China speelt de EU-landen uit elkaar

China straft landen die de dalai lama ontvangen. Volgende maand is hij in Den Haag. China doet weinig concessies. In EU-verband kunnen Europese landen de druk wél weerstaan, schrijft François Godement. Volgens Ian Buruma hoeft Tibet niet te worden bevrijd, maar de Tibetanen wel.

Illustratie Siegfried Woldhek China straft landen die de dalai lama ontvangen. Volgende maand is hij in Den Haag. China doet weinig concessies. In EU-verband kunnen Europese landen de druk wél weerstaan, schrijft François Godement. Volgens Ian Buruma hoeft Tibet niet te worden bevrijd, maar de Tibetanen wel. Woldhek, Siegfried

Directeur van het Azië Centrum van Sciences Po (Institut d’études politiques) in Parijs en verbonden aan de denktank European Council on Foreign Relations

Europa is niet met zijn tijd meegegaan, en dus ook niet met het nieuwe machtsevenwicht in de relatie met China. De Europese markt ging geleidelijk aan wijdopen, terwijl de Europese samenwerking met China op steun van Europa berustte. De laatste twintig jaar heeft China van twee walletjes gegeten: het is Europa’s eerste handelspartner geworden – met een handelsoverschot van 169 miljard dollar – maar het is ook steeds afkeriger geworden van negatieve kritiek of zelfs adviezen uit Europa.

China behandelt de EU soms met diplomatieke minachting, zoals toen het in december 2008 een top afzegde. De Europese leiders zijn wijd en zijd verdeeld en weten niet goed hoe ze met China moeten omgaan. Steeds opnieuw hebben Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië gelobbyd om China’s voorkeurspartner in Europa te worden – zodat China hen tegen elkaar kon uitspelen. Ondanks de sancties die zijn uitgedeeld aan bondskanselier Angela Merkel en daarna aan president Nicolas Sarkozy wegens hun gesprekken met de Dalai Lama, was voor de leiders van de grote Europese landen de één zijn dood de ander zijn brood. Dit spelletje blijkt zinloos. Hoe hard Groot-Brittannië zich ook heeft ingezet voor een open Europese markt voor Chinese producten, het heeft China niet kunnen overhalen tot meer samenwerking in de sector van de financiële dienstverlening. Frankrijk heeft ondanks zijn handelsdiplomatie zijn tekort op de handelsbalans met China zien exploderen. En zelfs Duitsland, dat van de drie de sterkste positie op de Chinese markt heeft, raakt steeds meer in het defensief, naarmate China zich technologisch gestaag stroomopwaarts beweegt. Een land als Nederland typeert de netelige toestand waarin Europa zich bevindt. Het heeft weliswaar een heel hoog handelstekort, maar de Nederlandse zorg wordt verlicht doordat dit voor een groot deel weer wordt herverdeeld onder de naburige economieën die worden bediend door Rotterdam en Schiphol, én doordat er aan distributie en dienstverlening geld te verdienen valt.

De vele Europese verzoeken aan China inzake thema’s variërend van bestuur, mensenrechten, klimaatverandering en deelname aan vredeshandhaving en sanctieregelingen zijn meestal aan dovemansoren gericht. Af en toe sluit Peking zich wel bij het Westen aan – zoals bij zijn late steun aan een VN-vredesmacht in Soedan en de beëindiging van de wapenverkoop aan Zimbabwe. Maar meestal duiden deze koerswijzigingen eerder op rechtstreekse Chinese belangen dan op de wens het Westen te gerieven. De mondiale crisis zal misschien de Chinese verantwoordelijkheid opnieuw op de proef stellen. Maar ze biedt China ook volop de gelegenheid zijn liquide middelen te gebruiken voor geopolitieke invloed en het hamsteren van middelen, terwijl het weinig doet om aan internationale reddingsplannen deel te nemen.

