Voetballen in Ierland verdiende altijd wel lekker

Het gaat niet goed met de Ierse voetbalcompetitie.

Elke Ier met talent vertrekt naar Engeland en clubs hebben het financieel zwaar.

Dat Richmond Park in Dublin tot de betere accommodaties behoort, zegt misschien wel genoeg over de Ierse League. De thuisbasis van St. Patrick’s Athletic bestaat voor de helft uit onoverdekte staantribunes, opgetrokken uit groezelig beton. Voor de ontmoeting met Hertha BSC in de eerste ronde van de UEFA Cup in september – een knappe 0-0, uitschakeling volgde in de return in Berlijn – moest uitgeweken worden, want deze accommodatie is voor Europees voetbal ongeschikt.

„We runnen de boel hier vanuit een huiskamer”, zegt voorzitter Richard Sadlier (30) in zijn kantoortje in een van de aanpalende rijtjeshuizen. „Met het veld als onze tuin. Ooit eerder gezien, zoiets?” Sadlier oogt met zijn imposante fysiek nog steeds de lange centrumspits die hij tot voor kort was. Een slepende heupblessure dwong hem tot het beëindigen van zijn spelerscarrière, nog voor deze goed en wel was begonnen bij het Engelse Millwall.

Zoals iedere Ierse voetballer met talent en ambitie vertrok hij op jonge leeftijd naar Engeland, waar de Ierse nationaliteit de op een na meest voorkomende is in de twee hoogste divisies. Een opvallende statistiek, die ook illustreert dat de Ierse League is leeggezogen. Sadlier: „Elke speler die kan gaan, vertrekt. En niet zoals in Nederland pas op latere leeftijd. Zodra er interesse is, ook al is het van een club uit een lagere divisie, zijn ze weg. Dat is gewoon marktwerking. Je verdient daar tot tien keer zoveel.”

En toch zijn het juist de te ruim bemeten salarissen die de Ierse clubs jaar in jaar uit langs de afgrond doen scheren. Volgens de Ierse voetbalbond FAI ging tot vorig jaar gemiddeld 95 procent van de omzet van clubs op aan spelerssalarissen. Veel clubs maakten in de jaren van economische voorspoed in Ierland de stap naar fullprofessionalisme, maar dat werd door inkomsten niet gerechtvaardigd. Om de clubs tegen zichzelf in bescherming te nemen voerde de FAI vorig jaar de maatregel in dat clubs nog maar 65 procent van hun omzet aan spelerssalaris mogen uitgeven.

Hoewel dit volgens toezichthouder van de FAI, Pádraig Smith, „tastbaar resultaat” heeft opgeleverd, scheelde het niet veel of er was dit jaar geen voetbal in de hoogste divisie. De licentiecommissie van de Ierse bond zag van vier clubs hun financiële tekortkomingen door de vingers. Eén voorzitter, zo tekende de Irish Independent op, arriveerde op ‘licentiedag’ in februari met een enveloppe met contanten bij de spelersvakbond om ternauwernood een conflict over niet betaalde salarissen af te wikkelen. Maar niemand had ook echt verwacht dat de bond hard zou optreden. „Dan riskeer je dat er maar een paar clubs overblijven”, zegt Sadlier.

Nu Ierland in een diepe recessie verkeert, moeten clubs er ook aan geloven. Voor St. Pat’s geldt dat in het bijzonder. Clubeigenaar en vastgoedmagnaat Garrett Kelleher zorgde er in andere jaren altijd voor dat de Dublinse club uit de kosten kwam. Maar de man achter de Chicago Spire, een zeshonderd meter hoge woontoren waarvan de bouw wegens tekortschietende financiering stilligt, doet een stap terug. „Ook Garrett heeft wel wat anders aan zijn hoofd nu, met de economie on its arse”, begrijpt Sadlier.

„Hoe vervelend en ingrijpend de crisis ook is, het helpt wel bij de onderhandelingen met spelers. Ze zien op het nieuws en in de kranten dat het niet verzonnen is. Iedereen moet inleveren.” Veel spelers van St. Pat’s namen volgens Sadlier dan ook genoegen met minder. Ook Pádraig Smith ziet door de crisis draagvlak ontstaan. „Nu mensen met ‘normale’ levens massaal de dupe zijn, realiseren spelers dat ze de afgelopen jaren wel erg royaal verdiend hebben.”

St. Patrick’s Athletic, dat zijn budget andere jaren nogal eens fors oprekte voor kortstondige successen, zal het dus over een andere boeg moeten gooien. Geen probleem, denkt Sadlier. „De hoogte van het salaris is geen afspiegeling van de mate van professionalisme. Je hebt jongens die lopen zich de benen onder het lijf voor nog geen duizend euro per week. Een speler bij ons verdiende 3.000 euro per week, maar had het vetpercentage van een darter. Daar hebben we toch maar vriendelijk afscheid van genomen.”

    • Bart Hinke