Wie werk weigert, moet beboet worden

Het belang van betaalde arbeid kan moeilijk overschat worden. Geef hangjongeren het voorbeeld van een baan en benadruk het arbeidsethos, zegt Ahmed Marcouch.

Vandaag is het de Dag van de Arbeid. Met de recessie ligt werkloosheid dreigend op de loer. Op veel winkelruiten in mijn wijk Slotervaart zijn de gebruikelijke briefjes ‘met spoed collega’s gevraagd’ verdwenen. Jongeren beklagen zich dat ze geen werk hebben, dat er niet genoeg kansen zijn. Ik vertel ze dan over de jongens in de Marokkaanse havenstad Tanger, die met slechts een zwart tasje bezittingen in de hand vanaf de rotsen over de zee turen naar Europa, waar ver in het noorden Amsterdam ligt. Ze kiezen voor een gevaarlijke reis over zee en door Europa om in Amsterdam te komen. Zij zien de kansen hier in Amsterdam, de uitweg, het werk. Werk, begin van alles, bron van leven. Wie wel eens in Tanger is geweest, kent het beeld. De jongeren schrikken van mijn verhaal: ‘We zijn verwend, wij moeten niet zeuren.’

Ze zien het goed. In deze tijd hebben we doorzettingsvermogen nodig. Het gehang en geklaag, daar moeten we echt vanaf. Anders ontstaat een nutteloze generatie. Ik wil laksheid aanpakken en jongeren weer perspectief bieden. Perspectief op werk zodat ze zelfstandig kunnen leven, en niet afhankelijk blijven van hulpverlening en uitkeringen. Als ouders tegen hun kinderen zeggen: ‘Ik ga niet voor 1000 euro werken, als ik 900 euro bijstandsuitkering krijg’, kweek je een slechte mentaliteit. Dit soort denken ondermijnt het arbeidsethos. Eenvoudig en laagbetaald werk weigeren omdat het nauwelijks meer oplevert dan een uitkering, past niet in deze tijd.

Het arbeidsethos ondermijnen, dat doen ook veel politici en ondernemers die bijna alles in koopkracht, winstgroei en fondskoersen uitdrukken. Je hoort ze zelden over onze arbeidsmoraal. Net als topmanagers die naar belastingparadijzen vertrekken, zodat ze nog minder hoeven bijdragen aan de samenleving. Waar is de vaderlandsliefde, waar is de solidariteit? Als deze grote mannen en vrouwen het burgerschap zo calculerend opvatten, kun je dan verwachten dat jongeren de maatschappelijke waarde van werk inzien?

Juist nu is solidariteit belangrijk, en juist nu wil ik burgerschap centraal stellen. Burgers hebben rechten en plichten. Het betekent actief meedoen en het maximale uit jezelf halen. Niet alleen voor individuele luxe, het is ook in het belang van de gehele samenleving, om je in te zetten voor je land. Dat kunnen burgers alleen als zij optimaal zichzelf kunnen zijn. Daarom maak ik mij er ook altijd sterk voor dat moslims ruimte krijgen voor hun moslimidentiteit en dat homo’s onbevreesd uit de kast kunnen komen als zij dat willen. Want iemand die bekneld zit in een dubbelleven, die vreest voor discriminatie of beknot wordt door schaamte, kan nooit de geestkracht opbrengen om een volwaardige, actieve burger te zijn.

Daarom hoort onze maatschappelijke verontwaardiging ook groot te zijn als er gemakzuchtige docenten zijn met weinig ambitie voor hun leerlingen; of afzijdige ouders die hun kinderen niet voorbereiden op burgerschap. Want zij ondermijnen in hun dagelijks voorbeeld het arbeidsethos van onze kinderen en jongeren. Als kinderen hun school niet afmaken en dus niet aan de slag komen, hebben ze niet alleen zelf pech, ze zijn ook een zwaar verlies voor de samenleving als geheel.

Ik heb al vaker bepleit om uitkeringsgerechtigden pleinen te laten schoonmaken voor hun uitkering. Zo worden zij gestimuleerd om zo snel mogelijk door te stromen. Ik ben ervoor mensen die zich onttrekken aan arbeid en opleiding te straffen, bijvoorbeeld met boetes. Daar staat beloning tegenover voor wie zich optimaal inzet. Met inzet belonen bedoel ik dat mensen die hard werken, niet naast hun werk ook nog eens moeten bedelen bij allemaal potjes van de gemeente. Een schooljuf die onze kinderen leert rekenen en schrijven, moet niet nog eens huursubsidie aanvragen om met haar gezin goed rond te kunnen komen. Zij levert elke dag een belangrijke bijdrage aan onze samenleving en de toekomst van onze kinderen. Iemand die nachtdiensten draait in een ziekenhuis en zich inzet voor onze gezondheid, verdient nu weinig meer dan zijn buurman die rondkomt van zijn uitkering, allerlei potjes en wat bijhosselen. Bij een goed arbeidsethos hoort dat werken goed betaalt, ook in beroepen die niet direct een bedrijfswinst boeken.

Ik daag de grootverdieners van Nederland uit bij te dragen aan de hernieuwing van het arbeidsethos. Laat alle directeuren tien gemotiveerde jongeren uit wijken als Slotervaart adopteren met een betaalde werkplaats in hun bedrijf. Die jongeren zijn er ondanks alles, ze duiken de laatste tijd steeds vaker op. Ik zie het bij actieve jongvolwassenen in Amsterdam-West, die na veel omzwervingen nu driedubbel actief zijn. Ik zie dat zij én een baan hebben én studeren én vrijwilliger zijn. Geboren in povere omstandigheden en hun positie bereikt na vele omzwervingen. Hun arbeidsethos heeft ze gebracht waar ze nu zijn. Het kan dus wél.

Ahmed Marcouch is stadsdeelvoorzitter van Slotervaart.