Roofoverval op Scheringa Museum

Meerdere gewapende personen hebben gisteren rond 12.15 uur het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek overvallen. Dat heeft de politie Regio Noord-Holland Noord bekendgemaakt.

De daders gingen er vandoor met twee kunstwerken, een Dalí en een De Lempicka. Het is de eerste keer dat het museum is overvallen.

Volgens Klaas Wilting, woordvoerder van museumeigenaar Dirk Scheringa, drongen „meerdere gemaskerde mannen” ’s middags het museum binnen. Er waren toen ongeveer twintig mensen, bezoekers en personeel. Zij werden onder dreiging met een vuurwapen gedwongen om op de grond te gaan liggen. De overvallers liepen vervolgens direct door door naar de plaats waar de twee schilderijen hingen en haalden die van de muur. „Ze waren heel bewust uit op deze werken”, aldus Wilting. Of de roof in opdracht is gebeurd, durft hij niet te zeggen. „Maar dit soort mensen houdt zulke schilderijen meestal niet zelf.” Volgens de politie reden de overvallers weg in een kleine zwarte auto. Het personeel is opgevangen door de directie, een deel van hen krijgt slachtofferhulp.

De gestolen schilderijen zijn eigendom van het museum. Het gaat om de gouache Adolescence van Salvador Dalí uit 1941 (44,8 x 30,2 cm) en La Musicienne van Tamara de Lempicka uit 1929 (olieverf, 116x73 cm.). Het doek van De Lempicka (1898-1980) kocht het museum in 2002 voor 2,2 miljoen dollar op een veiling in New York. Het werk dateert uit de beste periode van de art deco schilderes en is het enige werk van haar in het bezit van een Nederlands museum. Op het schilderij staat een vrouw met mandoline in een kobaltblauwe jurk tegen een achtergrond van wolkenkrabbers.

Adolescence van Dalí is in 1990 bij Sotheby’s in New York geveild voor 208.000 dollar. Het is mogelijk later door Scheringa van een andere partij gekocht. De werken zijn verzekerd, maar woordvoerder Wilting wil niet zeggen voor hoeveel. Hij wil ook niets loslaten over de huidige waarde.

Museumeigenaar Scheringa zelf is aangeslagen, aldus Wilting. „Zijn eerste reactie was bezorgdheid om het personeel – hij is zeer opgelucht dat er geen gewonden zijn gevallen. Maar het verlies van de werken weegt zwaar. Hij was zelf bij de koop betrokken, dus dit is heel persoonlijk.”