'Rotterdam is nu doodsaai'

Rotterdam is dit jaar de ‘Jongerenhoofdstad van Europa’. Maar het uitgaansleven dreigt dood te bloeden door steeds meer regels en de mega-commercie uit Amsterdam.

Ted Langenbach, grondlegger en creatief directeur van de eens spraakmakende danceclub Now & Wow is boos. „Rotterdam schrikt af. Het is een doodse stad. Iedereen sluit zich op in zijn eigen feestje. Vernieuwing blijft uit, en wie echt wat wil, neemt de benen.”

Eerder voerde ‘cultuurpaus’ Langenbach al enkele gesprekken met de gemeente, over zijn rol als culturele kwartiermaker. Die gingen onder andere over het voormalige postkantoor aan de Coolsingel. „Maar voorlopig blijft het bij praten, terwijl de tijd begint te dringen.”

Langenbach luidt niet als enige de noodklok. Een maand geleden beklom danceorganisator Charlie Dronkers (30) het podium in café De Doelen, waar burgemeester Ahmed Aboutaleb in debat was met enkele politieke jongerenorganisaties.

Dat leidde tot consternatie. Het uitgaansleven in Rotterdam dreigt dood te bloeden, zei Dronkers daar. „Deze stad is geobsedeerd door veiligheid, het uitgaansleven is bijzaak.”

Een deel van de ergernis wordt ingegeven door heimwee. Vanaf het midden van de jaren negentig was the sky the limit aan de oevers van de Nieuwe Maas, zeggen betrokkenen. Oude vervallen panden konden worden gebruikt door jonge, creatieve geesten, zonder dat de gemeente intervenieerde.

Inmiddels zijn de regels aangescherpt. Nachtvergunningen worden nog maar sporadisch verstrekt. Subsidies zijn aan strikte voorwaarden gebonden. „De commerciële megaorganisaties uit Amsterdam bepalen de uitgaansmarkt in Rotterdam”, weet dance organisator Aziz Yagoub. „Als eenling valt daar nauwelijks tegenop te boksen.” Het gevolg is dat ‘de verhuurschuurcultuur’ regeert, zegt hij.

Volgens zijn collega Dronkers gaat Rotterdam gebukt onder „het gebrek aan een culturele as”. Het hart van de stad mist volume, stelt hij. „Bouw het centrum daarom vol.” Nu is het centrum midden in de nacht vaak verlaten, waardoor het uitgaanspubliek zich niet altijd veilig en geborgen waant.

Langenbach noemt het huidige aanbod ronduit beschamend. „Rotterdam is dit jaar de Europese Jongerenhoofdstad, maar zowel het aanbod als de aanblik is te vergelijken met een provincieplaats à la Kampen.”

Een van de recente ‘slachtoffers’ is het noodlijdende podium WaterFront, dat mede op verzoek van de gemeente is opgegaan in het nieuwe podium Watt. In het oude pand aan de Nieuwe Maas gebeurt nu niets meer; het wordt alleen nog benut door studenten van de Hogeschool van de Kunsten.

Experimentele danceclub Herr Zimmermann heeft het aantal technofeesten noodgedwongen teruggebracht. Maar, opmerkelijk, hier legt organisator Mario Martinez (38) de schuld niet direct bij de gemeente. „Ik mis onder jongeren het recalcitrante avonturisme.”

Zijn Europese tanzclub is gevestigd in een oude vleesfabriek in Rotterdam-West. „Het is geen wereldreis, maar de plek blijkt voor velen een stap te ver.” Hij wijt de teloorgang aan „de brave tijdsgeest, die in Rotterdam harder lijkt toe te slaan dan in de rest van Nederland”.

En toch, Dick Pakkert, uitbater van café/poppodium RoTown zegt niet te wanhopen. „Wie wat wil beleven in Rotterdam, komt aan zijn trekken. Al moet je wel een beetje de weg kennen. Het enige wat ontbreekt, is een fatsoenlijk podium.” Zelf was hij tot voor kort programmadirecteur bij Watt. „Maar omdat de politiek de popsector niet serieus neemt, heb ik bedankt voor de eer.”

    • Mark Hoogstad