De stelling van Kathalijne Buitenweg: hét Nederlandse belang in Europa bestaat niet

Wiens belang behartigen de Europarlementariërs eigenlijk? „De kiezers denken misschien dat wij Nederland vertegenwoordigen. Dat is prettig om te horen, maar het is niet waar”, zegt Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) tegen Roel Janssen.

Foto’s Maurice Boyer De stelling van Kathalijne Buitenweg: hét Nederlandse belang in Europa bestaat niet Wiens belang behartigen de Europarlementariërs eigenlijk? „De kiezers denken misschien dat wij Nederland vertegenwoordigen. Dat is prettig om te horen, maar het is niet waar”, zegt Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) tegen Roel Janssen. Kathelijne Buitenweg Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 28-04-2009 Boyer, Maurice

Een parlementariër in de Tweede Kamer vertegenwoordigt zijn achterban. Als Europarlementariër word je door de Nederlandse bevolking gekozen. Vertegenwoordig je dus Nederland?

„Nee. Ik ben gekozen door GroenLinks. Ik sta dichter bij de Duitse Grünen dan bij een Nederlandse VVD’er. We zitten in het Europarlement ook niet met alle Nederlanders bij elkaar, we zitten per fractie. De meeste stemmingen lopen verdeeld langs politieke lijnen. Bij mijn wetgeving over het verbod op homodiscriminatie stemden de Nederlandse CDA-Europarlementariërs samen met de Italiaanse partij van Berlusconi en de Poolse christen-democraten tegen en de Poolse sociaal-democraten, liberalen en groenen vóór mijn wet.”

Verbod op homodiscriminatie lijkt mij een typisch Nederlands belang.

„Is dan uw stelling: Het CDA schaadt het Nederlands belang”?

In voorkomende gevallen zal dat best kunnen.

„U heeft het idee dat er een objectiveerbaar Nederlands belang is. Maar dat is niet zo.”

De kiezer verwacht dat een Nederlandse afgevaardigde in het Europarlement het Nederlandse belang zal vertolken.

„Je neemt je Nederlandse realiteit mee naar Brussel, maar wat je vindt van het Nederlandse belang is afhankelijk van je partij-ideologie. GroenLinks heeft een andere opvatting dan het CDA. Wij vinden het een Nederlands belang om de landbouw te innoveren of de homorechten te verdedigen. Het CDA vindt dat niet.”

Maakt u het nationale belang ondergeschikt aan het politieke belang?

„Als politicus heb je een inhoudelijke visie op wat je van belang vindt. Dat probeer je lokaal, nationaal en Europees te verwezenlijken.”

Bestaat er zoiets als een Europees belang?

„Er zijn zeker zaken die ik in het Europese belang acht. Zoals een eensgezind buitenlands beleid, krachtige maatregelen voor een schoon milieu of een ruimhartig asielbeleid. En waar je Europese afspraken hebt, moet je vanuit je maatschappelijke visie als Europese politieke partij standpunten ontwikkelen.”

Of je probeert de standpunten van de Nederlandse Europarlementariërs juist dichter bij elkaar te brengen.

„Dat ziet u echt verkeerd. Onlangs was er een onderzoek waaruit bleek dat de Nederlandse Europarlementariërs bij stemmingen het vaak niet met elkaar eens zijn. Natuurlijk zijn we het niet met elkaar eens! Dat is in de Tweede Kamer ook zo. Waarom zou het in het Europarlement anders zijn?”

Omdat kiezers ervan uitgaan dat onze Europarlementariërs Nederland verdedigen tegen de grote landen en tegen de Brusselse bureaucratie.

„Hoe kan ik het CDA ervan overtuigen dat Europese anti-discriminatiewetgeving een Nederlands belang is? Zij vinden dat gewoon niet. En wat is het Nederlands belang bij milieuwetgeving? Daar zijn grote verschillen van mening over.”

Het Nederlands belang zegt: we willen niet dat Brusselse regels over fijnstof de verbreding van de A4 bij Leiderdorp tegenhouden.

„Daar ben ik het niet mee eens. De verbreding van de A4 is geblokkeerd omdat Nederland jarenlang niets heeft gedaan om te zorgen dat de milieuvervuiling wordt tegengegaan. In Europa is men niet onder de indruk van de protesten van Nederland.”

De kiezer die op de A4 in de file staat, ergert zich omdat regels uit Brussel de wegverbreding tegenhouden.

„Brussel heeft dat niet zelf verzonnen. Daarmee is ingestemd door de lidstaten, inclusief Nederland, en de Europarlementariërs. Den Haag had maatregelen kunnen treffen om vervolgens zonder problemen een weg aan te leggen. Brussel zegt niet: gij zult geen A4 aanleggen, maar zegt: er zit een norm aan de hoeveelheid vervuiling omdat het anders de gezondheid schaadt. Als je je daaraan houdt: ga je gang met die A4.”

Is dit de strategie van GroenLinks? Via Brussel resultaten binnenhalen die gevoelig liggen in Nederland?

„We zijn niet voor Europese regels omdat we daarmee successen kunnen binnenhalen. Er is Europese wetgeving. Europa regelt een aantal zaken, zoals de interne markt en milieu. Dat is een van de redenen waarom GroenLinks enthousiaster is geworden over Europa. Daar kunnen we grenzen stellen aan de milieuvervuiling.”

Maar u bent selectief pro-Europees. De liberalemarktideologie van Europa zint uw partij niet.

