Italiaan neemt recht in eigen hand

In Italië lopen tientallen burgerwachten patrouille, want in de politie wordt niet geïnvesteerd. Na het eerste enthousiasme willen politici nu strengere regels.

„We lopen alleen wacht als het niet regent”, luidt de telefonische waarschuwing vooraf. Het blijft droog. De burgerwacht van de wijk Pescarotto in het Noord-Italiaanse Padova is in functie, zoals meestal op vrijdagavond. Ze zijn met acht: gepensioneerden, een vrouw en wat veertigers en vijftigers. „Città Sicura” (Veilige Stad) staat er op de reflecterende, gele hesjes. Ze hebben met buurtgenoten drie jaar geleden het heft in eigen hand genomen, omdat de politie niet ingreep in hun „met Afrikaanse drugshandelaren overspoelde buurt”.

„Integratie is een mooi woord, maar werkt hier niet”, zegt de gepensioneerde Adriano Gambarotta die achteraan loopt. „De politie heeft geen tijd om de drugsproblemen aan te pakken”, meent een vrouw die zich enkel presenteert als Elisabetta. „Alleen door het recht in eigen hand te nemen kunnen we de straat weer heroveren”, weet Federico Alberizzi. Op het balkon van zijn appartement heeft hij eieren in zijn geraniumbakken liggen. „Telkens als ik een drugshandelaar zie, bekogel ik hem. Zo moeten we hier respect afdwingen.”

Als geen ander wist dit burgerinitiatief de laatste maanden media-aandacht te trekken. Ook nu worden ze gevolgd door een tv-team en twee buitenlandse radiojournalisten. Het is een van de eerste van vele tientallen, misschien wel honderd, vergelijkbare initiatieven in Italië.

In Napels liep onlangs een anti-pedofielenwacht. In Guidonia bij Rome patrouilleert een anti-verkrachtingsburgerwacht. In het rijke noorden richten de nachtwachten zich tegen dieven en drugshandelaren. En vrijwel allemaal mikken de doe-het-zelvers hun zaklampen en hun vooroordelen op buitenlanders, met name op Roemenen en Afrikanen. Al diverse keren werden zij slachtoffer van groepsmishandeling.

De xenofobe regeringspartij Lega Nord is de grootste organisator van patrouilles. Ze heeft naar eigen zeggen drieduizend burgerwachters rondlopen in de noordelijke steden. Partijgenoten van Berlusconi proberen de laatste maanden hun achterstand in te lopen.

Alleen al in Padova is er een tiental soorten burgerwachten. Buurtgroepen die hun eigen omgeving proberen te beschermen, burgerwachten van politieke partijen, maar ook een contraburgerwacht, georganiseerd door een links sociaal centrum dat niets moet hebben van „die rechtse knokploegen”.

Mede dankzij het aanwakkeren van onveiligheidsgevoelens en vreemdelingenhaat kwam centrum-rechts onder leiding van Silvio Berlusconi vorig jaar april aan de macht. Sindsdien hebben diverse ministers de burgerwachten toegejuicht. Minister Roberto Maroni van Binnenlandse Zaken van de Lega Nord omschreef ze als een „welkome aanvulling”. Hij beloofde ze te legaliseren. Maar inmiddels lijkt hij geschrokken van de verbetenheid, de snelheid en het enthousiasme van de burgerwachten. Nu vindt hij dat het afgelopen moet zijn met de „doe-het-zelf-burgerwachten”. Maroni pleit voor stringente regulering en werkt aan een wetsvoorstel. Hij wil regels voor opleiding, registrering en controle van de burgerwachten.

De vraag is of de burgerwachten zich nu nog laten controleren. Denis Menicazzo, leider van de nachtwacht in Pescarotto, voelt zich verraden. Hij en zijn buurtgenoten weigeren hun nieuwe rol op te geven. „De gemeente faalt. Alleen als wij blijven wacht lopen zullen ze zo nu en dan carabinieri naar onze wijk sturen.”

Wethouder Marco Carrai van Padova, die veiligheid in zijn portefeuille heeft en lid is van oppositiepartij de Democratische Partij, meent dat de burgerwachten vooral zijn gestimuleerd om „gemeenten met linkse besturen in diskrediet te brengen”. Hij beklemtoont dat de regering het meest voor de hand liggende achterwege laat: investeren in de politie. Ook Michele Dressadore, voorzitter van de politievakbond in de regio Veneto, waarin Padova ligt, meent dat er meer geld beschikbaar moet komen: „Eenderde van de politieauto’s in Italië staat stil, omdat er geen geld is voor hun benzine en voor hun onderhoud.”

Hij is tegen de burgerwachten. „Ze zijn gevaarlijk voor de buurt en voor zichzelf, en ze houden ons van ons werk af. We zijn onze schaarse manschappen steeds vaker kwijt aan het uit elkaar houden van burgerwachten.”

In plaats van burgerwachten stimuleren zou de overheid volgens hem zekerheid van straf moeten garanderen. Nu staat een inbreker de volgende dag vaak weer op straat. Ook zouden de strafrechtelijke procedures, die vaak jaren duren, moeten worden versneld. „De regering probeert met haar burgerwachten de aandacht van de echte problemen af te leiden.”

Onlangs demonstreerden in Rome de politievakbonden tegen de burgerwachten en tegen de bezuinigingen. Al jaren worden gepensioneerde agenten niet meer vervangen door jongeren, zo klagen ze. Er zouden tienduizend vacatures niet zijn ingevuld.

Er is sprake van „een enorme paradox”, meent Guglielmo Epifani, voorzitter van de grootste Italiaanse vakbond de CGIL. „Juist de regering die meer dan anderen van veiligheid haar verkiezingthema heeft gemaakt, introduceert de grootste bezuiniging uit de geschiedenis op de politie.”

Intussen voelen de Roemenen en Afrikanen in Padova en in Italië zich steeds minder veilig op straat. „De situatie is gevaarlijk, nu er steeds meer burgerwachten komen die het vooral op buitenlanders hebben gemikt”, zegt de perfect Italiaanse sprekende Raluca Lazarovici-Mihalcu. Zij heeft er na elf jaar Italië genoeg van: „Ik vertrek. Ik ga terug naar Roemenië. Dit kan uit de hand lopen. Groepen Roemenen beginnen zich te organiseren tegen Italianen.”