Google B goed

Google heeft erg veel geluk gehad, vindt Randall Stross.

Het bedrijf verdient zo veel met advertenties dat het zich ook missers kan permitteren.

Tegenover de Google-ode van Jarvis staat een meer kritische beschouwing van Randall Stross. Deze columnist van The New York Times schreef Planet Google - hoe één bedrijf alle kennis wil managen. De Nederlandse vertaling is net uit.

Stross heeft bewondering voor de torenhoge ambities en de snelle groei van Google. Maar hij vlakt de factor geluk niet uit. Google heeft – tot aan de huidige crisis – geen noemenswaardige dip in de advertentie-inkomsten gehad, of een calamiteit die het web minder open maakt dan Google zou willen.

Googles drang naar openheid heeft volgens Stross z’n grenzen. Niet iedereen vindt het leuk dat zijn voordeur op internet te zien is via Streetview. Niet iedereen kan ermee leven dat zijn mail gescand wordt op bruikbare termen voor advertenties. Niet elke uitgever stond te juichen toen Google boeken ging digitaliseren. Hetzelfde geldt voor de tv-zenders die hun programma’s terugvonden op YouTube.

En Google is – daar is zelfs Jeff Jarvis het mee eens– hypocriet. Het bedrijf bepleit openheid alom, maar is beperkt transparant over zijn eigen toekomstplannen of de manier waarop het geld verdient. Daarnaast roept Googles standpunt ten aanzien van censuur vragen op: het bedrijf stemde in 2006 met een gecensureerde versie van de Chinese zoekmachine.

Niet alles wat Google aanraakt verandert in goud. Uitgerekend op het gebied van sociale netwerken lijkt het bedrijf de boot te missen. Het meest populaire netwerk is Facebook, met 200 miljoen gebruikers en een vrij gesloten structuur. Facebook trekt personeel aan van Google en heeft een nauwe band met Microsoft, Googles belangrijkste concurrent.

In tegenstelling tot wat Jarvis beweert is Google niet helemaal crisisbestendig. Het bedrijf heeft zijn advertentieomzet afgelopen kwartaal voor het eerst zien dalen en ontslaat zelfs personeel. Maar Google is wel gezond in vergelijking met de financiële sector, de auto-industrie, of traditionele mediabedrijven. Microsofts jaaromzet (60 miljard dollar in 2008) is ook altijd nog ongeveer drie keer zo groot als die van Google (22 miljard).

Maar Google is rijk genoeg om bedrijven te kopen als het zelf niet de techniek in huis heeft. Zo zou er nu belangstelling zijn voor Twitter, het sociale netwerk dat gebaseerd is op korte, sms-achtige boodschappen. In het verleden kocht Google al Keyhole, het bedrijfje achter de kaartdiensten.

YouTube werd in 2006 voor 1,65 miljard dollar overgenomen omdat het veel populairder was dan Googles eigen videodienst. Nu, tweeënhalf jaar later, maakt YouTube nog steeds geen winst. Dat druist in tegen de ‘gratis’ en ‘open’-pleidooi van Jarvis. Maar zolang Google nog miljarden verdient met advertenties bij de gewone zoekresultaten, hoeft Generation G zich geen zorgen te maken.