Duitsland is vooral druk met zichzelf

Wordt Duitsland binnen de Europese Unie langzaam een gewoon land, vraagt een Britse journalist, dat net als de andere lidstaten eerst aan zichzelf denkt?

In een zwarte bus reden we door Berlijn – 29 journalisten uit Brussel – van het ene ministerie naar het andere, in drie dagen. Bij elke minister en staatssecretaris stond na ons bezoek een doosje Belgische chocola op tafel. Dat had de Duitse ambassade in Brussel bedacht, de ambassade had de bonbons ook betaald. Door dat doosje, zeiden ze daar, werd de kans groter dat we volgend jaar weer in Berlijn langs mochten komen voor zo veel mogelijk achtergrondinformatie over Duitsland in Europa.

De reis heette een ‘informatief bezoek’. De meeste gesprekspartners stelden als voorwaarde dat ze niet geciteerd zouden worden, of maar voor een deel. Dan voelden ze zich vrijer, zeiden ze, om over het onderwerp van de reis te spreken: ‘Duitse perspectieven voor de toekomstige ontwikkeling van de Europese Unie’.

Wat weet je daarover als je vijf ministers, twee staatssecretarissen, een parlementariër, een hoge ambtenaar en twee onderzoekers van een denktank hebt gesproken?

Vooral dat Duitsland zich zorgen maakt. Over de economische crisis natuurlijk, maar ook over de Europese verkiezingen van begin juni. De opkomst dreigt dramatisch laag te worden. In Beieren, zei een van onze gesprekspartners die uit die deelstaat komt, is het dan net pinkstervakantie. Hoe krijg je mensen toch naar de stembus? Door te benadrukken hoe belangrijk Europa is, zei SPD-parlementariër Eva Högl. „Pas daarna moeten we het over onze eigen partij hebben.” Juist niet, vond een ander: we moeten de verschillen tussen onze partijen laten zien. ‘Europa’ zegt mensen te weinig.

Bijna steeds ging het ook over Tsjechië, dat nu voorzitter is van de EU. De Tsjechen, vinden ze in Berlijn, voerden een treurspel op door hun regering te laten vallen in maart van dit jaar. Midden in het EU-voorzitterschap, in een tijd van economische ellende. Volgende week stemt de Tsjechische senaat over het nieuwe EU-verdrag. Als het wordt goedgekeurd, zullen de Duitsers het gebrekkige voorzitterschap snel vergeten zijn.

Maar helemaal zeker zijn ze in Berlijn nog niet van die goede afloop. Duitse politici hebben contact met leden van de Tsjechische senaat. Tsjechië wordt onder druk gezet. Dat land wil graag dat de EU wordt uitgebreid. Maar dat gebeurt niet, zegt Duitsland, als er geen nieuw EU-verdrag is. Dat verdrag moet een grote EU beter bestuurbaar maken. Zonder nieuw verdrag wordt de EU zeker niet nóg groter.

Maar wat waren nu precies de ‘Duitse perspectieven voor de toekomst van de EU?’ Grote vergezichten of nieuwe ideeën voor Europa werden in Berlijn niet gepresenteerd. Duitsland is druk met zichzelf: door de economische crisis en de verkiezingen voor de Bondsdag later dit jaar. Dat was, moesten we begrijpen, de achtergrond van alles wat tegen ons werd gezegd.

De minister van Economische Zaken kreeg zijn chocola uit Brussel een dag voordat hij bekendmaakte hoeveel werklozen zijn land naar verwachting volgend jaar heeft: 4,6 miljoen. Zijn collega van Financiën, Peer Steinbrück, zwaaide net de premier van Letland uit toen onze bus voorreed. Duitsland steunt Letland in de onderhandelingen met het IMF en de EU over geld voor een eigen reddingsplan.

Duitsland, zei Steinbrück nadat de Letse vlag bij zijn ministerie was gestreken, maakt zich over de eigen concurrentiekracht nog geen zorgen. Wel over die van andere landen in Europa. En als het met andere landen niet goed gaat, is dat slecht voor Duitsland, dat sterk afhankelijk is van export.

Een Britse journalist vroeg of Duitsland een gewoon EU-land aan het worden was, dat vooral aan zichzelf dacht – anders dan vroeger. En waar was het Duitse leiderschap in de Europese Unie?

Als je het niet ziet, zeiden onze gesprekspartners, betekent dat nog niet dat het er niet is. Je hoeft niet voortdurend met eigen initiatieven te komen zoals sommige Europese regeringsleiders (lees: Sarkozy), om toch invloed te hebben, vinden ze in Berlijn. Even achterover leunen, nadenken – juist in crisistijd heb je leiders nodig die dat kunnen.

Eén boodschap voor de toekomst was wel duidelijk: de Duitse regering steunt de Portugees José Manuel Barroso die graag opnieuw voorzitter wil worden van de Europese Commissie. Barroso was het wel vaak stilzwijgend eens geweest met de Franse president Sarkozy. Hij was ook met strenge voorstellen gekomen voor de zware industrie waar vooral Duitsland last van had, maar onder druk van Duitsland waren die afgezwakt. In Duitsland zeggen ze nu dat Barroso leiderschap heeft getoond. En Duitsland kent niemand anders die het beter zou doen.

Als het nieuwe EU-verdrag er komt, moet er ook een vaste voorzitter komen van de EU. Sarkozy, bevestigen ze in Berlijn, zoekt al heel lang naar kandidaten. Naast de Britse oud-premier Tony Blair, heeft Frankrijk ook de vroegere premier van Spanje gevraagd, Felipe González. Duitsland leunt nog achterover en denkt na. En dan? Dan zal er overlegd gaan worden met Frankrijk. Als die twee landen er samen uit komen, blijft er voor de anderen weinig te kiezen over.

    • Petra de Koning