'Land verdient weer hulp'

Zimbabwe heeft internationale steun nodig. Komt die niet dan ‘dreigt opstand van de bevolking’ tegen de hervormers.

De nieuwe regering in Zimbabwe, waaraan de vroegere oppositiepartijen deelnemen, boekt resultaten. Dus is de tijd rijp voor hervatting van de internationale hulp aan het door crisis, corruptie en repressie geplaagde land, vindt Welshman Ncube. „Anders”, zegt hij, „gaat het beetje vooruitgang dat we hebben geboekt weer verloren en lopen we het risico van maatschappelijke onrust. En dan gebeurt in Zimbabwe precies wat de internationale gemeenschap wil voorkomen.”

Welshman Ncube is minister van Industrie en Handel in de regering van Zimbabwe. Deze kwam in februari tot stand als een gedwongen huwelijk tussen de partij Zanu-PF van de omstreden president Robert Mugabe, die jarenlang de alleenheerschappij had, en de MDC van oppositievoorman Morgan Tsvangirai. Ncube is, behalve minister, ook secretaris-generaal van de MDC-Mutambara, een afsplitsing van de MDC van Tsvangirai en de derde en kleinste coalitiepartner.

Beide MDC-fracties willen hun positie ten opzichte van Zanu-PF versterken om vervolgens de noodzakelijke economische en democratische hervormingen in Zimbabwe door te voeren.

Ncube was afgelopen weekend in Den Haag, samen met zijn collega Elton Mangoma, minister van Economische Zaken en Investeringen en lid van de MDC van Tsvangirai. Het tweetal pleitte bij minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (PvdA) voor hervatting van de hulp.

De internationale gemeenschap stopte de afgelopen jaren alle hulp aan Zimbabwe uit protest tegen de schending van de mensenrechten door Mugabes Zanu-PF. Nu de oppositie mede aan de macht is en de economie voor het eerst in jaren weer hoopgevende tekenen vertoont, doemt bij potentiële donoren een dilemma op: wanneer gaan we opnieuw hulp geven?

Westerse landen en financiële instellingen (IMF, Wereldbank) zouden het geld het liefst geven aan ministeries die geleid worden door de fracties van de MDC. Deze kunnen dan, door verbetering van de levensomstandigheden van Zimbabweanen, hun positie ten opzichte van Zanu-PF versterken, zo is de gedachte. Donoren aarzelen echter nog steeds om over de brug te komen, bang al ze zijn dat hun geld in de zakken van Zanu-PF verdwijnt. Maar te lang wachten met hulp kan er weer toe leiden dat de bevolking zich juist tegen de hervormingsgezinde, voormalige oppositie keert.

Dat de economie van Zimbabwe weer tekenen van leven vertoont, blijkt uit de schappen in de winkels die weer gevuld raken, stabiliserende consumentenprijzen en scholen die weer open gaan. Overheidsfunctionarissen worden uitbetaald in Amerikaanse dollars in plaats van in waardeloze Zimbabweaanse dollars. „De vooruitgang bewijst het ongelijk van iedereen die zei dat we vermalen zou worden in een coalitie met Zanu-PF”, zegt Elton Mangoma.

Mangoma en Ncube noemen het hoopgevend dat minister van Financiën Tendai Biti, van de MDC-Tsvangirai, erin lijkt te slagen om Gideon Gono op een zijspoor te rangeren. Gono, de directeur van de centrale bank en lange tijd een vertrouweling van Mugabe, gold als de man die Zimbabwe runde. Het was Gono die de geldpersen liet draaien wanneer Mugabe en diens makkers om geld verlegen zaten, en zo de inflatie tot duizelingwekkende hoogtes opstuwde en Zimbabwe ruïneerde.

Landen in zuidelijk Afrika zijn deze week met 400 miljoen dollar over de brug gekomen. Daar kan Zimbabwe slechts korte tijd mee vooruit. Ncube: „Stellen we mensen teleur, dan komen ze in opstand. Dan gaat Zimbabwe alsnog de richting uit van Somalië.”

Minister Koenders vindt de ontwikkelingen in Zimbabwe „bemoedigend”, maar hij wil eerst dat het land orde op zaken stelt. Er zitten nog steeds activisten vast, er worden nog steeds blanke boeren van hun land gegooid. „We vinden het te vroeg de hulp te hervatten.”

    • Mark Schenkel