Raapzaadbladvoet

Op Koninginnedag inspecteerden Luijten en De Jong de gele bloemen in de bermen van Woerden. ’t Was voornamelijk raapzaad. Verderop trok een AW-team het westelijk havengebied van Amsterdam in en vond daar, ja wat was dat eigenlijk. Niks geen stugge haren, maar wel veel stengelomvatting, misschien wel 70 procent. Thuis teleurgesteld googlen en prompt belanden op een site van de Leuvense universiteit met schitterende detailfoto’s van koolzaad. Haarloze bladeren met volledige stengelomvatting. Is dit misschien al een kleine ramp, niet minder pijnlijk is het te vernemen dat koolzaad ook met raapzaad kruisen wil. Hoe ze het chromosomaal regelen is een raadsel, maar het kàn. Dat wij hier vrij blijven van Monsanto-genen is niet waarschijnlijk

Karel Knip

Post uit Leiden. In gesloten couvert wordt een stevige folder bezorgd die een opsomming geeft van de voornaamste verschillen tussen koolzaad en raapzaad. En die tussen nog wat andere geel bloeiende planten: zandkool, knopherik, gewone herik en zwarte mosterd. Er is geen begeleidend schrijven, maar de boodschap is duidelijk: we zijn eruit. Eindelijk weten we waaraan je raapzaad en koolzaad herkent.

Negen jaar geleden werd in deze rubriek de ‘koolzaadkwestie’ opgevoerd. Er was, zoals elk jaar in april en mei, verbazing geweest over het uitbundig wit en geel in de Nederlandse weg- en spoorwegbermen. Het wit van fluitekruid, het geel van paardebloemen, boterbloemen en koolzaad. Als dat koolzaad wàs tenminste, want het kon ook net zo goed raapzaad zijn. Dat was die kwestie. De beschikbare flora’s gaven geen uitsluitsel. Het zijn beide planten van zo’n 80 cm hoog die opslaan in enigszins open, vaak omgewerkte bermen en die bloeien met trossen gele bloemen die aangenaam geuren. Het zijn planten die je zonder moeite uit de grond trekt.

Heukels’ Flora van Nederland gebruikt zes kenmerken voor het maken van onderscheid. De kleur van het blad, de aanwezigheid van borstelige beharing daarop, het meer of minder stengelomvattend zijn van de bladvoet, de plaats van de open bloemen ten opzichte van de bloemen in de knop, de stand van de kelkbladen en de vorm van de vruchten die officieel hauwen heten. Maar AW-onderzoek in 2002 liep al bij de eerste de beste plant vast: drie van de kenmerken waren raapzaadachtig de andere drie wezen op koolzaad.

Ruud van der Meijden, vooraanstaand Leids botanicus en eindverantwoordelijk voor de laatste drukken van ‘de Heukels’, gaf onmiddellijk toe dat de determinatiesleutel niet deugde. In een nieuwe druk zou het worden aangepast. Maar Van der Meijden is in april 2007 overleden en misschien komt het er nooit van.

Waar maak je je druk om, zegt de lezer, scheer ze gewoon over één kam. Zoals vogelaars die geen onderscheid meer zagen en wilden zien tussen visdiefjes (common tern) en noordse sterns (arctic tern) de oplossing vonden bij ‘commic tern’.

Maar zo makkelijk kan de florist zich er niet van af maken. Er blijkt een wezenlijk verschil te bestaan tussen koolzaad en raapzaad: de afkomst en het chromosoomgetal.

Raapzaad (Brassica rapa) is een plant die misschien al millennia in Europa en Azië voorkomt en die al lang voor Christus in cultuur werd genomen. Volgens ‘Domestication of plants in the Old World’ van Zohary en Hopf was het toentertijd vooral te doen om het gezwollen hypocotyl dat wij kennen als meiraap of knolraap. Later kwam er belangstelling voor de bladeren en het zaad waaruit lampolie en machineolie werd gewonnen. Eetbaar was de olie – vroeger – niet.

