Wij willen en mogen niet zielig doen

Ze herinneren zich de vorige recessie nog. Een hele generatie architecten ging verloren. Dat mag niet weer gebeuren, vinden vijf directeuren van architectenbureaus. „Dat is de kans van deze crisis.”

Het Italiaanse paviljoen op de Architectuur Biënnale van Venetië, najaar 2008. De recessie treft architecten. Nederlandse architecten hebben last van de ingezakte markt voor nieuwbouwhuizen. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Biennale Venetie: Grafische vormgeving van het paviljoen van Italie door Thonik Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 11-09-2008 Boyer, Maurice

Het mag geen klaagzang worden, dat is de voorwaarde waarop vijf directeuren van Nederlandse architectenbureaus hun crisisverhaal willen vertellen. Ja, opdrachten worden ingetrokken of getraineerd. Ja, er vallen ontslagen. Ja, een aanzienlijk deel van de architectenbureaus zal de crisis niet overleven. „Maar nee, we willen en mogen niet zielig doen”, zegt Liesbeth van der Pol. Zij is partner bij DOK Architecten in Amsterdam en adviseert als Rijksbouwmeester de regering over architectuurbeleid. „Architecten zijn creatief. Het liefst willen we vandaag nog een oplossing bedenken voor deze problemen.”

Van der Pol zit aan de vergadertafel van het atelier van DOK Architecten, aan het Entrepotdok, in Amsterdam, een kade met opgeknapte pakhuizen. Voor de crisis werkten hier 60 man, van wie 10 in de administratie, communicatie en marketing, de rest zat achter de tekentafel of ontwerpcomputer. Nu zijn er nog 45 medewerkers.

Van der Pol wordt aan tafel vergezeld door Dana Ponec (Dana Ponec Architecten, 13 medewerkers), Harm Wassink (UN Studio, 90 medewerkers), Ron van Leeuwen (Kokon, 50 medewerkers) en Bart Mispelblom Beyer (Tangram Architekten, voor de crisis 35 en nu 20 medewerkers). Alle vijf zijn ze directeur van een architectenbureau. Voor een substantieel deel zijn de architecten afhankelijk van ontwerpen voor nieuwbouwwoningen, juist de sector in de bouw die zo hard is getroffen. De kantoren van de vijf directeuren lijden onder de crisis, al zeggen ze dat liever dus niet.

Het kringgesprek heeft plaats rond zessen: borreltijd. „Typisch architecten”, grapt de Rijksbouwmeester. „Meteen aan een glas wijn.” Maar de ernst van de situatie ontgaat hun niet. Van der Pol heeft net de resultaten binnen van een onderzoek onder 600 Nederlandse architectenbureaus en de cijfers stemmen somber.

Een meerderheid van de geënquêteerde bureaus heeft last van serieuze dalingen van opdrachten en omzet. Bij ruim eenderde leidt dit tot ontslagen (zie kader). De Bond van Nederlandse Architecten becijferde begin dit jaar dat de branche voor de crisis 15.000 architecten, stedenbouwkundigen en bouwkundig adviseurs telde. Nu nog 10.000.

Van de vijf directeuren merkte Dana Ponec vorig jaar zomer als eerste de gevolgen van de crisis. Het was een sluipend gevoel, zegt zij. „Eerst dacht ik nog dat het aan mij lag.” Opeens waren haar opdrachtgevers bezorgd over de financiering, bezorgd over de toekomst. „Dat was in de jaren daarvoor geen issue”, zegt Ponec.

Wij merkten het ook aan de financiering, valt Harm Wassink, directeur van UN Studio, haar bij. „Maar wel pas later”, zegt hij. Zijn kantoor doet veel woningbouwprojecten, ook in naburige Europese landen. Opeens ging de bouw van een kantoor dat UN Studio in Denemarken zou ontwerpen niet door. Dat was vervelend, maar niet uitzonderlijk, zegt Wassink. „Soms zijn er bijvoorbeeld problemen met de vergunning.” Pas later hoorde hij wat er was gebeurd. Het project was gefinancierd door een van de grote IJslandse banken die in oktober plots bezweken.

Toch zegt het uitblijven van opdrachten niet alles, zegt Liesbeth van der Pol, de Rijksbouwmeester. Opdrachten in uitvoering kunnen door de projectontwikkelaar worden bevroren. Dat gaat zo, zegt zij, een architect is bij het hele bouwtraject betrokken, van het eerste ontwerp tot de details na de bouw. Bij omvangrijke klussen, zoals combinatieprojecten waar kantoren, winkels én woningen worden gebouwd, kan het traject wel drie tot vier jaar duren.

Normaal gesproken geeft de opdrachtgever voor elke fase in het traject apart toestemming om te beginnen. Nu krijgen architecten geen groen licht voor de volgende fase. Een architect kan de bouwtekeningen voor een nieuwbouwproject af hebben, maar als de ontwikkelaar niet voldoende woningen voorverkoopt, wordt het project uitgesteld. En juist de verkoop van nieuwbouwwoningen is door de crisis gekelderd.

