Lehman Sisters

Een Amerikaanse commentator schreef over de eerste honderd dagen van president Obama dat hij een gedurfde hervormingsagenda had gepresenteerd om zijn verkiezingsbeloftes waar te maken. Maar het interessante aan de eerste honderd dagen van Obama is nou juist dat hij als president veel ambitieuzer blijkt dan zijn verkiezingscampagne deed vermoeden.

Zo wil Obama, anders dan hij tijdens de campagne verkondigde, opeens een universele ziektekostenverzekering invoeren. Bovendien werd vorige week duidelijk dat Obama desnoods bereid is om de Republikeinen in het Congres buitenspel te zetten.

Op de terreinen onderwijs en milieu is Obama al even radicaal. Hoger onderwijs moet in de komende jaren voor iedereen die kwalificeert toegankelijk (dat wil zeggen: betaalbaar) worden door middel van beurzen en leningen. Om zijn plannen te financieren wil Obama een systeem van verhandelbare emissierechten invoeren dat de uitstoot van CO2 moet beperken en moeten de belastingen voor de allerrijkste Amerikanen omhoog.

Hoe doortastend Obama op alle andere terreinen is, zo weifelend is hij als het op de financiële crisis aankomt. Deze week werd duidelijk dat zes grote financiële instellingen, waaronder de twee grootste banken, Bank of America en Citigroup, te weinig kapitaal hebben. De zombiebanken worden door de Obama-regering met fluwelen handschoenen aangepakt. In The New York Times verscheen afgelopen maandag een kritisch artikel over de warme banden die de huidige minister van Financiën, Timothy Geithner, onderhoudt met de chief corporate executives op Wall Street.

Geithner was tot januari van dit jaar voorzitter van de New York Fed (de centrale bank in New York). Hij was op die plek gekozen door het bestuur van de New York Fed dat wordt gevormd door de bankiers van Wall Street. Feitelijk wordt de New York Fed dus gecoöpteerd door de industrie die het moet controleren. Geithner liet zich de afgelopen jaren regelmatig door de bankiers fêteren in de duurste restaurants van New York, zo blijkt uit het verslag van The New York Times.

Sinds het begin van de crisis is bijna 700 miljard dollar van de Amerikaanse belastingbetaler naar de bankiers op Wall Street gesluisd. Daarenboven heeft de Federal Reserve zich ook nog eens garant gesteld voor 1.100 miljard dollar aan giftige waardepapieren. Als het aan Geithner had gelegen, was er nog veel meer belastinggeld naar de banken en andere financiële instellingen gegaan. In juni 2008, toen de financiële crisis orkaankracht naderde, stelde Geithner in een besloten vergadering voor om aan het Amerikaanse congres te vragen om president Bush een volmacht te geven om alle schulden van het bankwezen te garanderen.

Geithner zegt nu dat het hem koud laat wat er met Wall Street gebeurt en dat het hem slechts te doen is om schade aan de reële economie te voorkomen. Maar waarom verzet hij zich dan met hand en tand tegen een beperking van de bonussen voor de topbankiers van Wall Street? Een dag voordat The New York Times de intieme banden van Timothy Geithner met de topbankiers op Wall Street blootlegde, berichtte diezelfde krant dat de bonussen bij de grootste banken op Wall Street, na een dieptepunt in 2008, inmiddels weer zijn gestegen naar het niveau van 2007.

En het was niet Geithner maar Sheila Bair, de voorzitter van de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC), die deze week met het voorstel kwam om systematisch belangrijke financiële instellingen aan banden te leggen. Bair wil dat de FDIC de bevoegdheid krijgt om failliete bankholdings, verzekeraars en andere financiële instellingen die zo groot zijn dat ze een bedreiging voor het gehele financiële systeem vormen te sluiten.

Het feit dat geen van de toezichthouders – het ministerie van Financiën, de Federal Reserve of de FDIC – de bevoegdheid had om failliete financiële instellingen te sluiten, heeft volgens Bair tot de ongekende (en ongewenste) overheidsinterventie in de private sector geleid. Anders dan Geithner en centralebankpresident Bernanke, wil Bair niet-levensvatbare banken via een ordelijk proces failliet laten gaan in plaats van ze koste wat het kost met belastinggeld overeind te houden.

Bair wil dat doen volgens het ‘goede bank/slechte bank’-model, dat met name door Willem Buiter, hoogleraar politieke economie aan de London School of Economics, is gepromoot. Daarbij worden de levensvatbare onderdelen van het bedrijf ondergebracht in de goede bank, terwijl de noodlijdende porties achter zouden blijven bij de slechte bank. De verliezen komen dan terecht bij de aandeelhouders en de onverzekerde crediteuren. Op die manier kun je het bankieren redden, zonder de failliete banken of de falende bankiers te redden.

Ik heb in de financiële crisis tot nu toe niet ‘de gender-kaart gespeeld’, zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen. Als de zakenbank die afgelopen september failliet ging met de naam Lehman Sisters getooid was geweest in plaats van Lehman Brothers, had het vast nooit de 47ste plaats van de Fortune 500 bereikt.

Maar zelfreinigend vermogen ontbreekt in het old boys netwerk. Toen de voorzitter van Commodity Futures Trading Commission, Brooksley Born, twaalf jaar geleden het Amerikaanse congres waarschuwde voor de risico’s van de derivatenhandel, legden de toenmalige centralebankpresident Alan Greenspan en minister van Financiën Robert Rubin haar abrupt het zwijgen op. Born maakte geen deel uit van het clubje mannen dat wekelijks met elkaar ging lunchen en tennissen in Washington DC.

Nu is het Sheila Bair die als enige van de toezichthouders met een voorstel komt om de problemen bij de falende banken op een zindelijke manier op te lossen. Het old boys netwerk is alleen maar bezig zichzelf in stand te houden. Net als Born maakt Bair daar geen deel van uit. Haar kritisch vermogen is in tact. De zakenbank die in september ten onder ging had beter Lehman Brothers & Sisters kunnen heten.

Twee weken geleden verscheen de nieuwe bundel Tussen hebzucht en verlangen – De wereld en het grote geld met een selectie van de interessantste beschouwingen van Heleen Mees.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees