NK in je tuin, da's pas een thuiswedstrijd

In Mierlo is tot en met zondag het Concours Hippique.

Drijvende kracht achter het evenement is de familie Van der Vleuten.

Of het nou bij de bar, in de stal of langs de springpiste is, waar je op het Concours Hippique in het Noord-Brabantse Mierlo ook loopt, de kans is groot dat je iemand van de familie Van der Vleuten tegenkomt. De ‘paardenfamilie’, bij wie het vijfdaagse springconcours plaatsvindt, doet er alles aan om het evenement tot een succes te maken.

Het gezin Van der Vleuten maakt overuren deze dagen. Vader Eric, al zo’n 25 jaar professioneel springruiter, zit in het bestuur van het concours, is eigenaar van het terrein en rijdt zelf ook mee. Moeder Mariël ontvangt de sponsors en juryleden en wordt daarbij geholpen door dochter Melanie (19). Zoon Maikel (21) concentreert zich voornamelijk op het paardrijden; dit weekeinde doet het talent mee aan drie springwedstrijden, waaronder het Nederlands kampioenschap. Eric junior (14) rijdt in een klasse voor jongeren en helpt bij het opbouwen van de parkoersen. En de neef van Eric senior, Jan, zorgt dat het parkeren volgens plan verloopt.

Het springconcours begon woensdag. In een tent met uitzicht op de tweede wedstrijdbaan vertelt Eric van der Vleuten (45) dat hij het vooral organiseert omdat hij iets terug wil doen voor de paardensport. En met zo’n acht hectare grond heeft de staleigenaar er ook de ruimte voor. Het is nu de tiende keer dat het evenement, met in totaal zo’n achthonderd ruiters en een prijzengeld van ongeveer 90.000 euro, op zijn terrein wordt gehouden. Naar eigen zeggen verdient hij er niets aan. „Ik ben al blij als we quitte spelen.”

Van der Vleuten weet als ervaren ruiter wat de wensen zijn van de deelnemers. Hij noemt een goed uitgezet parcours en een ruim inspringterrein. „Maar het belangrijkste is de grond van de springpiste.” Het grasveld waar het evenement plaatsvindt, wordt daarom het hele jaar gespaard. De kunst van een goede ondergrond? Niet te hard. „Want anders heb je te weinig vering.” En niet te zacht. „Anders heb je geen goede afzet”, zegt Van der Vleuten, die aangeeft dat het weer hierbij een belangrijke rol speelt.

„Het is een prachtig concours, niet voor niets komt iedereen ieder jaar weer terug”, zegt springruiter Jeroen Dubbeldam, die zelf medeorganisator is van het concours in Hengelo. „Je ziet dat er een organisatie achter zit die wekelijks op internationale wedstrijden komt”, meent de olympisch kampioen van 2000. „Alles is goed geregeld: de stallen, het eten en het terrein ligt er mooi bij.”

Mariël van der Vleuten (43), die op vijftienjarige leeftijd haar man Eric op een concours leerde kennen, vertelt dat de paardensport het leven in de familie beheerst. Vooral Eric en Maikel kunnen niet zonder. „Ze zijn er dag en nacht mee bezig.” Behalve dat het evenement – met jaarlijks tussen de 10.000 en 15.000 toeschouwers – zonder problemen verloopt is haar grootste zorg dat haar man en oudste zoon komend weekeinde goed presteren op het NK. „Ik hoop dat een van de twee op het podium komt.”

Maikel van der Vleuten denkt in de topdrie te kunnen eindigen. Zijn paard Sapphire is in vorm, zo bleek afgelopen weekeinde bij de Grote Prijs van Antwerpen, waar ze derde werden. Van der Vleuten rijdt sinds vorig jaar bij de senioren en won al zes Grote Prijzen. Ook is hij een vaste waarde bij de selectie van het Nederlandse B-kader. „Het talent begint er nu uit te komen”, zegt hij nadat hij zijn paard op stal heeft gezet. Wat hij het mooiste vindt van de sport? „Het hoogst haalbare uit een paard halen.”

Twee jaar geleden kreeg de organisatie in Mierlo een zware tegenslag te verwerken. Drie weken voor aanvang van het concours ging de materiaalloods, waarin ondermeer de hindernissen, dranghekken en de ingangspoort stonden opgeslagen, in vlammen op. De schade liep in de tienduizenden euro’s. „Dat was heel triest. Alles was weg”, zegt Mariël van der Vleuten. Met hulp van de gemeente, het bedrijfsleven en andere hippische organisaties kon de editie toch doorgaan.

Vader Van der Vleuten heeft het ondertussen druk met het beantwoorden van telefoontjes. Hij vertelt dat hij door de organisatorische werkzaamheden minder bezig is met de wedstrijden. „De concentratie is minder. Ik heb er geen voordeel van dat ik een thuisconcours rijd.”