Alles is geregeld, maar de bouw ligt nog stil

Als een woningbouwer failliet gaat, moeten de verkochte huizen wel opgeleverd worden. Het waarborgfonds voorziet hierin. Maar niet voor de curator groen licht geeft.

De bouw van het project Central Living in Amersfoort ligt tijdelijk stil omdat de woningbouwer failliet is gegaan. (Foto Merlin Daleman) Nederland, Amersfoort, 01-05-09 Stil gelegd project central living. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Een beetje sneu is het wel, zegt Jeroen Bekaert. Op een ijzige februaridag staat hij voor een barricade van dranghekken en bouwpuin die zijn nieuwbouwhuis scheidt van de Snoekbaarsstraat in Nieuw-Oosteinde, een uitbreidingswijk van Aalsmeer. Het huis van Bekaert (32) had zo’n beetje klaar moeten zijn, maar Van Hoogevest, de ontwikkelaar en bouwer, is failliet en alle projecten liggen stil.

Bekaert maakt zich niet druk. „Mijn huis is op een haar na af. Dat is zo gepiept”, zegt hij. „Hoogstens moet ik de afspraak met de hovenier verzetten.” Hij wijst naar een rij huizen in aanbouw waar alleen vier betonnen muren van overeind staan. „De kopers van die huizen zullen meer vertraging oplopen.” Maar een ding is voor Bekaert zeker: de huizen worden afgemaakt. „Iedereen heeft immers een afbouwgarantie..”

De dreigende crisis in de bouw betekent dat voor het eerst in jaren op grotere schaal beroep gedaan op de afbouwgarantie van het Garantie Instituut Woningbouw, de GIW-garantie. In de praktijk wordt deze garantie uitgevoerd door de Stichting Waarborgfonds Koopwoningen (SWK) en Woningborg. Bouwbedrijven kunnen zich aansluiten bij deze instanties. Op 70 procent van alle nieuwbouwwoningen die jaarlijks worden opgeleverd zit een GIW-garantie.

Voor elk nieuwbouwhuis dat ze verkopen, betalen bouwers premie. Als een bouwer bankroet gaat, moet de SWK of Woningborg de afbouwkosten betalen van de huizen die reeds zijn verkocht. Zij betalen bouwbedrijven die bereid zijn het werk over te nemen door de projecten bij de curatoren uit de boedel te kopen. En dat driehoeksoverleg is niet eenvoudig, blijkt bij de afwikkeling van het faillissement van Van Hoogevest.

Op 4 februari viel het doek voor Van Hoogevest, een 107 jaar oud familiebedrijf uit Amersfoort. Circa 300 man stond op straat en de bouw van 459 woningen werd stilgelegd. Louis de Boef en Johan Westerhof waren toen al een week in de weer met het bedrijf.

Op 30 januari werden zij aangesteld als bewindvoerder, Van Hoogevest had uitstel van betaling aangevraagd. Na een afgeketste overname wisten de bewindvoerders dat het bedrijf failliet was. „De schulden, waaronder de salarissen, konden niet betaald worden. Gezinnen gaan kapot zonder salaris”, zegt De Boef. „Er zat weinig anders meer op.”

De Boef en Westerhof namen hun intrek op het hoofdkantoor van Van Hoogevest. Expres gingen ze niet in de bestuurkamers zitten, maar bij de facilitaire dienst. Voor vergaderingen gebruikten ze een zaaltje op de begane grond. „We wilden een beetje op afstand blijven. Er komt zoveel op je af, je moet het overzicht kunnen houden”, zegt Westerhof. Laatst waren ze in een moeizame vergadering over de verkoop van een bouwproject toen opeens een man van Essent kwam binnenvallen. „Of hij de elektriciteit kon afsluiten”, schatert De Boef. „Dat soort interrupties wil je vermijden.” De curatoren hebben sindsdien een advocaat opdracht gegeven alle binnengekomen post en mails te sorteren. Alleen zaken die onmiddellijk afgehandeld moeten worden, legt hij voor aan de curatoren.

Vanaf het moment van faillissement is het de taak van de curatoren de kruiwagens, hijskranen, bouwprojecten en grondposities van de Van Hoogevest Groep en haar 70 vennootschappen voor zoveel mogelijk geld te verkopen. Dit om de handelsschuld van ruim 25 miljoen euro en de leningen en hypothecaire schulden van nog eens een paar miljoen te voldoen.

In het begin leek de afwikkeling van het faillissement voorspoedig te gaan. Al snel meldde het UWV dat een groot deel van het personeel binnen enkele weken een andere baan had. Bovendien stonden er meteen tien bouwbedrijven op de stoep voor de bouwprojecten, vertelt curator Westerhof.

De curatoren waren gecharmeerd van het voorstel van Heilijgers, de concurrent van Van Hoogevest in Amersfoort. Samen met BAM Woningbouw wilde Heilijgers alle stilliggende woningbouwprojecten overnemen, niet alleen de lucratieve projecten. „Wij konden de projecten goed gebruiken”, zegt directeur Hendrik-Jan Oskamp van Heilijgers. „We hadden een paar gaten in de orderportefeuille. Ik geef toe: de een zijn dood is de ander zijn brood.”

