Een swingende kaketoe

Hij lijkt wel een oude rocker: de kaketoe Snowball. Dat hij zo kan swingen, komt doordat hij ook kan leren zingen. Want die dingen hebben met elkaar te maken.

Een swingende kaketoe

Gaat jouw hoofd ook vanzelf op en neer in het ritme als je een lekker swingend nummer hoort? Je bent de enige niet. Snowball de kaketoe beweegt zijn kop en ‘stampt’ met zijn poten op zijn stok als hij een nummer van de Backstreet Boys hoort.

Als de muziek sneller gaat, wipt het hoofd van Snowball ook sneller heen en weer, ontdekte de Amerikaanse hersenonderzoekster Irena Schulz. En ook als de muziek langzamer gaat, blijft de sneeuwwitte kaketoe in de maat. Dat is bijzonder, want wetenschappers dachten dat alleen mensen ritmegevoel hadden.

Toch swingen de vogels in de tuin niet mee als er een feestje is. Waarom zijn papegaaien dan wel zo muzikaal? Omdat ze leren zingen en praten van andere vogels, denkt Adena Schachner, een andere onderzoekster. Op YouTube vond ze meer dan duizend filmpjes met dansende dieren. Swingende konijnen, apen, varkens, honden, van alles kwam voorbij. Maar alleen papegaaien bewogen in de maat. En een olifant.

Ook olifanten leren zingen van elkaar, net als mensen. En al die andere dieren niet. Dat mensen, olifanten en papegaaien in de maat dansen, hebben ze dus misschien te danken aan iets wat voor leren zingen (en praten) belangrijk is: de delen in de hersenen waarmee ze kunnen horen en bewegen.

Als dat zo is, moeten dolfijnen, walvissen, en zeehonden ook in de maat kunnen blijven. Zij leren ook zingen van elkaar. Maar dat hebben de onderzoekers nog niet kunnen ontdekken. Snowball danst trouwens alleen voor bekenden. Zijn baasjes waren altijd in de buurt bij zijn optredens. Je zou dus kunnen denken dat die baasjes een trucje uithalen. Dat zij het ritme aangeven en dat hun troetelvogel hen gewoon nadoet. Het blijft een papegaai, tenslotte. Maar in het onderzoek mochten de mensen die bij Snowball stonden, niet bewegen op de muziek.

Niki Korteweg

Een filmpje van de rockende Snowball staat op: www.nrc.nl/kleinewetenschap