Krankzinnige aanslag

Geen „terreurlink” van welke aard dan ook. Dat was gisteren vermoedelijk de belangrijkste mededeling die hoofdofficier Goossens van justitie deed na de aanslag met een auto op het Koninginnedagpubliek in Apeldoorn. Maar wel een aanslag op het Koninklijk Huis, zo werd afgeleid uit wat de zwaar gewonde dader in de auto meteen na de klap zei tegen de politie.

Daarmee is de gebeurtenis door de autoriteiten voorlopig gecategoriseerd als een criminele daad. De man in de auto heeft een lokaal drama veroorzaakt, geen internationale crisis. En of het een strikt persoonlijk of toch ook politiek geïnspireerde aanslag met serieuze achtergrond is geweest, dat moet eveneens nog blijken.

Het is dus nog behoorlijk vroeg om de daad van de 38-jarige Nederlander van ‘autochtone afkomst’ te duiden die gisteren in Apeldoorn zeker vijf mensen doodreed en er twaalf verwondde voordat hij crashte.

Dat de man met opzet handelde kon iedere tv-kijker wel vaststellen. En dat die opzet zich richtte op de open tourbus met de koninklijke familie, waar het voertuig op afstoof, leek op het oog ook voor de hand te liggen.

Maar is er sprake van een man van bijna middelbare leeftijd met een persoonlijke probleem? Of van een zonderling die zich vooral tegen het staatshoofd verzet of juist tegen de overheid die zij symboliseert?

Automatisch dringt zich een vergelijking op met de laatste moordaanslag op een politicus in Nederland. Die werd gepleegd door een radicale milieuactivist, op Pim Fortuyn, met een vuurwapen. Dat was goed voorbereid en van dichtbij. Dit leek meer een impulsieve daad met een lange aanloop. Met een lichte auto door het publiek heen een zware bus pogen aan te rijden, suggereert meer wanhoop dan doelbewuste moord. Wapens of explosieven zijn ook niet aangetroffen. Dat de verdachte geen bekende is van de politie, van de AIVD, noch van de gemeentelijke psychiatrie, zoals de hoofdofficier verklaarde, biedt echter te weinig houvast om te concluderen dat het géén zonderling met waandenkbeelden was.

De plaatselijke overheid nam gisteren prompt de juiste beslissing de festiviteiten af te breken, en deze, zoals het toepasselijk werd uitgedrukt, te laten „uitdoven”. De rest van het land volgde, maar meestal op afstand en vaak halfslachtig.

Daarmee werd onwillekeurig gedemonstreerd dat Koninginnedag wellicht niet meer in die mate „mensen verbindt” als de premier het na de aanslag hoopvol uitdrukte. Voor velen is Koninginnedag kennelijk losgezongen van de monarchie. Het is een oranje feest geworden dat reikt van carnaval via ‘Nederland’ naar plezier, pret en jezelf zijn, liefst in de zon.

In Amsterdam heeft Koninginnedag, met honderdduizenden bezoekers en tal van commerciële podia van radiozenders een eigen dynamiek gekregen. De vlaggen halfstok in Apeldoorn doet feestvierders, die bijvoorbeeld een dagje naar de hoofdstad reizen, niet automatisch besluiten om ook van de voorgenomen pret af te zien. De feesten werden ’s avonds uiteindelijk ‘ingekort’. Maar dat was een schamel gebaar na een drama dat vijf doden kostte.