Aan de einder ligt de stad, waar bijna niemand meer woont

Stel dat bewoners van elke woning in Nederland naar eigen inzicht 75 vierkante meter groen mogen beheren, zoals de Nota Ruimte in 2004 voorstelde. Hoe zou Nederland er dan uitzien? Lees hieronder de antwoorden van Joris van Casteren, Bas Heijne en Abdelkader Benali.

Sinds het 75 vierkante meter groenrecht is ingegaan, voel ik me direct betrokken bij de natuur. Als er een mierenplaag is, spuit ik meteen gif in de grond. En dat beschermde natuurgebieden niet konden worden ontzien, is logisch.

Illustratie Lizzy Nieuwenhuis Stel dat bewoners van elke woning in Nederland naar eigen inzicht 75 vierkante meter groen mogen beheren, zoals de Nota Ruimte in 2004 voorstelde. Hoe zou Nederland er dan uitzien? Lees hieronder de antwoorden van Joris van Casteren, Bas Heijne en Abdelkader Benali. Nieuwenhuis, Lizzy

Journalist. Auteur van literaire non-fictie, waaronder Lelystad (2008), over het opgroeien in een gemaakte samenleving

Op een dag kreeg ik een brief met een plattegrondje. Er stond in dat ons postcodegebied aan de beurt was gekomen. De mensen van ons woonblok hadden allemaal een stukje van het Groene Hart gekregen, in de buurt van Bodegraven.

Eerst dacht ik dat het een grap was. „Dat ken toch niet waar wezen”, riep mijn vrouw vanuit de keuken. Ik liep naar Henk, de buurman. Henk had ook zo’n brief gekregen. „Jouw landje ligt naast het mijne”, zei hij. We zijn meteen in de auto gestapt en die kant uitgegaan.

We hebben nooit een tuin gehad dus natuurlijk waren we blij toen we zagen wat we kregen. Henk had al een plan voor zijn grond, meteen begon hij een boom om te hakken. Later hoorden we dat dat absoluut niet mocht. Belachelijk, want met veel bomen op je land heb je nauwelijks de ruimte.

De volgende dag ben ik met mijn vrouw naar het tuincentrum gegaan. Ze wilde begonia’s en buxusheggen, die je in een mooie vorm kan knippen. Uiteindelijk kochten we een compleet tuinpaviljoen dat in de aanbieding was. Er zat terrasverwarming bij, een nepstenen tuinhaard, chemisch toilet, een dieselgenerator en een hondenhok. Het was een heel gedoe om het gevaarte ons landje op te krijgen, de vrachtwagen bleef steken in het modderpad. Intussen zijn de weggetjes netjes geasfalteerd en heb je dat probleem niet meer.

De eerste zomer hebben we heerlijk op het terras naar de flatscreen gekeken, wel veel muggen maar gelukkig hadden we een insectenlamp. Op een avond klom ik op het dak van ons paviljoen om een vogelnest te verwijderen. Thuis hebben we duiven op het balkon gehad, ik weet hoe snel je erbij moet zijn. Vogels zijn vliegende ratten die alles onder schijten.

Vanaf het dak had ik goed zicht op de omgeving. Tot in het oneindige strekten de landjes zich uit. De ondergaande zon weerspiegelde in ontelbare zwembaden en jacuzzi’s, barbecues en tuinfakkels lichtten op. De wind voerde basdreunen aan. In de verte zag ik speedboten en jetski’s over de Nieuwkoopse Plassen gaan. Aan de donkere plekken aan de horizon kon je zien waar de steden lagen. Sinds het 75 vierkante meter groenrecht is ingegaan, verblijft bijna niemand daar nog.

Ik heb er wel moeite mee dat bepaalde bevolkingsgroepen zich niet wensen aan te passen aan de regels van het buitenleven. Ze gaan buiten de paden, plukken struiken leeg en klimmen in de bomen. Aan hun tuinhuizen hangen satellietschotels. Nu willen ze een ecologische moskee stichten, inclusief schapenfokkerij. Hun kinderen vallen recreanten lastig, sommige bosschages kun je na zonsondergang beter mijden.

Intussen stuurt de overheid inspecties op ons af. Ik heb een aantal procedures tegen me lopen. Onze afrastering zou een ecologische verbindingszone blokkeren. Moet ik toestaan dat voortrazend wild de bloemperken van mijn vrouw vertrapt? Op die manier kun je de natuur niet in stand houden. Mollenklemmen mogen ook niet meer. Op weg naar de parkeerplaats heb ik mijn enkel verstuikt.

Laatst was er een politicus op televisie die vindt dat het uit de hand is gelopen. De Nota Ruimte uit 2004, alweer vijftien jaar geleden, zou verkeerd zijn uitgelegd; het richtgetal van 75 vierkante meter was een eigen leven gaan leiden, of zoiets. Maar volgens mij zag VVD-minister Sybilla Dekker van VROM het scherp destijds. Er waren veel te weinig toeristisch-recreatieve voorzieningen in Nederland, het platteland moest economisch ontwikkeld worden, landelijke gebieden vitaal gemaakt. ‘Ruimte voor ontwikkeling’, was het motto.

Dat beschermde natuurgebieden niet konden worden ontzien, is logisch. Als je zegt dat iedere Nederlander recht heeft op dat groen, moet je het ook aan iedere Nederlander geven. „Het beeld van verstilde rust is eenzijdig”, merkte minister Dekker terecht op bij de presentatie van de Nota. „Het nationale landschap gaat daarom niet op slot.” Sybilla was een vrouw met moed, als er nog ergens plek is moet er een standbeeld van haar worden neergezet.

Hoeveel natuur was er na de zoveelste snelwegverbreding nog over? Wat er restte was maak-natuur. Oevers werden kunstmatig verruigd, onder viaducten werden takkenbossen neergesmeten en pvc-gootjes met modder aangelegd, zodat de Noorse woelmuis veilig onder een brug door kon kruipen. Ze lieten weilanden onderlopen en zetten uitgestorven dieren uit die in het buitenland waren gevangen. Die dieren kregen zendertjes in en werden de hele dag in de gaten gehouden. Meestal werden ze platgereden teruggevonden.

Op deze manier is het beter. Je voelt je direct betrokken bij de natuur. Als er een mierenplaag is, spuit ik meteen gif in de grond. Iedereen zou zijn perceel net zo moeten onderhouden als wij, dan zou heel Nederland er prachtig verzorgd bij liggen. Natuurlijk heb je er slechte stukjes bij. Keihard aanpakken die mensen, desnoods terugsturen naar de stad. We moeten alles op alles zetten om de verrommeling van Nederland tegen te gaan. Ons krijgen ze niet weg hier, eens gegeven blijft gegeven.

    • Joris van Casteren