Franske

Drie uur lang had Dick Advocaat met de Belgische voetbalbond gesproken. De gelouterde coach van Zenith St. Petersburg had het erg naar zijn zin gehad. „Het waren best leuke mensen, die Belgen.”

Leuke mensen?

Als er nou iets is wat je bij voetbalinstanties niet tegenkomt, dan wel leuke mensen. Althans, je mag het niet aan ze zien dat ze ook leuk kunnen zijn. Hoe vaak zouden we Henk Kesler dit jaar hebben zien lachen? Of de voorzitters van PSV, Ajax en Feyenoord? Dirk Scheringa wel, die ligt altijd in een deuk, maar dat is eerder een commerciële tic dan aangeboren goedlachsheid. Wervende vreugde als vehikel.

De KBVB: mortuarium voor geslagen honden. Met voorzitter François De Keersmaecker als ultieme mummie. Je kunt hem nog het best vergelijken met Hans Dorrestijn: het lacht en het weet niet waarom. Schreien à la carte zou ook kunnen.

Franske.

Wat om hem heen hangt is al even kleurloos. Protocolzieke tooghangers. Window dressing. Er is al jaren geen sprake meer van beleid in Brussel. Voetbal: hooguit als gezelschapsspel. Jong talent zat bij de Rode Duivels, maar er wordt niets mee gedaan. Ook niet omdat ex-bondscoach René Vandereycken het verdomde in te leveren op zijn eigenzinnigheid. En dus haalde Moussa Dembélé in het Belgisch elftal nooit zijn niveau van AZ.

Toch wil half Nederland nu bondscoach van de Rode Duivels worden. Louis van Gaal is gecharmeerd, Dick Advocaat is vertederd, Aad de Mos is al jàren kandidaat. Henk Houwaart, Jan Boskamp, Adrie van Tichelen, ja zelfs Ronald Koeman en Leo Beenhakker zouden op de knieën gaan voor een plaats in de tricolore dug-out.

Voor het geld kan het niet zijn: de KBVB is armlastig. Meer dan vijf ton jaarsalaris zit er niet in. Daar draaien ze in Letland en Estland hun hand niet voor om.

Wat zou dan de charme van Belgisch voetbal voor een Nederlandse coach kunnen zijn? Vooreerst: de kunst van het onmogelijke. Elke bondscoach die de Rode Duivels nog eens naar een toernooi kan leiden, heeft een heldenstatus. Dat spreekt tot de verbeelding. Vandaar destijds ook die rare keuze van Leo Beenhakker voor Trinidad & Tobago. Het verlangen volksheld te zijn, waar maakt niet uit. In Nederland is dat quasi onmogelijk. Daar zijn helden per definitie regionaal: Ajax, FC Twente, Volendam. Guus Hiddink heeft alles bereikt in zijn voetballeven, maar een nationale volksheld is hij niet. Heeft Rinus Michels de eer van het volk gekregen die hem toekwam? Niet langer dan 24 uur. Daar zorgde Johan Cruijff wel voor.

België is voor een Nederlander dicht bij huis: altijd aangenaam. Meer dan een uitstapje is het niet. Lust boven last. Op deze treurige Koninginnedag was Antwerpen weer een Nederlandse kolonie. De winkels bleven twee uur langer open om koopgrage Hollanders te bedienen in hun vermaakzucht. Bondscoach Louis van Gaal zou dus om de drie weken tegen zijn Truusje kunnen zeggen: kom op, we maken er een gezellig winkeldagje van. Dat lukt in Alkmaar niet. De duobaan van bondscoach is Louis op het lijf geschreven: in Alkmaar werken, in België flaneren. Om de resultaten hoeft hij zich niet te bekommeren: een bondsinstantie die het nationale elftal uitlevert aan een bijklusser is, hooguit, een praalgraf. Ook mooi meegenomen: België is een land zonder tegenspraak. Wel gekakel, maar als het om bovengestelden gaat altijd met meel in de mond. Zoals Van Gaal het graag heeft. Er is voor Louis geen betere plek om de grenzen van zijn razernij af te tasten.

Eigenlijk is er maar één Nederlandse coach die bij de Rode Duivels past: Bert van Marwijk. Kampioen alledaagsheid. Geheel vrij van moeilijke woorden en clichés, moeder in een vader, eerder man van fluwelen dan van bevelen. Met gezag, jazeker, maar niet als schreeuwlelijk. Soms ook samen in de kroeg. Gek genoeg hebben zowel Louis van Gaal als Dick Advocaat en Bert van Marwijk ooit voor een Belgische ploeg gevoetbald, zij het tweede garnituur.

Daar hebben ze de stilte van de kleedkamer leren kennen. Na de wedstrijd reden ze, gejaagd door de wind, weer de grens over. België was toen nog echt buitenland.

De verkennende gesprekken met zowel Louis van Gaal als Dick Advocaat werden in Nederland gevoerd. Beide heren vonden het niet nodig om even de trein naar Brussel te nemen. De omgekeerde sollicitatie. Ik zag ze al zitten in zo’n Hollands plattelandshotelletje, drie sukkels van de KBVB. En maar smeken en maar bieden. Zouden Dick en Louis de plebejische krijtstrepen nog hebben nagezwaaid?

Ik dacht het niet.

    • Hugo Camps