Rijk van andermans pech

JP Morgan en ABN Amro strijden om zijn Rembrandt. Het Rijksmuseum wacht af. Wie is toch de zakenman-arts Louis Reijtenbagh?

Eén van de zeer schaarse foto’s van Louis Reijtenbagh

Eigenlijk is de vraag niet zozeer hoevéél geld hij heeft, maar hoe láng nog. Louis Reijtenbagh (1946), de in opspraak geraakte Nederlandse belegger, kunstverzamelaar en multimiljonair, die rijk is geworden dankzij de tegenspoed van anderen, heeft inmiddels zelf niet één, maar een hele horde schuldeisers achter zich aan.

Groot geworden door het op- en weer verkopen van noodlijdende bedrijven, lijkt de voormalige boerenzoon en huisarts uit Almelo financieel het water nu tot de lippen gestegen. En omdat Reijtenbagh zijn kapitaal deels in dure kunstwerken had belegd, die hij bij banken voor leningen in onderpand gaf, haalt hij met zijn moeilijkheden het nieuws nog ook. Zelf weigert hij – vanaf het zonnig eiland Tortola – elk commentaar.

Het Rijksmuseum kocht eerder dit jaar het schilderij Bocht van de Herengracht van Berckheyde van Reijtenbagh, maar dat schilderij blijkt verpand aan de bank JP Morgan. JP Morgan én ABN Amro zeggen beide dat Reijtenbagh zijn Zelfportret van Rembrandt als onderpand voor een lening bij hun bank heeft verstrekt. Zij ondernemen juridische stappen.

Want Reijtenbagh komt zijn schuldaflossing niet meer na. Tweeënvijftig miljoen euro moet Reijtenbagh terugbetalen aan ABN Amro – zo oordeelde de rechtbank in Amsterdam afgelopen woensdag – en die bank heeft de Rembrandt in handen.

Ook de Zwitsers-Amerikaanse zakenbank Crédit Suisse eist geld van Reijtenbagh terug – 250 miljoen euro – en heeft de zakenman openlijk van fraude beschuldigd. Eind maart is de Zwitserse-Amerikaanse bank een rechtzaak begonnen in New York.

Dan wordt de voormalige huisarts uit Almelo ook nog eens achtervolgd door de aandeelhouders van de Europese olieraffinaderijgigant Petroplus.

Vervolg Reijtenbach: pagina 7

Kunst is voor hem alleen maar belegging

De aandeelhouders beschuldigen Reijtenbagh ervan veertig miljoen euro aan dividenden te hebben verduisterd. De Belgische fiscus zit sinds maart achter hem aan. Inzet: dertig miljoen of meer euro aan niet-betaalde inkomstenbelastingen.

JP Morgan vordert nog eens een kleine achtendertig miljoen euro. Volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes is de beleggingsportefeuille van Reijtenbagh, die recentelijk nog werd geschat op 541 miljoen euro, bijna niks meer waard.

Reijtenbagh intussen heeft met zijn familie de wijk genomen naar het belastingluwe Tortola, een van de snorkel- en palmenparadijsjes van de Britse Maagdeneilanden, waar ook één van zijn vele investeringsmaatschappijen is gevestigd.

Vanaf daar heeft de mediaschuwe beursspeculant één keer, tegenover het dagblad de Volkskrant, laten weten ‘onschuldig’ te zijn. De 250 miljoen van Credit Suisse heeft hij niet verdonkeremaand, maar gewoon belegd, zei hij.

Prijkte Reijtenbagh, vorig jaar nog pront op nummer 42 van Quote’s top 500 van rijkste Nederlanders, inmiddels heeft het zakenblad hem gerubriceerd in de top 5 van Nederlands grootste ‘financiële boefjes.’ Zo iemand die verdient op leningen en faillissementen, en die gaten met gaten dicht.

In het Belgische Brasschaat, vlak over de grens bij Breda, betreuren buren nu al Reijtenbaghs eventuele, toekomstige vertrek. Op Domein Caterheyde, een kolossale villa op elf hectaren grond met een metershoge fontein in de voortuin en een oprijlaan waarbij die op Paleis Soestdijk verbleekt, worden namelijk best aardige feestjes gegeven. Vooral het oudejaarsvuurwerk is spectaculair. Een buurtgenoot: „We gaan gewoon niet meer de stad in. We blijven thuis om naar het vuurwerk van Reijtenbagh te kijken.”