Je houdt je team in een constante staat van paraatheid , zegt Liesbeth van der Pol. „Een project kan immers doorgaan. Tot die tijd blijven de personeelskosten doordraaien, maar komt er geen geld binnen.”

Mispelblom Beyer van Tangram zit nog met een ander recessieprobleem. Doordat architecten in fases werken, gebeurt het regelmatig dat de architect maanden nadat de opdrachtgever heeft betaald nog werk moet uitvoeren, een soort naijleffect. Normaal gesproken zit dat in de begroting, maar nu de kasstroom is opgedroogd door vraaguitval en het reservepotje leeg is, kan Mispelblom Beyer niet genoeg architecten betalen om de uitlopers uit te voeren. „Bij mijn team komt stoom uit de oren”, zegt hij. „Ik heb werk voor 20, ik doe het noodgedwongen met 15, maar ik heb nu nog maar revenuen om 10 architecten te betalen.” Voor de crisis werkte zijn bureau met 35 man.

De meeste architecten aan tafel hebben de laatste maanden fors bezuinigd. Sommigen hebben de kosten met 60 procent verminderd. Eerst was de luxe aan de beurt. Grote leaseauto’s en dure mobiele telefoons werden ingeruild. Feestjes en bezoeken aan de jaarlijkse vastgoedbeurs in Cannes geschrapt. DOK Architecten had voor de recessie een kok in dienst. „Die bereidde elke dag een maaltijd”, zegt Liesbeth van der Pol. „Dat vonden wij bon ton. De kok is nu weg.” Maar dat bleek niet genoeg. Voor de crisis werkten bij DOK Architecten 60 man, nu 45.

Ook bij Tangram zijn ontslagen gevallen. Maar dat was pas nadat Mispelblom Meyer en zijn mededirecteur hun salaris halveerden en nadat hij tegen de huisbaas had gezegd dat Tangram slechts 60 procent van de huur ging betalen. „Het is dit of niks heb ik tegen de huisbaas gezegd”, zegt Mispelblom Meyer. „En dan komen de moeilijkste beslissingen”, vervolgt hij. „Behoud je de werknemer die 15 jaar lang loyaal heeft gewerkt? Of toch liever het jonge talent waar je geld en tijd in hebt geïnvesteerd en die over tien jaar gezichtsbepalend kan zijn?”

De verloren generatie architecten van de jaren tachtig is het schrikbeeld. „Toen ik halverwege de jaren tachtig afstudeerde, kon mijn lichting niet terecht in de architectuur”, zegt Ron van Leeuwen, directeur van Kokon Architecten. De recessie van de beginjaren tachtig was voorbij, maar financiers en ontwikkelaars bleven terughoudend bij het aangaan van nieuwe projecten. „Er was toen in de sector geen droog brood te verdienen”, zegt Van Leeuwen.

Als het aan de Rijksbouwmeester ligt, wordt een herhaling van die tijd voorkomen. Liesbeth van der Pol wil dat veelbelovende architecten die worden ontslagen, met behoud van een uitkering aan de slag kunnen bij een ‘denktank’. Deze denktank zou moeten brainstormen over volkshuisvestingdilemma’s waar al jaren mee geworsteld wordt. De afgelopen jaren hebben architecten geprofiteerd van de enorme bouwproductie in Nederland, stelt Van der Pol. „Maar die groei heeft ook een schaduwzijde: we hebben veel ruimte geconsumeerd waardoor Nederland is versnipperd.”

Het is geen werkgelegenheidsproject, verduidelijkt Van der Pol. „Gezien de omvang van de ontslagen is dat onmogelijk. Het is vooral een manier om talentvolle architecten voor het vak te behouden.” De BNA is positief over het plan. De Rijksbouwmeester benadrukt dat dit een eerste opzet is en dat er nog geen afspraken zijn gemaakt met architectenbureaus en uitkeringsinstanties. De gemeente Groningen heeft een soortgelijk initiatief. Daar wil de gemeentelijke dienst Ruimtelijke Ordening, die een personeelstekort heeft, overtollige werknemers van architectenbureaus tijdelijk inlijven.

Onderwerpen genoeg, zegt zij. Hoe kunnen groeigemeenten uitbreiden zonder verder in de weilanden op te rukken? Hoe moeten architecten omgaan met krimpgebieden? En hoe kunnen projectontwikkelaars in binnensteden betaalbare woningen bouwen ondanks peperdure bouwgrond?

De directeuren aan tafel knikken instemmend. „Vóór de economische crisis waren de krachten van de marktwerking heilig”, zegt Harm Wassink, van UN Studio. Nu wordt volgens hem weer geaccepteerd dat met beleid de markt gereguleerd kan worden, ook voor de ruimtelijke ordening. „Dat is de kans van deze crisis.”

    • Melle Garschagen