

Brand en Riad zijn vrienden. Ze wonen in dezelfde straat in Amsterdam, ze zitten op dezelfde school. Een jaar of wat geleden wilde Brand na school wel eens afspreken met Riad. Raf Snippe, Brands vader, stapte meermalen af op Riads moeder, maar die zei steeds afwerend: „U moet mijn man vragen.” Dat deed hij: „De vader was erg aardig. We dronken thee samen en sindsdien spelen de kinderen bij ons of bij hen.”

Op het schoolplein van basisschool De Vierambacht in Rotterdam staan Marokkaanse moeders in een groepje te praten. Drie Turkse moeders kletsen verderop. En er staan wat witte ouders bij elkaar. Sieb Haagsma aarzelde aanvankelijk om een Marokkaanse moeder met zwarte hoofddoek aan te spreken, ook al was ze de moeder van een vriendinnetje van zijn dochter. „Ik dacht, misschien vindt ze het onprettig om met een man te praten. Zulke dingen hoor je wel.” Tot op school een kookavond werd georganiseerd voor ouders, en twee Marokkaanse moeders met hoofddoek de soep kruidden waar Haagsma in stond te roeren. De moeders begonnen een geanimeerd gesprek met hem. „Sindsdien begin ik rustig een praatje op het schoolplein.”

Etnisch mengen mag moeizaam gaan, toch komen op veel zwarte basisscholen geleidelijk meer witte kinderen. Daardoor krijgen in de grote steden autochtone ouders te maken met ouders die vaak niet in Nederland zijn geboren. Hoe verloopt hun omgang in Amsterdam en Rotterdam? Uit gesprekken met ouders en basisscholen rijst de vergelijking met lucifers afstrijken: het schuurt, er breekt wel eens een houtje, maar de vlam is mooi.

In de Amsterdamse basisschool J.P. Coen luisteren op een aprilavond zo’n tweehonderd mensen naar de levensverhalen van vier ouders, uit India, Marokko, Turkije en Nederland. Moeder Karima vertelt over Marokko en hoe ze daar bijna verdronk in zee: „Mijn man zag niets, hij lag daar maar met zijn zonnebril.” Ze zet een zonnebril op, wringt de poten onder haar hoofddoek. De ouders in de zaal lachen. „Nu heb ik zwemles in Nederland.”

Van de ruim 60.000 basisschoolleerlingen in Amsterdam is tweederde allochtoon. In Rotterdam is van de 55.000 basisschoolleerlingen 60 procent van allochtone afkomst. De verschillende bevolkingsgroepen wonen in Amsterdam door elkaar in de negentiende-eeuwse wijken rond het centrum en in een nieuwbouwwijk als IJburg. In Rotterdam wonen ze vooral in wijken ten noorden van de Nieuwe Maas. De gemengde scholen zijn er laboratoria van de multiculturele samenleving.

Daarin kunnen de gewoonste dingen al heel bijzonder blijken te zijn. Neem afspreken na school. „Op zichzelf gaat het prima”, zegt Don Weenink, die twee zoons heeft op De Olympus in IJburg. „Maar de Surinaamse moeder bij wie mijn jongste zoon ging spelen, zei later dat ze verbaasd was omdat in Suriname de kinderen gewoon buiten spelen.”

En trakteren op school leidt wel eens tot misverstanden, vertelt directeur Ellen Koops van basisschool De Scholekster in de Amsterdamse Pijp. Geen of heel weinig snoep, zeggen de schoolregels, die witte ouders van harte ondersteunen. „Maar sommige allochtone kinderen komen met hele zakken snoep aan. Een paar snoepjes geven vinden ze krenterig.”

Moeder Sascha vertelt over haar Marokkaanse vriendin Laila, met wie ze op de basisschool zat. „Bij mijn opa kreeg ik altijd maar één koekje en dan ging de trommel weer in de kast. Bij Laila stond de tafel vol snoep!” Een zucht van herkenning gaat door de zaal. „Toen kwam haar vader met een kleedje de kamer in. Ik vroeg: ‘Wat gaat-ie doen?’ Laila zei: ‘Hij gaat bidden, laten we maar naar buiten gaan’.” De zaal lacht.

