Klassiekers en reprises

Aangename verrassing: Springdance, het festival dat jarenlang alleen oog had voor de jongste hedendaagse dans, kreeg ter gelegenheid van de 25ste editie een bescheiden historisch kadertje. Bij de opening werd Pina Bausch geëerd, de koningin van het Tanztheater en indirect naamgeefster van het festival – haar Frühlingsopfer (1975) wordt, voor degenen die de Duitse taal niet machtig zijn, vertaald met The Rite of Spring.

Het eerbetoon was ook indirect, door middel van een retrospectieve monoloog van een van Bausch’ oude getrouwen, Lutz Förster. Pikant detail: Jérôme Bel, ooit kampioen der conceptuelen, regisseerde deze solocollage. Hij trad daarmee in de voetsporen van de psychologiserende, neo-expressionistische Bausch, die haar dansers ‘als zichzelf’ presenteerde, als mensen met particuliere emoties en een eigen historie – en dus niet als dragers van een volkomen van het podium gescheiden intellectueel concept.

Die dansvorm is geschiedenis, maar als de nieuwe Springdance-bazin Bettina Masuch besluit haar festival voortaan van een dergelijk referentiekader te voorzien, krijgt het publiek wellicht over een paar jaar weer zo’n bewegingsarm conceptueel meesterwerkje te zien. Hoe jammer het ook zou zijn als Masuch het bij één keer laat, die keuze is wel te verdedigen. De primaire functie van Springdance is immers een podium te bieden aan actuele ontwikkelingen in de hedendaagse dans. Klassiekers en reprises zijn dan in feite Fremdkörper.

Heel anders ligt dat voor een gerenommeerd repertoiregezelschap dat zijn vijftigste verjaardag viert, zoals het Nederlands Dans Theater. In 1959 maakte deze groep zich los van het Nederlands Ballet (later Het Nationale Ballet) en begon men onbekommerd te experimenteren met stijlen, genres en technieken. Grootheden van de Amerikaanse moderne dans werden naar het gezelschap gehaald en artistiek leider Jirí Kylián wist in de jaren tachtig en negentig smaakmakers als Mats Ek, Ohad Naharin en William Forsythe naar Den Haag te lokken. Het repertoire van NDT is een imposante opsomming van beroemde namen.

Des te vreemder is het dat NDT in het jubileumseizoen zelf maar zo weinig van die rijke geschiedenis laat zien: op twee ‘Kyliáns-oude-stijl’ na alleen relatief recent werk. Hans van Manen, die het NDT in de jaren zestig samen met Glen Tetley wereldberoemd maakte, is slechts met één stuk vertegenwoordigd – bizar.

Dat de viering van het vijftigjarig bestaan toch een historisch tintje krijgt, is te danken aan het Holland Dance Festival (28 oktober-15 november). Daarin is wel hoofdzakelijk het resultaat, niet de geschiedenis, van vijftig jaar NDT te zien: wereldwijd zijn er gezelschappen die onder leiding van ex-NDT’ers werk maken in de geest van het NDT.

Het is daarom niet ondenkbaar dat Introdans het ultieme NDT-jubileumprogramma presenteert, met de herinstudering van twee mijlpalen uit het NDT-verleden: Anna Sokolovs Rooms (1955) en De Anatomische Les (1964) van Glen Tetley.

    • Francine van der Wiel