Strakke dozen zullen domineren

Kantoor Rijkswaterstaat Westraven door architectenbureau cepezed Uit besproken boek: Samir Bantal e.a. (red.): Architectuur in Nederland. Jaarboek 2008/2009. NAi Uitgevers, 173 blz. € 39,50

Samir Bantal e.a. (red.): Architectuur in Nederland. Jaarboek 2008/2009. NAi Uitgevers, 173 blz. € 39,50

Elke lente lukt het uitgever en redactie van het jaarboek Architectuur in Nederland geheim te houden welk gebouw op de cover komt. Meestal lekt wel uit welke gebouwen die in het voorgaande jaar werden voltooid, zijn uitverkoren tot opname in de jaarlijkse bestseller van de architectuurboeken. Maar wie zich ‘architectuurkampioen van Nederland’ mag noemen, wordt pas bekend op de dag van de presentatie.

Dit jaar prijkt een hagelwitte villa op het omslag, alsof we zijn teruggekeerd naar de jaren twintig. Toen begonnen de ‘Witte Goden’ Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe, zoals de Amerikaanse schrijver Tom Wolfe de Bauhaus-directeuren noemde, aan hun opmars in de wereldarchitectuur. De gebogen glaswand van de villa op de jaarboekcover wordt zelfs onderbroken door een natuurstenen deel, dat doet denken aan de wanden van onyx die Mies van der Rohe in zijn villa’s uit de jaren twintig liet plaatsen. De neomodernistische villa van 480 vierkante meter, ontworpen door Powerhouse Company, staat op een niet nader aangeduide plek op de Veluwezoom. Als opdrachtgever staat ‘Particulier/private person’ vermeld.

De nieuwe jaarboek-redactie, die eens in de vijf jaar wisselt, heeft enkele nieuwigheden geïntroduceerd, zoals de beeldessays die modes in de hedendaagse Nederlandse architectuur signaleren, zoals de kleuren oranje en rood. Nieuw is ook de verantwoording van de keuze die de redactie in een van de acht korte essays van de vier redactieleden aflegt. Uit 398 ingezonden ontwerpen kwamen er 151 op een longlist. Hieruit werden, na stemming, 94 geselecteerd voor een bezoek. Voor de uiteindelijke keuze van de 32 opgenomen gebouwen hanteerde de redactie een ‘aantal criteria’, zoals de verhouding tot de omgeving, architectonische compositie en kwaliteit van detaillering. Dit klinkt indrukwekkend, maar je wordt er niet veel wijzer van. ‘Architectonische compositie’ is iets waar je alle kanten mee uit kunt.

Behalve de modes in de beeldessays signaleert het Jaarboek geen belangrijke trends. Maar die vallen toch echt gemakkelijk te destilleren uit de 32 uitverkoren gebouwen. Als die maatgevend zijn, dan wordt de Nederlandse architectuur nog altijd beheerst door het goede, oude neo-modernisme. Het merendeel van de 32 uitverkorenen valt in de categorie ‘strakke doos’. Zonder uitzondering mooi gemaakt, maar in de parade van het jaarboek zorgen ze ook voor keurige saaiheid.

Toch ziet het er naar uit dat 2008 een keerpunt zal blijken in de Nederlandse architectuur. In verschillende essays gaan de redactieleden in op de gevolgen van de economische crisis, die in september 2008 begon met de credit crunch. In de gebouwen van 2008 is daar nog niets van te zien, zo merkt de redactie op. Architectuur is nu eenmaal een traag medium waar tussen ontwerp en realisatie al gauw een jaar of vijf verstrijken. Maar de dramatische neergang van de conjunctuurgevoelige bouw zal vooral jonge architecten treffen, verwacht JaapJan Berg in zijn artikel ‘Jong geleerd, niet gebouwd’. Zij zijn de eersten die nu worden ontslagen bij de architectenbureaus en de tijden zijn niet gunstig om een eigen bureau te beginnen. Bovendien holt het architectuuronderwijs door bezuinigingen achteruit. Berg ziet hier een taak weggelegd voor de overheid.

Maar juist van de overheid valt niet zo veel te verwachten, zo is op te maken uit ‘Natuur, cultuur en frituur’ van een ander redactielid, Kees van der Hoeven. Vergeleken met de buitenlanden geeft Nederland weliswaar een groot bedrag uit aan de stimulering van architectuur, maar toch ontbreekt het de Nederlandse architectuur aan elan. ‘Misschien ging het ons allemaal veel te goed de afgelopen jaren’, voegt hij er als een zondebewuste calvinist aan toe.

Toch brengt de crisis de architectuur niet alleen narigheid, verwacht Berg. Die kan ook zorgen voor vernieuwingen: ‘De architectuur moet in staat zijn om op eigen kracht [...] uit de crisis te komen.’