Militairen op schepen België

Belgische koopvaardijschepen kunnen bescherming vragen van Belgische militairen tegen piraterij voor de kust van Somalië. Dat heeft de Belgische regering gisteren beslist. België is na Frankrijk het tweede land in de Europese Unie dat een dergelijke maatregel neemt.

Het waren de Belgische rederijen zelf die om de extra bescherming hadden gevraagd. Halverwege april werd in de Golf van Aden voor de kust van Somalië het onder Belgische vlag varende baggerschip ‘Pompeï’ gekaapt. Dat schip werd niet gezien als een risico en kreeg geen enkele bescherming.

Nu besliste de Belgische regering dat schepen die in de Golf van Aden varen eerst bescherming moeten vragen aan de Europese marinevloot die er actief is in het kader van de operatie Atlanta. In augustus vertrekt ook de ‘Louise Marie’, het fregat dat België in april vorig jaar overnam van de Nederlandse marine, naar de Golf om de vloot te versterken.

Indien de Europese missie de bescherming niet kan garanderen, kunnen de reders een beroep doen op het Belgische leger. Dan varen er in principe acht militairen mee per schip, aldus de Belgische minister van Defensie, Pieter de Crem. De acht zijn uitsluitend militairen (geen agenten) en zijn binnen de 48 uur inzetbaar.

De Belgische regering had de beslissing herhaaldelijke keren uitgesteld. Gisteren viel die uiteindelijk toch, nadat duidelijk werd dat de reders de extra kosten voor de bescherming moeten betalen. Per missie, die zowat een week in beslag neemt, bedragen die kosten 115.000 euro.

Reders die op de bescherming een beroep willen doen moeten bovendien aantonen dat ze voldoende verzekerd zijn. De Belgische defensie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade aan het schip of de lading als gevolg van een kaping. De beslissing om eventueel op te treden tegen piraten ligt bij de militairen.