Pandemie en paniek

Is er reden voor paniek over een nieuwe varkensgriep of is er reden voor paniek over een zich muterende menselijke paniek? De Europese ministers van Volksgezondheid waken voor paniek. Ze hebben besloten geen reisverboden in te stellen. Woensdag had de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wel fase 5 afgekondigd, de laatste stap voor fase 6 die een pandemie aankondigt. Volgens directeur-generaal Chan van de WHO is het weliswaar de vraag of de N1H1-griep daadwerkelijk op een ramp uitdraait en, zo ja, of die alleen toeslaat in ontwikkelingslanden of ook in rijke staten. Maar deze griep is hoe dan ook nu al een „uitgelezen kans voor de internationale gemeenschap om paraatheid en respons” op te voeren. En ook solidariteit. Want een pandemie is een „bedreiging voor de hele mensheid”, aldus Chan.

Dat klinkt allemaal behoorlijk panisch, hoewel het aantal dodelijke slachtoffers op mondiale schaal zelfs volgens de meest onrustbarende cijfers tot nu toe nog altijd beduidend lager is dan het aantal mensen dat in Nederland jaarlijks aan een reguliere griepgolf bezwijkt. De onrust wordt dan ook ten dele veroorzaakt door het taalgebruik. Het begon met de verwijzing in de naam naar varkens. Als dan ook nog sprake is van pandemie lijkt de dood al snel op de loer te liggen.

Maar dat hoeft niet zo te zijn. De term pandemie betekent niet meer dan dat een ziekte zich over alle volkeren verspreidt. Omdat ook in de VS een peuter is overleden aan het in Mexico ontstane virus – en de ziekte inmiddels in tien andere landen, zoals in Nederland, is waargenomen – ligt mondiale verspreiding in het verschiet.

Dat is de reden dat de WHO nu centraal actie onderneemt. Regeringen kunnen ingrijpende maatregelen treffen. Bijvoorbeeld door grootschalige vaccinatie, waar de farmaceutische industrie zich nu op dient voor te bereiden. In Nederland is minister Klink (Volksgezondheid, CDA) daar reeds mee begonnen. GGD’en en andere medische autoriteiten hebben nu verregaande bevoegdheden waar de burger zich naar heeft te voegen.

Bij dreigende pandemie is zulke centrale regie verstandig. Maar dat roept wel de vraag op of er op decentraal niveau tot nu toe adequaat is geopereerd. Indien het nieuwe griepvirus inderdaad zijn oorsprong heeft in Mexico, dan wijst veel erop dat de autoriteiten daar laks hebben gereageerd. Als er sneller een accurate diagnose was gesteld, had de WHO nu wellicht niets hoeven doen. Een virusuitbraak in één haard laat zich nog indammen, drie haarden niet meer.

Centralisme is daardoor onvermijdelijk geworden. Maar dat wil niet automatisch zeggen dat alles nu moet worden overgelaten aan de centrale commandoposten van de WHO en de regeringen. Het is cruciaal dat er op decentraal niveau gesurveilleerd en gediagnosticeerd wordt, zodat de experts op centraal niveau de gegevens kunnen analyseren en daarna omzetten in maatregelen.

Zo’n zorgvuldige mix van decentrale en centrale actie heeft een dubbel doel: de pandemie én de paniek beheersen.