In Mianzhu mogen ouders alleen vooruitkijken

Het klaslokaal van een middelbare school in Beichuan ziet er nog altijd uit zoals bijna een jaar na de verwoestende aardbeving. Foto AP A classroom of Beichuan New Middle School is seen as it was left after most of the school was destroyed by the May 12, 2008 earthquake, on grave sweeping day in Beichuan, Sichuan, China, Saturday, April 4, 2009. Beichuan county opened its doors for families to mourn quake victims in the Qingming Festival, also known as Grave Sweeping Day. More than 87,000 people were killed or missing in last year's May 12 earthquake. (AP Photo/ Elizabeth Dalziel) Associated Press

Oscar garschagen

Liu Xiaoying wrijft met tranen in haar ogen over haar licht bollende buik. Nadat zij bijna een jaar geleden het lichaam van haar dochter uit het puin van Fuxin Nummer 2-school in het Chinese Mianzhu groef, is zij weer zwanger.

„Ik weet dat het een idioot idee is, maar ik hoop heel erg dat het weer een meisje is, want op die manier krijg ik mijn dochter weer een beetje terug”, fluistert zij in een van de straat onzichtbare hoek in het Goede Vrienden Theehuis in Mianzhu, een van de zwaarst getroffen steden tijdens de aardbevingen op 12 mei 2008.

Haar twee vriendinnen, Liu Menying en Li Yan, die ook hun 12-jarige dochters verloren tijdens de aardbevingsramp in Sichuan, knikken begrijpend. Hun kinderen bevonden zich onder de 88.000 dodelijke slachtoffers.

Het gesprek met de drie vrouwen en Sang Jun, de man van Liu Xiaoying, gaat over hoe zij hun zwaar verminkte dochters vonden, over nieuwe baby’s, onverwerkt verdriet en „het totale gebrek aan energie” om weer aan het werk te gaan en een nieuw leven te beginnen, zoals hen dringend is aangeraden door artsen, hulpverleners en de partij.

Een nieuwe start maken valt hen des te zwaarder, omdat de autoriteiten blijven weigeren om, zoals Sang Jun het formuleert „de misdadigers die de ‘tofuscholen’ bouwden te berechten.” Zijn vrouw Liu Menying heeft net hun maand oude baby, een jongetje, borstvoeding gegeven. „Het was dit keer geen blije zwangerschap, maar ik kon vanwege mijn leeftijd niet veel langer wachten, zei de dokter”, zegt zij schouderophalend. Dat kinderen zoals overal in China later de voornaamste oudedagsvoorziening zijn, blijft onuitgesproken.

Het relatief grote aantal scholieren (tienduizend) onder de slachtoffers is volgens recent onderzoek van de Polytechnische Universiteit van Hongkong vooral te wijten aan de ondermaatse kwaliteit van de ongeveer twintig verwoeste scholen in het gebied.

Er waren in de bouwjaren 1988 en 1989 gedateerde tekeningen gebruikt, ontwerpen voor scholen in gebieden zonder aardbevingsgevaar. En er waren vanwege bezuinigingen en corruptie inferieure materialen gebruikt. Niet alleen de overheidsscholen, maar ook de staatsfabrieken en de mijnen bleken op ondeugdelijke wijze gebouwd te zijn, waardoor het aantal slachtoffers onnodig hoog is uitgevallen.

Onderzoeken met vernietigende conclusies over de gebruikte ontwerpen en materialen van de Tshinghua Universiteit in Peking en de Chinese Academie voor Bouwkundig Onderzoek worden op last van de provinciale partijautoriteiten geheim gehouden.

Het definitieve besluit daartoe is volgens Chineestalige media in Guangzhou en Hongkong onlangs – op 25 maart – herbevestigd uit vrees voor sociale onrust tijdens de grootschalige herdenkingsplechtigheden die op het ogenblik worden voorbereid.

De ouders van de omgekomen kinderen van de Fuxinschool hebben net van hun advocaat gehoord dat de rechtbanken hun klachten definitief niet in behandeling zullen nemen. De politie heeft hen deze week in de aanloop naar de officiële herdenking van ‘Sichuan 12/5’ nogmaals gemaand te stoppen met demonstreren, petities schrijven en vooral te denken aan de toekomst.

