Voor speculant levert een failliet Chrysler meer op

Chrysler heeft faillissement aangevraagd, nadat een groep kleine schuldeisers weigerde in te stemmen met een reddingsplan. Het concern maakt direct een doorstart.

Werknemers van Chrysler verlaten een fabriek van pick-uptrucks in Warren, Michigan. Foto AP WARREN, MI - APRIL 30: Chrysler workers exit from the Chrysler Warren Truck Assembly Plant April 30, 2009 in Warren, Michigan. Chrysler failed to come to an agreement with all of its debt holders by a government imposed deadline and announced they will be filing for bankruptcy and shutting down most of its manufacturing plants until the bankruptcy process is over. Bill Pugliano/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == Draaihek Toegangshek AFP

President Obama, eerder nog zo sceptisch over het functioneren van de Amerikaanse autosector, stelde zich gisteren uiterst positief op over een van de meest ingrijpende Amerikaanse faillissementsaanvragen van de laatste decennia. Zijn tactiek: live op tv zo vaak mogelijk de woorden Amerika en Chrysler in één zin gebruiken.

„Chrysler is een icoon van de Amerikaanse autobranche.” „Dit bedrijf heeft op bijzondere wijze bijgedragen aan de Amerikaanse identiteit.” „Chrysler belichaamt de vindingrijkheid, de nijverheid en de onverslaanbare geest van het Amerikaanse volk.” „Dit bedrijf heeft eraan bijgedragen dat de twintigste eeuw een Amerikaanse eeuw was.” „Chrysler is een van Amerika’s meest legendarische autofabrikanten.” En: „Chrysler was een steunpilaar van onze industriële economie.”

Was, inderdaad. Obama: „Want om eerlijk te zijn, is de steunpilaar verzwakt. Te lang heeft Chrysler zich te langzaam aangepast aan de toekomst.” Obama somt dan op: belangrijke beslissingen werden uitgesteld. Het concern ging grote problemen uit de weg. En uiteindelijk bracht Chrysler, ook producent van Dodge en Jeep, auto’s op de markt die „niet populair genoeg waren, niet betrouwbaar genoeg en ook nog eens minder energiezuinig dan die van buitenlandse concurrenten”.

Uiteindelijk wilde een aantal financiële partijen niet meewerken aan het nog langer overeind houden van Chrysler en de overheid heeft het bedrijf gisteren gedwongen faillissement aan te vragen bij de rechtbank in New York. Het is voor het eerst sinds Studebaker in 1933 dat een Amerikaanse autobedrijf via een surseance fors wil afslanken en van erfenissen uit het verleden probeert af te komen, om daarna een doorstart te maken.

Tien jaar geleden verkocht Chrysler nog 2,6 miljoen auto’s in de VS, vorig jaar waren dat er nog maar 1,5 miljoen. Door de hoge brandstofprijzen van vorige zomer en de zich uitbreidende economische crisis bedroeg die daling vorig jaar zelfs 30 procent.

Chrysler-topman Bob Nardelli, die vertrekt, zocht daarop hulp. Met General Motors, ook al op de rand van de ondergang, werd gesproken over een fusie. Dat mislukte. Beide bedrijven kregen toen, volgens henzelf op het laatste moment, miljarden aan noodkredieten van de Amerikaanse overheid. Als voorwaarde voor de noodhulp moest Chrysler met plannen komen om te overleven. De deadline was gisteren.

Chrysler, de regering-Obama, de Canadese overheid, autovakbond UAW, het Italiaanse Fiat en een comité van banken op Wall Street kwamen met een constructie waardoor de schuldenlast van Chrysler kon worden teruggebracht en het bedrijf met nieuwe eigenaars verder kon.

Complicatie was echter de groep van tientallen kleinere schuldeisers. Terwijl de banken Citigroup, JPMorgan, Goldman Sachs en Morgan Stanley – samen goed voor 70 procent van de schuldenlast van Chrysler – ermee instemden hun leningen ter waarde van 6,9 miljard dollar om te zetten in 2,25 miljard aan contanten, bleef een groep van kleinere hedgefondsen dwarsliggen. Toen JPMorgan de groep van 46 schuldeisers op woensdagavond negentig minuten gaf om voor of tegen het voorstel te stemmen, bleken hun bezwaren onoverkomelijk. En omdat de regering-Obama – naar eigen zeggen om juridische redenen – unanimiteit had geëist, was het afgelopen voor Chrysler.

Obama sprak deze „speculanten” direct toe tijdens zijn toespraak. Zij zouden, in tegenstelling tot alle anderen – zoals de overheid, die 8 miljard bijdraagt aan de faillissementsafhandeling – „geen offer zonder weerga” hebben gebracht. De financiële partijen stellen zelf dat „de overheid de wet en al decennia geldende faillissementspraktijk te niet doet” door hen te dwingen grotere verliezen te nemen dan bijvoorbeeld de overheid zelf of de vakbonden. Om afstand te nemen van de overheid noemt deze groep zich het Comité van niet-TARP-leners. TARP is het overheidsfonds dat bijna zeshonderd banken honderden miljarden aan kredieten heeft verstrekt.

Dit comité stelt ook dat een faillissement simpelweg lucratiever is. In het voorstel krijgen zij 33 cent per dollar aan schuld, een faillissement levert volgens henzelf 65 cent per dollar aan schuld op. En zij hebben weer verantwoording af te leggen aan hún investeerders, zoals pensioenfondsen en de vakbond van leerkrachten.

Maar volgens critici spelen de hedgefondsen dubbel spel. Sommige hebben ook schulden uitstaan bij Ford en General Motors. Die concurrenten hebben voordeel bij het ter ziele gaan van Chrysler. Na jaren van massaontslagen werken nu nog 54.000 mensen bij Chrysler en het bedrijf heeft 3.600 dealers. Surseance maakt het makkelijker deze laatste groep snel uit te dunnen. Verder wordt de schuldenlast teruggedrongen en kan Chrysler makkelijker fabrieken sluiten, contracten met toeleveranciers ontbinden, afstand nemen van oude asbestclaims en een einde maken aan de bijdragen aan de ziektekostenverzekeringen van niet bij de vakbond aangesloten werknemers.

Toen de bestuurders van GM en Chrysler het Congres eind vorig jaar nog om noodkredieten verzochten, was de redenatie dat een omvallende autofabrikant „catastrofale maatschappelijke kosten” zou hebben en zou leiden tot drie miljoen werklozen en miljarden aan gederfde belastinginkomsten.

Obama blijft daar nu stil over. Het proces moet een „chirurgisch” karakter krijgen en binnen zestig dagen afgerond zijn. Daarna krijgt het Italiaanse Fiat om niet een belang van 20 procent, dat in stappen kan toenemen tot 35 procent en uiteindelijk zelfs tot een meerderheidsbelang. Fiat belooft in ieder geval één Chrysler-fabriek te zullen gebruiken voor de productie van kleinere auto’s.

Vakbond United Auto Workers wordt met een belang van 55 procent meerderheidsaandeelhouder in het fors afgeslankte Chrysler, en de Canadese overheid krijgt een belang van 2 procent in de nieuwe fabrikant. De rest is voor de Amerikaanse overheid. „Dat is geen teken van zwakte”, zegt Obama, „maar een stap op weg naar de toekomst van Chrysler.” Het zijn immers, en daar is dat andere woord alweer, „moeilijke tijden voor Amerikaanse consumenten en de Amerikaanse auto-industrie”.

    • Freek Staps