HEITJE VOOR EEN KARWEITJE

HEITJE VOOR EEN KARWEITJE Rintje illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

Het is vakantie, dus kunnen Tobias en Henriette vandaag bij Rintje gaan spelen.

Als ze aanbellen doet Rintje open.

“Is er iets naars gebeurd?” vraagt Tobias. “Je kijkt zo boos.”

“Nee,’ zegt Rintje. “Ik kijk niet boos, ik kijk serieus. Dat hoort zo, want ik ga naar mijn werk. Gaan jullie mee?”

“Het is toch vakantie?” zeggen Tobias en Henriette tegelijk.

“Voor jullie misschien, maar ik heb werk te doen” zegt Rintje. “Mijn oma heeft me op het idee gebracht. Heitje voor een karweitje, noemt ze het.”

‘Wat is een heitje?” vraagt Tobias.

“Dat was vroeger een muntje, om mee te betalen,” zegt Rintje. “Het is de bedoeling dat je een klusje voor iemand doet, de tuin harken bijvoorbeeld, en daarvoor krijg je dan geld voor je spaarpot!”

“Geld voor je spaarpot?” zegt Henriette. “Dat wil ik ook wel!”

“Kom dan maar met me mee,” zegt Rintje.

Met z’n drieën lopen ze de straat in. “We bellen gewoon ergens aan,” zegt Rintje. “En dan vragen we of we een klusje kunnen doen.”

Bij de eerste deur doet mevrouw Poedel open.

“Heeft u een heitje voor een karweitje?” vraagt Rintje.

“Dat heb je zeker van je oma geleerd,” lacht mevrouw Poedel. “Ik heb wel wat hoor, wacht maar even.” Ze komt terug met een grote stapel oude kranten. “Als jullie deze naar de papierbak brengen, geef ik jullie alle drie iets voor in je spaarpot.”

Als ze de oude kranten hebben weggebracht en hun muntjes hebben ontvangen bellen ze aan bij de volgende deur. Er wordt niet open gedaan.

“Bel nog maar een keer,’ zegt Henriette. Rintje drukt heel hard op de bel, en na een hele tijd gaat de deur open op een kiertje.

Een hele oude hond steekt zijn snuit naar buiten. Op zijn neus staat een grote bril.

“Wie is daar?” vraagt hij.

“Heeft u een heitje voor een karweitje?” vraagt Rintje.

“Beeft er een bijtje zo in het weitje?” zegt de oude hond. “Ik begrijp je niet zo goed, ik ben heel doof. Kan je iets harder praten?”

“Heeft u een heitje voor een karweitje?” schreeuwt Rintje zo hard hij kan.

“Ach, wat aardig,” zegt de oude hond. “Nee, hoor. Maar komen jullie even binnen voor de gezelligheid.”

“Heeft u een klusje?” roept Henriette.

“Nee, “ zegt de oude hond, “maar ik zit hier de hele dag alleen. Dus als jullie een tijdje met me willen praten, help je me ook. Dat is ook een soort karweitje.”

Rintje, Henriette en Tobias zitten een hele tijd te praten met de oude hond. Ze vertellen hem over hun school en avonturen., En de oude hond vertelt over vroeger.

“Nu moeten jullie weer naar je volgende karweitje,” zegt hij dan. ‘Hier hebben jullie wat voor jullie spaarpot.”

“Dat was eigenlijk helemaal geen werk,” zegt Tobias als ze weer buiten staan.

“Ik vond die verhalen over vroeger juist heel leuk,” zegt Henriette.

“We gaan gewoon morgen weer langs,’ zegt Rintje. “En dan hoeven we geen heitje.”