EU-ambtenaren getergd door 'Britse samenzwering'

De Britse regering is er, in nauwe samenwerking met de Britse pers, op uit om de euro kapot te maken. Samenzweringstheorieën uit de krochten van de Europese Commissie.

Eerst schreef de Financial Times dat Griekenland failliet kon gaan. Toen dreigden Westerse banken in Oost-Europa, die nauwelijks krediet meer verstrekten, hun moedervestigingen „het zwarte gat” in te trekken. Ook dat stond in de FT. Daarna kwalificeerde zowat de hele Angelsaksische pers de top van EU-regeringsleiders op 1 maart in Brussel als „mislukt”. Ook was er dat omslagartikel van The Economist dat suggereerde dat de schuldenlast van Oost-Europa eurolanden de kop kon kosten.

Aan negatieve berichtgeving is men bij de Europese Commissie in Brussel wel gewend. Maar de laatste maanden neemt die volgens sommige Commissiefunctionarissen met name in de Angelsaksische media zulke apocalyptische vormen aan, dat zij er maar één verklaring voor kunnen bedenken: de Britse regering in Londen voert via de pers een campagne om de EU en de euro kapot te maken. In één week tijd ontvouwden drie functionarissen, tegenover deze krant, onafhankelijk van elkaar, deze samenzweringstheorie.

„De Britten”, legde een hunner doodkalm tijdens een lunch uit, „hebben nooit van de EU gehouden. Ze zijn vooral lid geworden, in 1973, om te zorgen dat de Unie niet te sterk werd. Om van binnenuit op de rem te kunnen staan. Ook gruwt Londen van de euro. Nu de crisis de EU en de euro onder druk zet, maken de Britten er misbruik van. Misschien willen ze de Ieren bang maken, zodat die later dit jaar in een referendum weer nee zeggen tegen het verdrag van Lissabon.”

Dit is forse taal. Maar hier voelen velen het zo, zij het dat ze er alleen anoniem over willen spreken.

De druppel was de verslaggeving over de Europese top van 1 maart. Volgens Franse, Duitse en Spaanse media hebben de regeringsleiders die dag een ruzie bijgelegd die begin februari oplaaide toen de Franse president Sarkozy staatssteun beloofde aan Franse autofabrikanten die in Frankrijk niemand zouden ontslaan. Volgens Le Figaro hadden zij „de rangen gesloten”. Ook Duitse media wezen erop dat de 27 het protectionisme nu eensgezind afwezen. Volgens de Financial Times – dominant in Europese kringen – The Wall Street Journal en andere Angelsaksische media was de top echter mislukt: ‘oudere’ lidstaten zouden geweigerd hebben een hulpfonds op te zetten voor nieuwe lidstaten. Dit fonds was een idee van de Hongaarse premier. Hongarije is er beroerder aan toe dan andere Oost-Europese economieën; het ligt aan het infuus van het IMF. The Times schreef dat de top werd „gekenmerkt door achterdocht en eigenbelang”. De International Herald Tribune concludeerde dat de regeringsleiders „blijk gaven van de verdeeldheid die ze met de top juist wilden toedekken”.

Vroeger was Frans de lingua franca van Brussel. Maar sinds de toetreding van Oost-Europese landen verdringt het Engels het Frans. Ook in veel Europese landen, waaronder Nederland, loopt de kennis van het Frans en Duits terug. Dat maakt dat men op nationale ministeries en nieuwsredacties steeds meer op de Engelstalige pers is aangewezen voor informatie over Europa. En dus op de berichtgeving van Britse correspondenten. Daardoor misten velen een belangrijk detail van de maart-top: niet alleen West-Europese maar ook Oost-Europese landen waren tegen het voorgestelde hulpfonds. Van „verdeeldheid tussen oost en west” (Financial Times) was geen sprake. Het was 26 tegen één. Sommige Hongaren begrepen zelfs niet wat hun eigen premier had bezield met dit fonds.

