Skype doet het nietop mijn mobiel

Bedrijven die internet aanbieden kunnen actief concurrenten frustreren.

De regering-Obama ziet dat in, Europa nog niet helemaal.

Skype doet het niet op mijn mobiel Illustratie Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Wat zou je ervan vinden wanneer je alleen het online filmkanaal van je eigen kabelbedrijf kunt ontvangen, omdat dat kabelbedrijf concurrerende filmkanalen bewust stoort? Zou het acceptabel zijn als online gamen op je Xbox vertraagd wordt, omdat je internetaanbieder een eigen online game portal beheert en dat voortrekt? Is het geoorloofd dat je telefoniebedrijf het gebruik van gratis online telefoondienst Skype blokkeert op je iPhone, zoals nu al gebeurt?

Het internet, dat we nu ook gebruiken via de kabel en op onze mobiele telefoons, is oorspronkelijk ontworpen om alle gegevensstromen gelijk te behandelen en nooit voorrang te verlenen aan diensten in het bijzonder. Maar dit principe staat onder druk. Met de populariteit van diensten die veel capaciteit gebruiken, zoals YouTube, wordt het krap op het internet en moet de ruimte efficiënt worden verdeeld. Maar bedrijven die een netwerk beheren (zoals kabelbedrijven, internetaanbieders en mobiele telefoonbedrijven) kunnen zulk ‘netwerkmanagement’ óók misbruiken om hun concurrenten op hun eigen netwerk actief te hinderen. En de vrijheid van de consument dus in te perken. Die netwerkbeheerders zijn in dat geval niet neutraal, maar partijdig.

Het grootste Amerikaanse kabelbedrijf Comcast werd onlangs betrapt op het blokkeren van een internetprotocol dat gebruikt werd door online video-on-demand diensten van de concurrerende televisiezenders ABC en NBC. Ook op het mobiele internet komen soortgelijke problemen aan het licht: in veel Europese landen blokkeren telefoniebedrijven het gebruik van Skype op smartphones.

In Europa wordt het debat over de openheid van het internet – of ‘netwerkneutraliteit’ – maar mondjesmaat gevoerd. In de Verenigde Staten daarentegen woedt sinds een aantal jaar een vurige discussie omtrent ‘network neutrality’.

De Europese Unie legt op dit moment de laatste hand aan een nieuwe telecomwet, waarin veel aandacht gegeven wordt aan de ontwikkeling van breedbandinternet in Europa. Maar juist in deze wet dreigt de EU beslissingen over de openheid van het internet voor zich uit te schuiven. De Europese Commissie heeft er, met instemming van de lidstaten, voor gekozen de neutraliteit van het internet niet expliciet vast te leggen, maar alleen ‘transparantie’ af te dwingen bij netwerkbeheerders als UPC of KPN.

Deze bedrijven moeten jou en mij dan informeren over in hoeverre zij netwerkneutraliteit respecteren (en concurrenten dus niet hinderen), zodat jij of ik desgewenst naar een andere aanbieder kunnen overstappen. Maar kan van consumenten verwacht worden dat zij zich op de hoogte houden van voordurende netwerktechnische ontwikkelingen, en kennis nemen van de puzzel van al dan niet bewust geblokkeerde of vertraagde concurrerende diensten die een beheerder op zijn netwerk aanbiedt?

Recente inzichten uit de school van de gedragseconomie, die de nadruk legt op de psychologie van de consument, tonen aan dat mensen slecht zijn in het maken van ingewikkelde rationele economische beslissingen. Het Europese transparantiebeleid is gebaseerd op een achterhaald vertrouwen in de burger als ‘homo economicus,’ en ontkent dat juist overheden een actieve rol moeten spelen in het stimuleren van geïnformeerde consumptie.

In de Verenigde Staten heeft president Obama inmiddels gedragseconomen als adviseurs aangesteld. Dit uit zich bijvoorbeeld in beleid waarin burgers niet bedolven worden onder allerlei keuzemogelijkheden, maar actief begeleid worden naar de best passende verzekeringspolis of pensioenplan. Geld bestemd voor breedbandinternet uit Obama’s stimuleringsplan van 787 miljard dollar mag alléén gebruikt worden voor het ontwikkelen van neutrale breedbandnetwerken, omdat burgers hier het meeste belang bij hebben. Het internet heeft zijn spectaculaire groei te danken aan openheid: alleen op een open markt kan innovatie tot succesverhalen als Google en Hyves leiden.

In het Amerikaanse Congres worden op dit moment wetsvoorstellen voorbereid waarin netwerkneutraliteit vastgelegd wordt, en President Obama heeft al aangegeven hier voorstander van te zijn. Terwijl in de VS aan proactieve wetgeving gewerkt wordt, staat Europa’s passieve beleid gericht op ‘transparantie’ nauwelijks ter discussie.

Op 5 mei stemt het Europees Parlement over de nieuwe telecomwet, en heeft daarmee voorlopig een laatste kans de neutraliteit van netwerken af te dwingen en de telecomwet op dit punt te wijzigen. Het parlement moet ingrijpen voordat de openheid van het internet wordt overgeleverd aan de willekeur van het bedrijfsleven.

Jasper Sluijs is junior onderzoeker aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC)

Jasper Sluijs blogt op www.jaspersluijs.org

    • Jasper Sluijs