Dr. Zeepaard legt het nog een keer uit

Dr. Zeepaard legt het nog een keer uit Hé, doctor Zeepaard! Dat van dat waxinelichtje is maar half waar. Als de zuurstof opraakt, komt er iets anders voor terug! Dat schreef dr. Jan Willem Nienhuys.

Hé, doctor Zeepaard! Dat van dat waxinelichtje is maar half waar. Als de zuurstof opraakt, komt er iets anders voor terug! Dat schreef dr. Jan Willem Nienhuys.

Eh ja, Dr. Zeepaard heeft vorige week een beetje zitten slapen bij de proefjesfabriek (Een glas dat water drinkt). Wat gebeurt er wél als je een waxinelichtje op een bord met water zet en het dan onder een glas laat branden?

In waxine zit koolstof en waterstof. Die verbranden in de vlam met zuurstof uit de lucht. De zuurstof verdwijnt en er komen kooldioxide (gas) en waterdamp voor terug.

Als je het precies nagaat, voegt briefschrijver H. Schöyer toe, zie je dat een beetje kooldioxide weer oplost in het water. De waterdamp verdwijnt bijna helemaal: die slaat neer als vloeibaar water. Zo verdwijnt, via die waterdamp, toch zuurstof uit de lucht.

Maar er speelt nóg iets. Warme lucht neemt meer ruimte in. En lucht die afkoelt, als het vlammetje dooft, krimpt juist. Vooral daardoor wordt het water in het glas gezogen, schrijft Laurens Allaart. Hij testte het met een zelf geknutseld waxinelichtje met drie lonten. Dat geeft extra warme lucht en daarna extra krimp, dacht hij. En dat klopte. ‘Het water kwam bijna drie keer hoger’, schrijft hij. Mvdh