Hoe kon de boerenzoon uit het Overijsselse Den Ham zo groot groeien? En gaat hij vallen, zoals de Amerikaanse megabeleggers en zwendelaars Bernard Madoff en Allen Stanford vielen?

Als jongen kon hij goed leren – en dus werd hij arts, huisarts in Almelo. Als huisarts geniet je aanzien, ben je verzekerd van een goed salaris. Want mensen worden altijd ziek.

Als ‘praktisch’ wordt Reijtenbagh omschreven door mensen die hem van dichtbij meemaken. „Hij denkt instrumenteel”. „Het maakt hem niet uit of iemand een oplichter is of niet. Zo lang hij hem kan gebruiken, gebruikt hij hem”, zegt Paul Schaink van advocatenkantoor Van Doorne in Amsterdam. Een ander die anoniem wenst te blijven: „Dat aan het eind iedereen kapot is, deert hem niet. Als hij er maar beter van wordt.”

In 1987 werd bekend dat Reitenbagh met zijn hele familie de wereld rondvloog op zogenaamde ‘babytickets’. Reijtenbagh kocht bij kleine reisorganisaties die nog niet waren aangesloten op het internationale computer-reserveringssysteem, babytickets voor tien procent van de ‘volwassen’ prijs. Die tickets zette hij later zonder extra kosten om in gewone tickets. In 1987, veertien spotgoedkope vluchten later, werd hij gesnapt door een oplettende KLM-functionaris, en tot een taakstraf veroordeeld.

Begin jaren tachtig kreeg Reijtenbagh de smaak van het beleggen te pakken. Met de dood van zijn ouders erfde hij een bescheiden kapitaaltje, waarmee hij ging speculeren op de dalende koers van de Amerikaanse dollar. Zijn financiële transacties waren zo lucratief dat hij besloot zijn huisartsenpraktijk eraan te geven. Hij specialiseerde zich in het met geleend geld kopen van aandelen van bedrijven die in financiële nood verkeerden, om die weer te gelde te maken.

Aan de ondergang van DAF-trucks in 1993 verdiende hij naar schatting 20 miljoen gulden. Ook aan de geruchtmakende neergang van de bedrijven Ogem en Bredero verdient hij schatten. Maar de echte klappers kwamen in de jaren negentig, bij Laurus, KPN QWest, HCS, en Getronics.

Bij het noodlijdende Getronics wist hij via anonieme biedingen voor relatief weinig geld het merendeel van de convertibele obligaties in handen te krijgen. Convertibele obligaties zijn obligaties die op een zeker moment in aandelen moeten worden omgezet. Reijtenbagh zou daarmee feitelijk meer macht krijgen dan de aandeelhouders. Een nieuw aangetreden directie verijdelde echter de coup, maar zag zich wel verplicht om de obligaties terug te kopen van Reijtenbagh, voor een bedrag van 350 miljoen gulden.

Als ‘hyena’s’ omschrijven ingewijden zulke beleggers. Als een jakhals speuren die de de beurs af op zoek naar zwakke broeders, en slaan dan hun slag. „Razend slim opereren, maar altijd in het donker.”

In De Telegraaf verklaarde Jerry Hoff, advocaat bij de zichzelf ‘straatvechters’ noemende SpigtHoff Advocaten: „Reijtenbagh weet vertrouwen te wekken en gaat er vervolgens met de buit vandoor. Hij is levensgevaarlijk. Als hij je bedrijf binnenkomt, is het alarmfase 1.”

Het is niet verwonderlijk dat Reijtenbagh in de jaren tachtig allang niet meer in Almelo woonde, al staat een van zijn vele vennootschappen daar nog steeds geregistreerd. Reijtenbagh zat toen voornamelijk op zijn Domein Caterheyde in Brasschaat, in zijn villa in Monaco of in zijn twee appartementen op Fifth Avenue in New York. In New York hangt ook zijn bij banken verpande kunstcollectie.