Hoge functionarissen bij de Commissie zijn furieus dat één segment van de Europese berichtgeving die volgens hen „eenzijdig” is, zoveel impact kan hebben. Zij nodigen daarom steeds vaker groepjes journalisten uit voor off the record gesprekken. Gevraagd naar een samenzwering zei één hunner laatst: „Er zijn mensen die het Europese project willen schaden. Ik herken vaak niets van mediaberichten over vergaderingen waar ik bij heb gezeten. Hier zitten mensen achter met een agenda.”

Hij noemde geen namen. Maar de verslaggever van de Economist, die erbij zat, had genoeg gehoord en schreef er een column over. Hij noemde de samenzweringstheorie „bonkers”, maar beaamde dat Britse en Amerikaanse media in Brussel vaak uit zijn op „a fight and a row”. De grootste problemen van verslaggevers zijn volgens hem momenteel „onbenul en luiheid”. De correspondente van de Poolse krant Gazeta Wiborcza, Dominika Pszczólkowska, wees er in een blog op hoeveel schade Britse media aanrichten door te suggereren dat Oost-Europa één ‘zwart gat’ is. Ook zij gelooft niet in samenzweringen. Maar „in deze onzekere tijden komen dit soort profetieën soms uit”.

Ook een Oost-Europese minister trommelde laatst in Brussel wat journalisten op. Hij bulderde: „Schrijf nog een paar weken dat wij allemaal failliet gaan, dan gebeurt het vanzelf. Hartelijk dank!”

Als samenzweringstheorieën in Brussel de ronde doen, hebben ze steevast Britten in de hoofdrol. Velen verdenken hen ervan dat ze de uitbreiding met tien landen in 2004 hebben „gepusht” met één doel: de Unie verwateren. Met 27 landen verloopt de besluitvorming immers moeizamer. Dat commissaris Neelie Kroes vanwege de crisis de staatssteunregels moet versoepelen, zien sommigen ook als een Brits complot. Heeft Kroes’ huidige Britse directeur-generaal, fluistert men, afgelopen jaren niet een „disproportioneel” aantal Britten op sleutelposten benoemd? Pleiten die niet al langer voor flexibeler omgaan met Europese afspraken over staatssteun?

Waarom dit een samenzwering zou zijn, is niet duidelijk. De Britse regering maakt er geen geheim van dat Europa vooral een interne markt moet blijven. Londen is tegen een gemeenschappelijk buitenlands beleid en tegen meedoen aan de euro. In de serie Yes Minister, uit de jaren tachtig, wordt al de spot gedreven met een minister die in Brussel een Europees voorstel wil steunen, maar door ambtenaren wordt teruggefloten: „Sorry minister, dat zal niet gaan. We zijn bij de Unie gegaan om in Brussel tégen te stemmen.”

Dat regeringen proberen correspondenten in Brussel ‘bij te sturen’, is evenmin geheim. Het gebeurt al jaren. De gepensioneerde Fransman Jacques-René Rabier herinnert zich levendig „hoe de zes founding fathers eind jaren vijftig probeerden te verhinderen dat ik de eerste Europese woordvoering opzette”. De Duitse bondskanselier vliegt Duitse journalisten naar Berlijn voor een diner. Op ‘netwerkborrels’ van de ambassade voor Nederlandse ambtenaren bij Europese instellingen worden Nederlandse journalisten uitgenodigd. Elk land houdt in Brussel persconferenties in de eigen taal. Als buitenlanders daar al welkom zijn, kunnen ze vaak niet komen: deze persconferenties vinden meestal op hetzelfde tijdstip plaats. Nu veel media bezuinigen op Brusselse correspondenten, kunnen die tijdens een top niet meer naar verscheidene premiers tegelijk. Zij werken voor nationale kranten of radiostations en kiezen dus voor hun eigen premier. Doen zij dat niet, dan worden ze daar door woordvoerders op aangesproken.

Hét thema van de Angelsaksische pers is nu dat eurolanden de strenge toetredingscriteria voor de euro moeten afschaffen, en alle Oost-Europese landen snel in de eurozone moeten laten. Diplomaten steunen of verwerpen dat in allerlei gradaties. Europese functionarissen zijn hard bezig het te debunken. Verslaggevers in Brussel doen er, meer dan ooit, goed aan om elk verhaal niet twee keer te checken, maar 27 keer. Liefst in zoveel mogelijk talen.

    • Caroline de Gruyter