„We mogen niet met elkaar praten, niet samen eten, niet samen herdenken. In plaats van ons te helpen worden wij onderdrukt. Maar we gaan door tot er gerechtigheid is”, vertelt Liu Mengying. Li Yan, die heeft verteld nog lang niet toe te zijn aan een nieuwe baby en liever vandaag dan morgen sterft: „Het maakt mij niet uit of we worden gearresteerd, al maken ze mij dood.”

Even later giechelt zij: „We voelen ons een soort ondergrondse beweging.” Als er een helikopter van de politie overvliegt kijken ze allemaal toch even zenuwachtig naar buiten.

Vader Sang Jun wiegt intussen zijn zoontje: „We hebben getuigenissen verzameld van de bouwers en de arbeiders. We weten wie de verantwoordelijke bestuurders zijn. De Fuxinschool stond voor de aardbeving al bijna op instorten. Waarom zijn de schuldigen dan nog niet gestraft. Onze leiders in Peking hebben niet in de gaten wat er hier aan de hand is. Wij zijn bereid ons in ons lot te schikken als onze president erkent dat de scholen slecht gebouwd waren en de schuldigen laat straffen.”

En, zegt de werkloze Sang Jun, die zijn kritiek voorzichtigheidshalve verpakt in de vorm van een steunbetuiging aan de Chinese Communistische Partij: „Wij hebben altijd geloofd in de partij en dat doen we nog steeds. De partij vallen wij niet af, wij zijn geen verraders van China. Maar ik weet zeker dat China op een dag ten onder gaat aan het gedrag van corrupte bestuurders, China wordt gesloopt door corruptie.” Na het gesprek met deze krant werden zij opnieuw gemaand niet met buitenlandse journalisten te praten. Maar Sang Jun die al eens is aangehouden na contacten met Chinese en buitenlandse media is niet van plan zich daar veel van aan te trekken.

De drie vrouwen met hun gekwelde gezichten en hij hebben net een brief geschreven aan president Hu Jintao met hun relaas en een verzoek op 12 mei de aardbevingsramp te mogen herdenken op het inmiddels geëgaliseerde terrein waar de Fuxinschool stond. De poorten zijn dichtgemetseld, alle sporen van de school zijn gewist. De partijsecretaris en de politie hebben manifestaties op deze locatie verboden. Buitenlandse journalisten worden dringend en dreigend verzocht te vertrekken.

Navraag op het partijkantoor in de regio Beichuan levert geen resultaat op, wederhoor blijkt niet mogelijk, want partijsecretaris Yan Gonghua is niet gemachtigd met de pers te praten en bovendien afwezig, vertelt zijn secretaresse. De betrekkelijke openheid van een jaar geleden – journalisten en non-gouvernementele hulpverleners werden toegelaten in het rampgebied – heeft plaatsgemaakt voor geslotenheid; zeker als het gaat om de schuldvraag treden oude reflexen in werking.

Maar daarmee is niet alles verklaard. Een dag later laat partijsecretaris Yan Gonghua weten dat alle energie gericht moet zijn op de wederopbouw van de regio, waar bijna een miljoen mensen dakloos – en vaak ook werkloos – zijn geraakt en nu in tijdelijke nooddorpen, kampementen eerder, wonen.

Hij was overigens niet aanwezig op kantoor omdat hij naar de begrafenis moest van de plaatsvervangend partijsecretaris van het totaal verwoeste Beichuan. De 33- jarige communist Feng Xiang, een voormalige journalist, had zich opgehangen, omdat hij het verdriet van het verlies van zijn zoontje niet kon verwerken. Het jongetje ligt samen met elfhonderd andere scholieren begraven onder de ingestorte school.

Feng Xiang was de derde lokale partijfunctionaris in het rampgebied, die zichzelf heeft opgehangen. „We zijn hier allemaal slachtoffer”, zegt partijsecretaris Yan Gonghua via zijn secretaresse: „We hebben allemaal kinderen en familieleden verloren, niemand uitgezonderd.”