In mijn zaak zijn alle kwalen kind aan huis

Bart Moeyaert: Graz. Querido, 102 blz. € 17,95

Ooit wilde Bart Moeyaert boswachter worden. Of dierenarts. Hij dacht althans dat hij zoiets moest willen. Dat maakte hij op uit de boeken die hij als kind verslond. In de praktijk werd hij iemand die zich, al schrijvend, graag verdiepte in mensen, steden en gebouwen. Een tijdlang was hij stadsdichter van Antwerpen, tot februari 2008. Zijn nieuwe novelle, Graz, lijkt te zijn ingegeven door heimwee naar dat stadsdichterschap. Met veel aandacht beschrijft hij de straten en monumenten van de middeleeuwse binnenstad van Graz. Over de berg die zomaar in het centrum oprijst, merkt hij op dat hij ‘op grote voeten de stad is binnengelopen en zijn hakken maar tegen elkaar hoeft te klikken en hij maakt een huis met de grond gelijk’.

Toch kan je, in weerwil van de titel, het Oostenrijkse Graz, aan de voet van de Alpen, ook weer niet de hoofdpersoon noemen. De stad vormt het schilderachtige decor van het fragmentarische, tijdloos aandoende levensverhaal van Herman Eichler, een door Moeyaert verzonnen apotheker. Een vreugdeloze figuur, zo blijkt, die zijn sobere dagen in eenzaamheid slijt, op het contact met zijn klanten na. Af en toe voert hij een gesprek met zijn overleden moeder. Of denkt hij terug aan zijn heerszuchtige vader. Wat is er aan de hand? Is hij misbruikt in zijn jeugd? Lijdt hij aan fobieën? Is hij lichtjes autistisch? Zijn klanten dient hij naar behoren van advies, maar hij weet niet wat hij met zichzelf aanmoet. ‘Zelf ben ik bang van pijn’, denkt hij, ‘maar in mijn zaak zijn alle kwalen kind aan huis, in het bijzonder de langdurige. Ik detecteer, ik analyseer.’

Zijn enige vertier: een wandeling door Graz in de avonduren. Tijdens zo’n wandeling ziet hij een meisje in een vreemde houding op straat liggen. Een verkeersongeluk, mogelijk fataal. Ze wordt afgevoerd met een ambulance. Hij is ontzet door deze gebeurtenis die zich zomaar voor zijn deur heeft kunnen voltrekken. ‘Een leven verandert in een vingerknip’, stelt hij vast. Tweede schok: het meisje op straat blijkt een jongensnaam te hebben en een jongen te zijn. Het ongeluk houdt hem dag en nacht bezig.

Dan beginnen we te vermoeden hoe het zit: het zou hier wel eens om verdrongen homoseksualiteit kunnen gaan. Andere elementen uit het verhaal voltooien dat beeld: beschroomde masturbatiescènes, een passant die hem uitscheldt voor ‘bruinwerker’ en een vriendin die hem romans laat lezen van James Baldwin, E.M. Forster en Christopher Isherwood. Citaten daaruit vinden we in het boek terug.

Een man op leeftijd komt uit de kast, zo laat zich deze novelle samenvatten. Met als apotheose een ontmaagding in een nachtelijk park. Een opzienbarend verhaal kan je het niet noemen. En misschien zelfs hier en daar wel een beetje saai. De vrolijke toets die we van Moeyaert zo goed kennen, ontbreekt hier. Toch zit er ook een mooie en ontroerende kant aan het verhaal. Moeyaert besloot ooit na een leesjeugd uit de vele mogelijkheden die het leven bood er één te kiezen. Zijn hoofdpersoon doet het juist andersom: hij ontsnapt aan de verstarring van zijn isolement door te gaan lezen. Zo ontdekt hij dat hij maar een van velen is, tot zijn opluchting, en dus geen reddeloos geval.

Met kleine subtiele verschuivingen weet Moeyaert het aanvankelijk loodzware verhaal in steeds lichtere banen te leiden. Een dooie pier komt, onder invloed van zijn leeservaringen, langzaam maar zeker tot leven. En dan blijkt hij zelfs tot vriendschap in staat – en tot, wie weet, nog inniger contacten.

    • Janet Luis