Gek

In de dertiende druk van Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal volgt op het lemma ‘gek’ een artikel van bijna twee kolommen; een van de langste op de bijna 4500 pagina’s. Een bewijs dat dit woord een belangrijke functie in onze communicatie heeft. De grondbetekenis is: ‘van het verstand beroofd, synoniem krankzinnig.’ Dan volgt een reeks uitdrukkingen. Hij is gek op zijn kinderen, gek als een deur, al te goed is buurmans gek, voor gek staan. En: doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Daarmee werden en worden misschien nog wel kinderen, pubers en ook grote mensen gemaand als ze zich een of ander uitzonderlijk gedrag veroorloven. De formule van het vaderlandse conformisme.

Ik was op zoek naar twee andere uitdrukkingen: Gekker moet het niet worden, en Dit is te gek voor woorden. Daarmee wil je zeggen dat de grenzen van je incasseringsvermogen zijn bereikt en dat je hierna sprakeloos bent. Je hoort het steeds meer, op straat, in gesprekken, ze zijn langzamerhand tot standaardzegswijzen van de eigentijdse conversatie geworden. De dertiende druk van Van Dale, 1999, heeft ze niet. Het Hedendaags Nederlands in mijn computer evenmin. Misschien de veertiende druk die in 2005 is verschenen. Maar wanneer vernieuw je tegenwoordig nog een woordenboek? Ik heb de vijfde druk, geërfd, één deel in een leren band, verschenen in 1914. Een goudmijn van woorden die in onbruik zijn geraakt. Maar is de taal tussen 1999 en 2005 zo radicaal veranderd dat je daar drie nieuwe delen voor nodig hebt? Ik red me wel met internet.

Dus op Google ingetikt: Het moet niet gekker worden. En zoals je dat van deze wonderzoekmachine gewend bent: ik werd op mijn wenken bediend, klikte op wat me het meestbelovend leek: Het Moet Nie Gekker Worre. Daar trof ik een filmpje van een dronkenmanshospartij, een zingend en dansend, de armen boven het hoofd zwaaiend en ritmisch door de knieën zakkend gezelschap, dat daarbij bekken trok en scheel keek.

Volgende fase van het onderzoek: Te gek voor woorden. Deze formule is een paar jaar geleden door Jan Marijnissen bedacht. De context wordt niet vermeld, maar ik las een stroom van snedigheden en gevatheden, het commentaar van de bloggers. Ook Loesje die ik nog van de aanplakbiljetjes ken was aanwezig.

De twee uitdrukkingen waarover het hier gaat, hebben een logische volgorde. Eerst het moet niet gekker worden. Dat stadium valt nog te beschrijven. Het gaat meestal over bestuurlijke wantoestanden, onbegrijpelijke vrijlatingen, dubbele bonussen van failliete directeuren, recordfiles, de absurditeiten van ons postmoderne leven. En dan komen de toestanden die iedere beschrijving tarten: te gek voor woorden. Vreselijke misdaden, onwaarschijnlijke oplichterijen, seksuele gruwelen van het genre Fritzl, dat soort zaken. De verbijstering valt te begrijpen. Maar dan komt de omslag. Het gevoel voor humor laat zich gelden. Als ik een wetenschappelijke studie zou schrijven, zou ik een paar voorbeelden geven, maar dat doe ik in de slijpsteen niet.

Je kunt wel een theorie opzetten, met de strekking dat de mensen zich tegen het nieuws over die diepste treurigheden willen verweren. Met hun gevoel voor humor, zwarte humor desnoods, proberen afstand te nemen. Maar daar geloof ik niet in. Eerder denk ik dat het een plezier in de platste grofheid is. Die is er altijd geweest, de literatuur geeft er krachtige voorbeelden van. Maar dan was het in ieder geval met talent opgeschreven. Freude am Stinken, noemde Nietzsche het. Door internet kan iedereen nu democratisch aan die lust toegeven en zijn prestaties wereldwijd verspreiden. Altijd gedekt door een schuilnaam.

    • H.J.A. Hofland