Frustaties op een vuilnisbelt in Jakarta

Bij Gikoko worden ze gek van de VN. Het bedrijf had op een vuilstortplaats in Jakarta al wel tienduizenden ton CO2 kunnen besparen. Maar de bureaucratie! „Bij ons is er nu al één jaar verloren.”

De vuilnisstortplaats in Bekasi, de oostelijke buitenwijk van Jakarta. (Foto Ahmad Salman) INDONESIA, BEKASI - 03 APRIL 2009 Scavengers sort and collect useful garbage material at the Sumur Batu dump where the gas processing plant uses landfill gas flaring technology, which collects methane gas generated during the decomposition process. The two million Bekasi residents produced about 6,000 cubic meters of garbage per day, although the administration could only transport around 2,500 cubic meters to the Sumur Batu dump. Photo by Ahmad 'deNy' Salman Salman, Ahmad 'deNy'

Alles staat gereed om het broeikasgas dat de stortplaats in Bekasi produceert onschadelijk te maken. Het afval van de oostelijke buitenwijk van Jakarta ligt niet meer open en bloot in de zon te sudderen, maar is deels bedekt met zwart plastic. Zwarte buizen kunnen het methaangas dat de bacteriën in het vuil produceren, afvoeren naar een installatie van het Japans/Hongkongse bedrijf Gikoko waar het wordt verbrand.

De koolstofdioxide (CO2) die daarbij in de lucht verdwijnt, is aanzienlijk minder schadelijk dan het methaangas. In de terminologie van ‘Kyoto’: op deze manier wordt per ton verbrand methaan 21 ton ‘CO2-equivalent’ bespaard. En die zogeheten CO2-credits gaat Gikoko verkopen aan Nederland. Zodat Nederland zelf minder hoeft te besparen.

Maar negen maanden nadat de installatie gereed was, heeft Nederland nog geen CO2-credit kunnen kopen, heeft Gikoko nog geen cent verdiend, en verdwijnt het methaangas van de afvalberg nog gewoon in de lucht.

„Als ik had geweten hoe moeizaam dit zou gaan, weet ik niet of ik eraan was begonnen”, zegt directeur Joseph Hwang van Gikoko. Zijn bedrijf besloot zich in 2004 te begeven in de wereld van het Clean Development Mechanism (CDM), zoals het systeem wordt genoemd waarbij bedrijven broeikasgasbesparingen kunnen verkopen aan westerse industrielanden. Maar van de vier open afvalbelten in Indonesië die zijn bedrijf sindsdien in CO2-bespaarfabrieken transformeert, is er slechts één die al functioneert.

Dat komt door de strenge eisen die de Verenigde Naties stellen aan projecten, vertelt Hwang. Hij had verwacht dat het proces zo’n acht maanden zou duren. Maar nu is hij al ruim vijftien maanden bezig, en inmiddels weet Hwang dat de goedkeuring op zijn vroegst pas in september komt. Pas vanaf dat moment worden zijn CO2-besparingen geld waard en kan hij het zich veroorloven de installatie aan te zetten. „We hadden in Bekasi nu al 30.000 ton bespaard kunnen hebben”, zegt Hwang.

Hwang heeft meer frustraties. Bij de installatie in Bekasi staat ook een generator, om met het methaangas elektriciteit op te wekken voor eigen verbruik. Maar eigenlijk zou het bedrijf genoeg elektriciteit kunnen opwekken om te verkopen. Dat levert minder directe CO2-besparing op, maar doordat het elektriciteit vervangt die anders met fossiele brandstoffen zou worden opgewekt, is het wel beter voor het milieu.

„Maar van de VN mogen we geen elektriciteit verkopen, want dat stond niet in het oorspronkelijke plan”, zegt Hwang. Toen hij het plan opstelde had het Indonesische elektriciteitsbedrijf PLN geen interesse om schone elektriciteit in te kopen. Nu, anderhalf jaar later, wil PLN dat alsnog, maar mag Hwang van de VN zijn plan niet meer wijzigen. Dus wordt het methaangas straks maar gewoon verbrand. Hwang: „Omdat de procedure zo lang duurt, kan de markt in de tussentijd veranderen. Maar daar houden de VN geen rekening mee.”

Hwang begrijpt wel dat de Verenigde Naties streng moeten zijn. „Er zijn mensen die proberen vals te spelen”, zegt hij. Maar door de lengte van de bureaucratische procedures worden ondernemers zoals hij ontmoedigd zich met CO2-besparingen bezig te houden, zegt hij. „We willen toch dat er snel CO2 wordt gereduceerd? Bij ons is er nu al één jaar verloren.”

    • Elske Schouten