Die collectie is hybride van karakter: er zitten in totaal 23 stukken in, waaronder een klein Zelfportret van Rembrandt dat in 1997 pas als authentiek is erkend en dat Reijtenbagh al vanaf 2005 via de kunsthandel probeert te slijten. Er is het topstuk van Gerrit Berckheyde dat Reijtenbagh vorig jaar aan het Rijksmuseum heeft verkocht – volgens de bank JP Morgan in strijd met het pandrecht. Er is een Picasso, een Modigliani, een Monet en een Giacometti.

In een filantropische vereniging voor kunstverzameling als de Vereniging Rembrandt laat Reijtenbagh zich niet zien. Huub Blankenberg, voorzitter van de Stichting Nationaal Kunstbezit die het Rijksmuseum vorig jaar financieel hielp met de aankoop, zegt zelfs tot voor kort ‘geen kennis van Reijtenbaghs bestaan’ te hebben gehad. Voor zover bekend verzamelt Reijtenbagh kunst alleen als beleggingsobject.

Hoewel Reijtenbagh tegen de Belgische fiscus volhoudt dat hij niet in België werkt en daarom ook geen belasting hoeft te betalen, houdt hij ook een kantoor in Antwerpen aan. „Een niet eens zo’n groot kantoor,” herinnert advocaat Paul Schaink zich, „met een videolink met Amerika. Reijtenbagh kwam nauwelijks buiten en zijn medewerkers ook niet, zo druk waren ze. Reijtenbagh is een lekkerbek, en toen ik eens voorstelde om ergens een hapje te eten, zei hij: ‘Ik heb hier op kantoor een huiskok. Hij maakt wel even wat voor je klaar.”’

Schaink kent Reijtenbagh van de Classic Car Rally Amsterdam-Beijing, die in de zomer van 2006 werd verreden en waar Reijtenbagh samen met zijn studievriend Nico Pijls, tegenwoordig hoogleraar Biomedische Technologie aan de TU in Eindhoven, een Bentley Continental S2 uit 1962 bestuurde.

De gang van zaken tijdens die rally is typerend voor het soort voortvarend zakendoen dat Reijtenbaghs handelsmerk lijkt.

Reijtenbagh is niet iemand bij wie Schaink ‘heel nauwkeurig een team- of groepsgeest’ kan waarnemen. „Het is eerder een man die elke dag als eerste wil aankomen.” Er vertrokken 85 teams vanaf de Dam in Amsterdam en er werd iedere dag gereden. „Ik had alleen mezelf en mijn teamgenoot bij me”, zegt Schaink. „Dus wij lagen iedere avond zelf onder de auto te sleutelen”. Reijtenbagh daarentegen had een heel team van technici in zijn kielzog. Ook vloog Reijtenbaghs privévliegtuig elke dag met de rally mee, tot in China.

Bijzonder aan de rally naar Beijing was, dat de organisatie daags na aanvang van de race al failliet werd verklaard. Directeur Jan Vermeer bleek anderhalf miljoen euro aan inschrijvingsgelden in zijn eigen zak en die van zijn dochter te hebben gestoken. Vermeer werd door Reijtenbagh – die aanvankelijk alleen was benaderd met de vraag of hij een lening van twee en een half miljoen kon verstrekken die de rally kon redden – in een bliksemsnelle actie financieel buiten spel gezet. Dat blijkt uit het curatorenverslag van 17 augustus 2006 dat de jurist Louis Deterink opstelde.

Vermeer werd verplicht om alle banksaldi van zijn firma door te sluizen naar de lege vennootschap Efficiency Investments van Reijtenbagh. Vervolgens werd een stichting opgericht die de doorstart van de rally moest waarborgen. In de stuurgroep van de stichting zaten onder anderen Nico Pijls, de teamgenoot van Reijtenbagh, en Reijtenbagh zelf. Pro forma had Jan Vermeer nog de leiding van de rally. Maar in de praktijk zat Reijtenbagh elke avond aan het hoofd van de tafel in de dure hotels waar de coureurs logeerden. Hij had zichzelf door financieel opereren koning gemaakt. Het is de vraag of drie banken en de Belgische fiscus de boerenzoon nu van zijn troon zullen stoten.