Eind februari, een kleine maand na het bankroet, was de principeovereenkomst getekend over de afbouw. Goed nieuws, dachten de gedupeerde kopers, de afbouw zou snel hervat worden.

Maar zo snel ging het niet. De SWK, Heilijgers en de curatoren hadden alleen afgesproken dat Heilijgers het recht zou kopen om exclusief te onderhandelen met de curatoren over de overname van projecten. „Op dat moment kon de deal afketsen”, zegt De Boef.

Onmiddellijk na het tekenen van het onderhandelingsrecht liet Oskamp een paar kantoren ontruimen en stelde drie teams samen. Elk team kreeg een project toegewezen – Central Living in Amersfoort, Nieuw-Oosteinde in Aalsmeer en Fliertsebeek in Renswoude – en moest de waarde van de projecten berekenen. Op het hoofdkantoor van de bankroete bouwer sloegen de curatoren, bijgestaan door een voormalige directeur van Van Hoogevest ook aan het rekenen.

Aanvankelijk schrok Frits Horvers, directeur van de SWK, van de kostenraming van Heilijgers. Uit de eerste cijfers dreigden de kosten voor de afbouw van de appartementen en stadswoningen van Central Living in Amersfoort hoger uit te vallen dan de bovengrens van de afbouwverzekering: 20 procent boven de oorspronkelijke kosten. Met als gevolg dat de gedupeerde kopers zelf het verschil zouden moeten betalen. „Dat kon ik de gedupeerden gewoonweg niet verkopen”, zegt Horvers.

Heilijgers en de SWK rekenden en onderhandelden opnieuw. De inzet was de hoogte van de kosten en financiële risico’s die Heilijgers zou lopen, zoals voor gebreken die pas na oplevering aan het licht komen. Na veel telefoontjes bereikten ze een akkoord waardoor alles binnen budget bleef.

Maar Heilijgers moest nog steeds de bouwprojecten uit de boedel van de curatoren kopen. In de ogen van Heilijgers directeur Oskamp vroegen de curatoren te veel geld voor de niet afgebouwde projecten. De Boef en Westerhof eisten dat Heilijgers een aantal stukken bouwgrond en onverkochte woningen zou overnemen die buiten de compensatieregeling van de SWK vielen. „We zaten tonnen uit elkaar”, zegt De Boef.

In de eerste week van april stond de hele deal op springen. Voor het eerst in decennia werd er een grootschalig beroep gedaan op de afbouwregeling, maar het dreigde een echec te worden.

Frits Horvers zag het fout gaan. „Het was mij veel waard dat de deal toch doorging”, zegt hij. „Als de overeenkomst uiteen zou spatten zou dat meer vertraging en meer kosten opleveren.” Tegen het protocol in besloot Horvers Heilijgers ook deels te vergoeden voor de bouwprojecten die buiten de verantwoordelijkheid van de SWK vielen. „Dat moest om de deal vlot te trekken”, zegt Horvers.

De extra bijdrage overbrugde een deel van het gat, maar Oskamp was nog steeds niet tevreden met het pakket dat de curatoren aanboden. Pas op Goede Vrijdag was er een doorbraak, na twee dagen van voorstellen, deadlines en moeizame telefoongesprekken. „We hebben het pakket verkleind. Naast de woningen die de SWK vergoedde zou Heilijgers vijf deels afgebouwde en onverkochte woningen en een appartement kopen. Dat hebben wij teruggebracht naar twee woningen en het appartement”, zegt De Boef. „Daardoor liep het verschil drastisch terug.”

Na nog een paar dagen onderhandelen en juridisch getouwtrek over de details was de deal rond op donderdag 23 april, haast drie maanden na het faillissement.

In mei zal de bouw hervat worden. „De onderhandelingen hebben lang geduurd, misschien wel te lang”, zegt Horvers van de SWK. „Dat komt ook doordat we, gelukkig, een beetje onwennig waren. Zo’n groot faillissement hebben we al decennia niet meegemaakt.” Maar een volgende faillissement van een grote bouwer zal niet sneller gaan, verwacht Horvers. „Het is ingewikkeld getouwtrek. Daar heb ik geen illusies over.”

Voor de curatoren is dit slechts de eerste stap. Westerhof: „Wij zijn nu aan de slag met de vele grondposities van Van Hoogevest, de talloze samenwerkingsverbanden en uiteindelijk moeten we onderzoek instellen naar de toedracht van het bankroet.”

Om de belangrijkste zaken af te handelen, verwachten de twee curatoren tot eind oktober op het desolate hoofdkantoor te moeten bivakeren. Op de parkeerplaats staat een tiental bouwketen, in de huiskleuren blauw met geel, als overmaatse blokkendozen werkeloos opgestapeld. In de lobby staan her en der vieze koffiekopjes, de schoonmaker komt nauwelijks meer. Door de lobby klinkt stemmige klassieke muziek. „Martin van Hoogevest, de oude topman, zette die altijd op”, zegt De Boef. „En dat hebben we zo gelaten.”