Verjaardagsfeestjes zorgen vaak voor verrassingen bij witte ouders. Op de mooi versierde schriftelijke uitnodigingen komt van Turkse of Marokkaanse ouders vaak geen enkele reactie en hun kinderen komen soms niet opdagen – pijnlijk. „De allochtone ouders zijn vaak wel gevleid, maar verjaardagsfeestjes zitten niet in hun systeem”, zegt ontwerper Snippe.

In Turkije en Marokko wordt de verjaardag van een kind van oudsher niet gevierd. „Veel mensen in Marokko zijn analfabeet en hebben geen idee op welke dag hun kind is geboren”, vertelt Mustapha Khaddari, de van oorsprong Marokkaanse adjunct-directeur van de Coenschool. „Het begint nu in Marokko zelf in de mode te raken om de verjaardag wel te vieren, vooral in de steden. Niet vieren geldt als achterlijk.”

De Turken en Marokkanen in Nederland komen veelal uit agrarische gebieden. De kloof die deze immigranten scheidt van de autochtone ouders, is niet zozeer etnisch als wel sociaal-economisch, zeggen deskundigen. „Die groep ouders zit nog midden in een emancipatieproces”, zegt Zeki Arslan, onderwijsspecialist bij het multicultureel instituut Forum. Hij viert zijn verjaardag trouwens ook niet.

Moeder Elif vertelt over haar kindertijd in Turkije, op een boerderij waar de wc zich bevond in een tuinhuisje. „We hadden schapen, geiten, koeien.” Met een nichtje haalde ze ooit feestkleding van de waslijn van de buren en paste de jurken in de wc. De zaal lacht en haar man glundert op de eerste rij.

De hoogopgeleide witte ouders zullen de kloof moeten dichten, denkt Arslan: „Dat vereist activisme.” Ouder Don Weenink is het met hem eens: „Wij moeten de eerste stap zetten. Wij kunnen door onze goede plek in de samenleving uit meer bronnen van erkenning putten. De positie van allochtone ouders is zwakker. Ik heb meegemaakt dat een moeder haar kind bij mij ophaalde en zonder aanleiding ‘sorry’ zei.” En dus sturen de witte ouders niet zomaar uitnodigingen voor de partijtjes rond, maar spreken de ouders aan van de vriendjes van hun kinderen.

Die witte ouders stellen wel eisen. Zo moet op gemengde scholen Nederlands worden gesproken. En enige zichtbare aanpassing stellen zij op prijs. „Ik vind het top dat moeder Karima zwemles neemt”, zegt moeder Sascha Meijer van de Coenschool. „Daarmee laat ze zien dat ze met ons wil meedoen.”

Soms heeft Ibtissam Zahraoui uit Rotterdam het gevoel dat autochtone ouders bij problemen de neiging hebben naar de allochtonen te wijzen. Ze heeft een zoon in groep 8 op De Vierambacht. „Een autochtoon meisje had persoonlijke problemen. Haar moeder zei toen: dat komt door de Marokkaanse kinderen op school.”

De Vierambacht is een gemengde buurtschool, sinds een groep witte ouders hun kinderen gezamenlijk aanmeldden voor groep 1, nu acht jaar geleden. Daarvoor was het een volledig zwarte school. Directeur Daaf van de Wege voorzag dat er problemen konden ontstaan en deed twee dingen: hij zorgde voor een ouderkamer waar autochtone en allochtone ouders samen koffie konden drinken en kennismaken en hij stelde twee ouderconsulenten aan: de Marokkaanse Farida Outmani en de Turkse Sevim Suluki. De kinderen van Outmani en Suluki zaten al op De Vierambacht. De ouderconsulenten bleken een gouden greep. Zij zijn de smeerolie tussen allochtone en autochtone ouders.

Aanvankelijk bleef de ouderkamer leeg. Farida Outmani: „De allochtone ouders stonden huiverig tegenover de witte. Zo van: jullie wilden nooit komen, wat is er mis met onze kinderen?”

Ze zijn bovendien niet gewend zich met de school van hun kinderen te bemoeien. Sevim Suluki: „In Turkije zeggen we over het kind: de botten zijn van mij, het vlees is voor de leraar.”