„D66 vindt alles goed wat uit Europa komt. Ons standpunt is lastiger. We zijn blij met Europa als niveau waarop afspraken worden gemaakt. Het is zinnig om milieubeleid in een groter verband af te spreken. Dat wil niet zeggen dat we het altijd met de inhoud van het beleid eens zijn, maar dat zijn we in Nederland ook niet. Hetzelfde geldt voor buitenlands beleid. Nederland slaat in zijn eentje geen deuk in een pak boter. Wil je als Europa krachtig staan, dan moet je daar een stap voorwaarts zetten.”

Dat zullen de grote lidstaten nooit toestaan.

„Hebben Duitsland en Groot-Brittannië met hun uiteenlopende standpunten iets kunnen bijsturen aan het Irakbeleid van Bush? Ze zijn met die verdeeldheid niets opgeschoten. Een van de lessen hieruit is: Europa moet met één mond gaan spreken in de Verenigde Naties.”

Dat is in theorie zo. In de praktijk wil de bevolking van een land nationaal vertegenwoordigd zijn, niet door een abstracte Europese Unie.

„U doet alsof de bevolking in Nederland over alles een eensluitend standpunt heeft. Dat is niet waar. Er zijn politieke verschillen. Het gaat erom dat je accepteert dat er een meerderheidsbesluit kan komen, ook al is dat niet het jouwe. Dat gebeurt heel vaak in de Tweede Kamer: wij kunnen vinden dat het een verkeerd besluit is, maar het is wel een legitiem besluit. In Europa gebeurt dat ook regelmatig. Maar in de publieke discussies wordt vaak de legitimiteit van besluiten in twijfel getrokken, in plaats van de zinnigheid van het besluit.”

Omdat wij niet willen dat anderen over onze wetgeving besluiten.

„Maar dat beeld klopt niet! Neem het gebruik van pesticiden bij de tulpenteelt. Het Europarlement was bezig met wetgeving, samen met de lidstaten, voor strenge eisen aan pesticiden omdat er kankerverwekkende stoffen in zitten. Het persbericht hierover van de VVD luidde dat dit strijdig was met het Nederlands belang. Toen dacht ik: vindt de VVD dit strijdig met het Nederlands belang? Ik vind het strijdig met het Nederlands belang als we er niets aan doen, want er zijn mensen die kanker krijgen, de vervuiling komt in het grondwater en het kost een hoop geld om te zuiveren. Ik handel dus in het Nederlandse belang door strenge milieueisen te stellen.”

Moet Nederland dan accepteren dat andere landen ons vertellen hoe wij onze tulpen kweken?

„Nederland heeft ingestemd met de wetgeving dat milieu en kankerverwekkende stoffen een Europese kwestie zijn. Omdat je anders een race krijgt naar zo goedkoop mogelijke productie. Als wij in Nederland eisen aan de tulpenteelt gaan stellen en de Duitsers en Belgen niet, dan verdwijnt de tulpenteelt uit Nederland. Daarom stellen we product- en milieueisen voor de interne markt.”

Het nationale belang is toch om onze economie in stand houden?

„Wat voor economie wil je? Neem de auto-industrie. De traditionele autofabrikanten verzetten zich tegen strenge Europese normen voor schone motoren. Voor fabrikanten die investeren in nieuwe technologie is uitstel van strenge normen een tegenslag. Het is niet zo simpel om te zeggen wat het belang is van een land.”

In de crisis zie je dat de Europese regeringen terugvallen op een nationalistische reflex.

„De debatten in Den Haag zijn erg op Nederland gericht. Als je naar de Kamer luistert, is het soms alsof we alleen in Nederland een crisis hebben. En dat we uitsluitend in Nederland maatregelen moeten nemen. Maar dat moet u mij niet verwijten, want het staat mij helemaal niet aan.”

De steun van overheden gaat naar nationale banken, nationale industrie, nationale werkgelegenheid.

„Het bevestigt een fout die bij de invoering van de euro gemaakt is. We hebben een monetaire unie, maar geen economische unie. Europa heeft weinig macht op het gebied van economisch beleid. Tegelijkertijd moet ik erkennen dat de euro ons heeft behoed voor een hoop ellende.”

We vertrouwen andere regeringsleiders niet als het over de redding van onze eigen economie gaat.

„Je legt het lot van de Nederlandse economie niet in handen van Sarkozy. Je hebt er wél mee te maken wat er in Frankrijk of Italië gebeurt, want dat heeft invloed op de Nederlandse economie en de euro. Ik heb meer vertrouwen in Europese oplossingen.”

Hoe kun je kiezers duidelijk maken dat een Nederlands belang niet haaks staat op een Europees belang en dat het ook nog gedifferentieerd is naar partijpolitiek standpunt?

„Je moet overbrengen dat de wereld groot is en dat de grenzen vervagen. Willen wij nog grenzen kúnnen trekken – milieugrenzen, sociale grenzen, regulering van migratiebeleid – dan moeten we dat gezamenlijk doen. Dan is Nederland, maar ook Duitsland of Frankrijk, te klein. Hoe precies die regels uitvallen, daarin verschillen de partijen. GroenLinks zal met de Duitse, Franse en Spaanse groene collega’s anders oordelen dan het CDA met de Britse Tories en de partij van Berlusconi.”

Dan moet je de partijverschillen beter over het voetlicht brengen.

„Je moet duidelijk maken wat de verschillen zijn en niet hand in hand zeggen: stem voor het Europees Parlement. Je stemt voor een partij in het Europees Parlement. De kiezers denken misschien: wij vertegenwoordigen Nederland. Dat is prettig om te horen, maar het is niet waar. Ik denk anders dan een VVD’er en dat verschil moet je duidelijk maken. Het is onvoldoende om te zeggen: vertrouw mij, ik ben Nederlander en ik ga het Nederlandse belang vertegenwoordigen. Het is niet Nederland tegen de rest.”