Wil de échte Enobarbus opstaan?

En wéér is het tijd voor nieuwe interpretaties van leven en werk van Shakespeare (1564-1616). Nu door een groot deskundige, die veel eist van de lezer. ‘Read him therefore again and again.’

Buste van Shakespeare in lego Flickr/eag’s photostream Flickr/eag’s photostream

Jonathan Bate: Soul of the Age. The life, mind and world of William Shakespeare. Viking, 500 blz. € 38,25.

Ieder jaar verschijnen er in Engeland en Amerika doorwrochte boeken over Shakespeare die voornamelijk alleen aan Shakespearianen en heel onderzoekende lezers zijn besteed. Minder onderzoekende lezers die van Soul of the Age een soort biografie verwachten, zullen er moeilijk aan wennen dat van ‘The life’ – dus hoe beleefde deze voorvader zijn leven, en hoe deed hij zich voor aan vrienden en andere tijdgenoten – haast niets te vernemen is. Wat wij van Shakespeare kunnen horen, is wanneer en waar hij geboren is en zijn jeugd doorbracht, in Stratford on Avon; wanneer hij werkte; niet wat hij deed toen de Londense theaters gesloten waren vanwege de pest; wél welke stukken hij daarna nog schreef en waaraan hij zijn laatste jaren in Stratford besteedde. Wat er van hem bij leven te zien en te horen was, daar krijgen wij nooit een indruk van; niet meer dan als wij hem in de verte over een heuvel hadden zien lopen.

Wat er over hem te vertellen is, komt dus voornamelijk uit zijn stukken. Soms uit de historische stof waaruit hij zijn verhalen opbouwde, soms uit de ervaring die hij opgedaan had in zijn eigen tijd. Die kunnen heel wetenswaardige lectuur opleveren, voor de onderzoekende leek en nog meer voor de Shakespearianen die hun eigen onderzoek en ideeën kunnen toetsen aan die van andere deskundigen. Dit Shakespeare-spel kent geen eind; er zullen steeds weer nieuwe interpretaties geschreven worden.

Bij Bate is een van de meest animerende onderwerpen of de afzetting van koning Richard II in het stuk van die naam als inspiratie diende voor de opstand van de graaf van Essex in 1601. Zo niet, in hoeverre werd dat toch verondersteld door tijdgenoten, tot en met koningin Elizabeth?

Waar Bate ook goed werk van maakt, zijn seksuele verwikkelingen. Hij heeft een levendig hoofdstuk getiteld ‘Before the Bawdy Court’, waarin overtredingen in Stratford verteld worden, uitlopend op de vraag Where are the happy marriages in Shakespeare? Ongelukkige huwelijken es te meer, met als voornaamste voorbeeld het echtpaar Macbeth.

Er zijn meer van zulke passages waar Bate de terloopse lezer plezier doet met samenvattingen van de stukken. Soul of the Age is vaak moeilijk voor iemand die alleen een aantal stukken in Nederlandse vertaling heeft gezien, en misschien enkele in Londen van de Royal Shakespeare Company. Wie er alles van wil begrijpen en beoordelen, moet eigenlijk de hele Arden-editie van de stukken ter beschikking hebben, ieder in een afzonderlijk deel met voetnoten die de halve pagina beslaan. Zonder die achtergrond is Bate, hoewel altijd indrukwekkend, vaak moeilijk te volgen.

Zijn uitvoerige behandeling van The Tempest bijvoorbeeld, een stuk dat in opvoering zowel betoverend als ontoegankelijk kan zijn, is zonder de tekst erbij niet te begrijpen. Maar van King Lear weet hij delen te visualiseren als in een voorstelling. Datzelfde geldt voor Anthony and Cleopatra, waar hij Cleopatra beschrijft als ‘a grown-up Juliet’, en haar raadsman Enobarbus als misschien de figuur met wie Shakespeare het dichtst kwam bij een uitbeelding van zijn eigen mentaliteit.

De alinea waarin Enobarbus met zijn schepper vergeleken wordt, is er dan ook een die de lezer laat pauzeren. Eerst wekt Bate een afwijzende stemming op, wanneer hij Shakespeare beschrijft als ‘a skilled politician as well as a supreme poet’, vervolgens animeert hij tot meedenken wanneer hij hem beschrijft als tegelijk binnen en buiten de handeling van zijn stukken – als participant én commentator.

Bate is over het algemeen, bij al zijn deskundigheid, niet veroverend in zijn proza. Hij is alleen veroverend in zoverre dat er voortdurend een onderzoekende stemming heerst. Hij is daarom niet aan te bevelen aan beginnende Shakespearianen. Het is wel een verrassing om midden in zijn boek als enige van zijn voorgangers Catherine Duncan-Jones te vinden. Haar Ungentle Shakespeare (2001) was heel voorbeeldig geschikt om het animo van ongeschoolde Shakespearianen op te roepen.

Bate verlangt moeizamer studie, hoewel niet altijd. Hij kan de lezer, die driekwart van het werk woord voor woord bestudeerd heeft, toch ook verrassen met een hoofdstuk als ‘The Contours of Shakespeare’s Career’ dat een vlot overzicht geeft van verblijfplaats en productie van diens geboorte in 1564 tot zijn dood in 1616. Misschien had hij dat beter aan het begin kunnen zetten en zo zijn lezer de jaren laten overzien die hij ging invullen. Nu wordt het overzicht van dat leven pas duidelijk wanneer het boek bijna uit is en je je klaarmaakt om nog eens bij het begin te beginnen.

Wie dat allemaal te veel werk vindt, zal nooit op een Shakespeariaan lijken – die blijft een buitenstaander. ‘Read him therefore again and again’, is het voorschrift voor Shakespearianen die met ‘him’ in de eerste plaats natuurlijk zijn toneelwerk bedoelen; vervolgens ook zijn poëzie, The Rape of Lucrece en de sonnetten; en ten slotte een aantal van de duizenden Shakespeare-studies in de bibliotheken.

Kan dat nog gevergd worden van de eigentijdse lezer in een wereld waar geen week voorbij gaat zonder dat vrienden en kennissen over nieuwe romans en essays en biografieën vertellen die niet mogen worden overgeslagen? Nee natuurlijk, en zo blijven we langs de uiterste randen van de Shakespearekunde lopen. Wie na lezing van Bate toegeeft dat het toch ook nodig is om weer een paar van de toneelstukken te bestuderen, komt maar een klein eindje dichter bij het midden. Het is nooit genoeg, maar er komen wel altijd nieuwe ontdekkingen en ervaringen van.