Terwijl Europa meer dan 100 miljard dollar bijdroeg aan het IMF-reservefonds, kreeg het veel kritiek vanwege zijn onwil om zelf meer stimuleringsuitgaven te doen. Japan kreeg geen erkenning voor de 100 miljard dollar die ook dit land in het fonds stortte. Maar China is alom bejubeld voor zijn toezegging van 40 miljard dollar. Bij nader inzien was dit eigenlijk geen bijdrage aan het reservefonds, maar een besluit tot aankoop van IMF-obligaties, mocht de organisatie uiteindelijk besluiten deze uit te geven: niet alleen is dit voor het fonds niet perse de gunstigste oplossing – gelet op het flinke prijskaartje - maar volgens de laatste berichten is China ook weer niet bereid het hele bedrag bij te dragen. Ook ontkwam China aan een directe vermelding van Hong Kong en Macau op de ‘grijze’ lijst offshore centra waar vluchtkapitaal nagenoeg belastingvrij kan worden gestald.

Maar om dit te bereiken heeft China op de top waarschijnlijk wel een diplomatieke inspanning moeten leveren. President Hu Jintao had eerst geen ontmoeting met een Europese leider op het programma staan – een duidelijke indicatie van de lage prioriteit die Europa op het ogenblik in China’s wereldbeeld heeft. Maar uiteindelijk sprak hij toch met Sarkozy, ondanks een verbitterde ruzie over Tibet en de kwestie van de gesprekken met de Dalai Lama. Natuurlijk had Frankrijk ook gewerkt aan een herstel van zijn relatie met China. Maar het gegeven dat Sarkozy een luidruchtig pleitbezorger van regels inzake de offshore centra is, heeft zeker een rol gespeeld bij het besluit om met hem – en met geen enkele andere Europees leider! – te willen spreken.

De EU moet China als wereldpartner tegemoet blijven treden en de historische opkomst van het land aanvaarden. Maar het moet zakelijk wel hard zijn. Tegenover een toekenning aan China van de status van markteconomie (wat de Chinese angst voor een Europese tendens tot protectionisme zou bezweren) dienen waarachtige concessies te staan inzake de eenzijdige Chinese handels- en investeringsbarrières. Toegang tot Europese bedrijven en technologieën vereist de wederdienst van een nieuwe opening aan Chinese kant.

Peking moet ingaan op de Europese zorg inzake kwesties als de verspreiding van kernwapens. Als China bijvoorbeeld zou bijdragen aan geslaagde sancties tegen Iran, dan zouden de Europeanen misschien hun wapenembargo kunnen opheffen.

En ook al is de EU-invloed op de mensenrechtensituatie in China beperkt, de EU-leiders mogen elkaar niet afvallen om bij Peking in een goed blaadje te komen. Ze moeten China erop wijzen dat er geen beperking bestaat aan hun recht om met politieke en godsdienstige figuren te spreken – met inbegrip van de Dalai Lama.

Elke poging om de Europese positie te versterken moet beginnen met de erkenning dat geen enkele lidstaat groot genoeg is om China alléén te beïnvloeden. Collectief is Europa China’s grootste handelspartner. Telkens als China zijn positie onder Europese druk heeft herzien, was dit het gevolg van een gecoördineerde westerse inspanning, sterk gesteund door de EU als geheel.

In de Verenigde Staten is sprake van een aanstaande G2 – een symbiose tussen China en de Verenigde Staten ten gevolge van hun onderlinge economische afhankelijkheid, die hun gemeenschappelijke strategieën zou dicteren. Zo’n tendens zou leiden tot een ongewenste economische ‘hegemoon’ en er zijn aanwijzingen dat de Chinese leiders bij dit idee dan ook hun aarzelingen hebben. Maar als Europa zijn verantwoordelijkheid wil nemen en gehoor voor zijn belangen en waarden wil vinden, zal het meer moeten bieden dan een kakofonisch koor van concurrerende stemmen.

    • François Godement