Koolzaad (Brassica napus) is waarschijnlijk ontstaan uit een vreemde, interspecifieke kruising tussen de soorten raapzaad en kool (Brassica oleracea) . Wanneer dat is gebeurd, of het opzet was of niet, wat het doel was als het opzet was, dat is nog steeds niet duidelijk. Wel dat het dubbele chromosoomgetal van koolzaad 38 is, namelijk dat van raapzaad (20) plus dat van kool (18). In het laboratorium is het verschil tussen raapzaad en koolzaad met een flow cytometer in een wip vastgesteld.

Er is nog een andere reden om te willen weten of het overwegend raapzaad is of koolzaad dat daar in de berm bloeit. Dat is het mogelijke gemak waarmee genetisch gemodificeerd koolzaad met deze planten zou kunnen kruisen. De kwestie is dat Nederland toestemming heeft gegeven voor doorvoer van GM-koolzaad uit Amerika. Het is koolzaad dat met een moderne DNA-truc resistent is gemaakt tegen de viriele onkruidverdelger Roundup van Monsanto. Als dit soort koolzaadzaad van de vrachtwagen rolt of uit de treinwagon springt en opslaat in de berm, en als er in die berm al veel gewoon koolzaad staat, dan kan het koolzaad op de Nederlandse akkers wel eens binnen de kortste keren in GM-zaad veranderen. In ieder geval kan niet langer worden gegarandeerd dat het van vreemde genen vrij is. Omdat de olie van koolzaad nu wel wordt gebruikt voor verwerking in margarine, valt daar nog veel heisa van te verwachten.

Dit heeft ook de Commissie Genetische Manipulatie (Cogem) ingezien en zo kwam de Leidse biologe Sheila Luijten aan een beurs om de verspreiding van koolzaad te onderzoeken. Zij doet dat samen met de bioloog Tom de Jong. Kernvraag: is het overwegend raapzaad of koolzaad in de berm. Raapzaad, had Ruud van der Meijden al gezegd. Raapzaad, denken ook Luijten en De Jong, maar een sluitend overzicht is er niet. Met hulp van getrainde vrijwilligers die de stichting Floron ook bijstaan bij andere planteninventarisaties hopen zij te komen tot een landelijke raapzaadinventarisatie.

Aan het begin daarvan staat natuurlijk een goede determinatiesleutel en die is sinds een paar weken beschikbaar in de vorm van de bovengenoemde stevige ‘insteekkaart’ (ook bij www.floron.nl). Luijten heeft hem opgesteld nadat ze met kweekproeven in Leiden had vastgesteld hoe variabel de twee soorten zijn en hoe plastisch hun kenmerken. Doorslaggevend in het vroege voorjaar zijn de stugge haren op de onderste bladeren (die heeft koolzaad nauwelijks) en het stengelomvattend zijn van de bladvoet van de hogere bladeren. Raapzaadbladvoet omvat de stengel vaak driekwart tot volledig, koolzaadbladvoet nog niet voor 50 procent.

Op Koninginnedag inspecteerden Luijten en De Jong de gele bloemen in de bermen van Woerden. ’t Was voornamelijk raapzaad. Verderop trok een AW-team het westelijk havengebied van Amsterdam in en vond daar, ja wat was dat eigenlijk. Niks geen stugge haren, maar wel veel stengelomvatting, misschien wel 70 procent. Thuis teleurgesteld googlen en prompt belanden op een site van de Leuvense universiteit met schitterende detailfoto’s van koolzaad. Haarloze bladeren met volledige stengelomvatting.

Is dit misschien al een kleine ramp, niet minder pijnlijk is het te vernemen dat koolzaad ook met raapzaad kruisen wil. Hoe ze het chromosomaal regelen is een raadsel, maar het kàn. Dat wij hier vrij blijven van Monsanto-genen is niet waarschijnlijk.