De ouderconsulenten gingen met de ouders in gesprek; Suluki met de Turkse, Outmani met de Marokkaanse en samen met de overige. Ze spreken beiden accentloos Nederlands. Outmani: „Veel allochtone ouders hebben we thuis bezocht. Je moet ze persoonlijk vragen koffie te komen drinken, een brief lezen ze niet.”

Zelfs de meest behoudende islamitische mannen vinden het nu goed als hun vrouwen zich inzetten op school, zegt Farida Outmani: „Je moet eerst vertrouwen winnen. Ze kennen ons. Zijn de vrouwen eenmaal binnen, dan komen ze steeds weer.” De ouderkamer zit tijdens de koffieochtenden vol.

De ouderconsulenten organiseren ook avonden over opvoedkwesties. Daar komen de verschillen vanzelf aan bod. Suluki: „Een Turkse moeder vertelt over haar dochter van 12 die haar steeds wil knuffelen. Ze vindt haar daar te oud voor. Autochtone ouders zeggen dat affectie tonen op die leeftijd hun heel normaal lijkt.”

Farida Outmani: „Wij zeggen niet wat goed of slecht is. De ouders merken welke verschillen er zijn. Zo was er een moeder die strengere regels hanteerde voor haar dochter dan voor haar zoon. Autochtone ouders vonden dat heel gek.” Op andere avonden koken ouders samen. Directeur Daaf van de Wege: „Het kost bijna niets en het levert zóveel op.”

Bij misverstanden of (dreigende) problemen bemiddelen de schoolconsulenten. Het advies is meestal: praat met elkaar. Outmani: „Een islamitische ouder kan bang zijn dat zijn kind bij een Nederlands vriendje een plak worst op brood krijgt als hij er gaat spelen. Een autochtoon kind kan vegetarisch zijn. Práát met elkaar.”

Op de gemengde scholen keren ook de schoolkampen terug, nadat ze in de jaren negentig veelal verdwenen. „Wij vinden schoolkampen cruciaal voor de vorming van onze leerlingen”, zegt Koops van De Scholekster: „Maar het komt voor dat Marokkaanse vaders hun dochters niet willen laten overnachten.”

Meestal laten ouders zich toch overtuigen. Soms rijdt Koops een meisje ’s avonds naar huis. „We maken het de ouders zo moeilijk mogelijk om nee te zeggen.”

Op De Vierambacht worden alle feesten gevierd: Sinterklaas, Kerstmis, Offerfeest, Suikerfeest. Met Kerst en Suikerfeest zijn alle ouders er, autochtoon en allochtoon.

Farida Outmani: „Er is wel eens een ouder geweest die vond dat haar kind niet mee moest doen met Sinterklaas en Kerst.”

Daaf van der Wege: „Dat accepteren we dan niet. We zeggen: u mag daarover uw eigen ideeën hebben, maar dan is dit niet de goede school voor u.”

De Coenschool in Amsterdam organiseert al jaren ouderavonden, waarop stadsverteller Karel Baracs multiculturele verhalen vertelt. Op de laatste avond van het schooljaar vertellen ouders over hun jeugd. Dat werkt, zegt Sascha Meijer: „Na mijn verhaal over het bidkleed snapten de moslims beter hoe zoiets overkomt op buitenstaanders.”

Meer scholen moeten zoiets doen, vindt stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik van Zeeburg. „Het kan ook anders. In het oostelijk havengebied hebben we een project gedaan met een witte en een zwarte school. Daarbij gingen witte en allochtone moeders met elkaar naar de markt of theedrinken. Zo leerden ze elkaar beter kennen en dat heeft geholpen de afstand te verkleinen.”

Niet alle autochtone ouders willen die moeite nog doen. Verslaggever Gerrie Eickhof van het NOS Journaal beklaagde zich onlangs op zijn weblog over islamitische ouders die bij een feest op de school van zijn kind zelfs de roze nepchampagne verboden.

Volhouden loont, zeggen andere ouders. De Rotterdamse Ibtissam Zahraoui had bij de witte en zwarte scholen in haar buurt het gevoel: dit klopt niet. Haar zoon leert met iedereen omgaan, ongeacht de afkomst. De Amsterdammer Raf Snippe zegt: „Als mijn zoon door onze straat wandelt, groet hij overal vrienden en bekenden. Hij voelt zich thuis in de buurt, in zijn eigen wereld.”