Een corrigerende tik van een boze moeder

Wie staat er voor de rechter en waarom? Moeder Cecilia heeft haar dochter geslagen. Maar dat was Natalia’s schuld, in feite.

Moederliefde kan beklemmend zijn. Maar als moederliefde omslaat in haat, moet je oppassen. Ze ziet er best lief uit, moeder Cecilia (55), kort zwart kroeshaar, groene ogen. Aan haar arm bungelt een rood Cartier-tasje, van karton. De rechter heeft gevraagd of Cecilia op 30 juli 2007 op het Amstelstation was. Er komt geen nee, er komt geen ja, er komt een Spaanse spraakwaterval. Ze is geboren in de Dominicaanse Republiek.

Zij is weggegaan, zegt Cecilia. Zeven jaar geleden. Zoveel pijn. Zoveel leugens. Zo erg. Cecilia heeft het over haar dochter, Natalia. De dochter die ze op het Amstelstation tegenkwam en bij de haren greep. Zo stevig, dat Natalia achteroverviel. En toen zou ze nog een paar klappen hebben gekregen. Maar zo ver is de rechter nog niet. Hij baant zich een weg door de woorden van Cecilia.

Was ze op het Amstelstation? Si. Heeft u aan uw dochters haren getrokken? Si, si, si. En toen viel ze? Si. En toen sloeg u? Tot nu toe heeft Cecilia de vragen van de rechter als lastige vliegen weggeslagen. Ongeduldig. Ze wil door. Vertellen over haar dochter, haar leugens, haar ellende. Maar door de laatste vraag raakt ze weer van het pad.

Slaan?, snerpt ze. Slaan? Een leugen, dat is het. Zoals het ook een leugen is dat Natalia, de dochter, de moeder niet meer wil zien. Het is andersom. Zij, Cecilia, de moeder, wil haar dochter niet meer zien. Nooit meer. Natalia, zegt Cecilia, stuurt kerstkaarten. „Wil ik niet.” Ze stuurt verjaardagskaarten. „Wil ik niet.” Ze stuurt een kaart voor Moederdag. „Wil ik niet.” Zo in het Spaans klinkt de woede van een moeder best mooi.

De rechter moet eraan geloven, hij moet de vraag stellen waarom Cecilia en haar dochter zo boos op elkaar zijn. Een heel korte samenvatting: Natalia heeft, toen ze nog thuis woonde, contact gezocht met Jeugdzorg. Een jaar lang kwam ze daar elke week, zonder dat haar moeder het wist. Ze heeft, zegt Cecilia, zich helemaal uitgekleed voor de Jeugdzorg. Ze wilden zien waar ze was geslagen. Ze wou weg thuis. En toen Cecilia erachter kwam en al die valse beschuldigingen hoorde, heeft ze haar dochter 50 euro gegeven voor een buskaart en weggestuurd.

Natalia, zegt de moeder, blijft maar bellen en schrijven. Voortdurend komt ze haar tegen: op straat, in de metro, de bus. En op het station. Nou zijn we waar we wezen moeten, lijkt de rechter te denken. Wat gebeurde er precies op het station?, vraagt hij. Op het station, zegt Cecilia, explodeerden haar zenuwen. Ze zag haar dochter en werd boos, zo boos dat ze pas bij zinnen kwam toen ze haar bij de haren vast had. Een andere dochter, die erbij was, heeft haar moeten tegenhouden. Die andere dochter heeft geen verklaring willen afleggen bij de politie. Zij beroept zich op het verschoningsrecht, het recht om niks belastends te zeggen over haar moeder of haar zus. Natalia heeft wél een verklaring afgelegd, en haar echtgenoot, die er bij was, ook. En hij heeft gezien dat Natalia klappen kreeg. Later heeft Natalia de politie nog gebeld om te zeggen dat er een bos haar van haar hoofd is getrokken.

Cecilia is onder behandeling voor spanningsklachten. „De schuld van Natalia.” Ze krijgt medicijnen tegen de depressie. „Ook Natalia’s schuld.” Cecilia, zegt de reclassering, heeft geen spijt. Ze ziet, staat in het rapport, vooral zichzelf als slachtoffer. Dat was de rechter wel duidelijk. De officier van justitie maait vast het gras weg voor de advocaat van Cecilia. Ze was niet ontoerekeningsvatbaar, daar op het station. Ze weet precies wat er is gebeurd. Psychische overmacht was het ook niet. Ze komt haar dochter heel vaak tegen en dan slaat ze niet. Zijn eis is dubbel zo hoog, omdat Cecilia de moeder is en het slachtoffer haar dochter. Mishandeling binnen een familieband, ook al is die niet hecht, wordt zwaarder bestraft: 800 euro, de helft voorwaardelijk.

Cecilia’s advocaat wil vrijspraak. Ja, Cecilia heeft geslagen, ze kon niet anders. Het was, zegt hij, een ultieme correctieve reactie van een boze moeder. Een corrigerende tik dus. Maar, dat deed je toch bij een lastige peuter, op de luier, en bij erge boosheid op de bovenarm, en was dat inmiddels niet ook verboden?

Cecilia staart inmiddels huilend uit het raam. Ze praat niet meer en luisteren doet ze nauwelijks. De rechter geeft haar een waarschuwing van 500 euro voorwaardelijk.