Vijf vijf vijf

Komende dinsdag gaan mijn gedachten niet alleen terug naar 5 mei 1945. Er is meer dan oorlog en vrede, zal ik maar zeggen. Voetbal, bijvoorbeeld. Fris, aantrekkelijk aanvalsvoetbal. Voetbal met de vaste wil om het vijandelijke doel te bestoken. Technisch en gevarieerd. Je ziet het niet zo veel, daarom blijven de elftallen die het spelen je zo lang bij. Extra mooi wordt het als het bijna tot succes leidt. Bijna: hoe meer je daarvan kunt spreken, hoe dieper het naar binnen slaat.

Een ultiem geval van bijna vond plaats op die even betoverende als verbijsterende avond in de Alkmaarderhout. Onlangs noemde AZ-voorzitter Dirk Scheringa die avond ‘Vijf vijf vijf’. In de halve finale van de UEFA-Cup had AZ – toen nog kleiner dan nu – het klaargespeeld om in Lissabon met slechts 2-1 te verliezen van Sporting. Van een club dus waar AZ een keer-of-wat in ging. Dat zei overigens niet alles: in de vorige ronden had AZ rijkere clubs als Sjaktar Donetsk en Villarreal al uitgeschakeld. Op 5 mei 2005 deed AZ in het eigen mini-stadion wat het in die periode altijd en overal deed: aanvallen. Gestut door een verdediging die haar opponenten op de middenlijn stond op te wachten, draaide voorin een carrousel zoals ik nog maar zelden had gezien. Drie aanvallers, en een nummer tien daarachter, namen naar eigen inzicht elkaars plaatsen over. Kenneth Perez, Barry van Galen, Tarik Sektioui en Robin Nelisse (of Martijn Meerdink, of Stijn Huysegems) mochten het zelf uitzoeken. Mijn verbeeldingskracht maakte overuren. Het deed me denken aan het totaalvoetbal van de jaren zeventig. Dank je Co, fluisterde ik zachtjes.

Op ‘Vijf vijf vijf’ zocht het onervaren elftal van Co Adriaanse de aanval alsof het tegen Willem II speelde, in plaats van tegen Sporting Lissabon om een ticket in een Europese finale. Na negentig minuten stond het 2-1. In de verlenging bracht Kew Jaliens het wonder binnen handbereik, 3-1. Tot een cornerbal, ik meen via een Portugese schouder, alles in de slotminuut in duigen gooide. 3-2 gewonnen en toch uitgeschakeld: hoe was het mogelijk.

En toen. De nieuwe coach, Louis van Gaal, demonteerde de carrousel. Hij vond haar te riskant bij balverlies. Na nog een seizoen van bijna en eentje van niks stond deze jaargang alles in het teken van afwachten en counteren. AZ werd kampioen. Het zij de betrokkenen gegund, maar over twee jaar weet niemand buiten Alkmaar en omgeving nog hoe het was. Ik niet, tenminste. Impressies van tientallen nieuwe wedstrijden zullen de herinnering aan het huidige AZ hoogstwaarschijnlijk hebben uitgewist. En vrijwel zeker zal ik dan nog steeds zeggen: vijf vijf vijf – man, dat waren nog eens tijden.