Folteren voor winst bij de verkiezingen

Relevante feiten over CIA- martelingen lagen al in 2004 op tafel. Nu pas veroorzaken ze een schandaal.

Hoe moet Obama met de nasleep omgaan?

Enkelboeien gebruikt op Guantanamo Bay door de CIA, december 2005. Foto AFP (FILES): This December 5, 2006 file photo shows leg restraints awaiting detaintees in a interview room at the new Camp V, styled after state-of-the-art US Federal Prisons, on the US Naval base at Guantanamo Bay, Cuba. US President Barack Obama on April 16, 2009 granted immunity to CIA officers involved in tough terror interrogations as he released graphic memos detailing harsh methods approved by ex-president George W. Bush. In the documents, Bush-era legal officials argued that such tactics that Obama has since disowned such as simulated drowning, facial slapping, the use of insects to scare prisoners and sleep deprivation did not amount to torture. AFP PHOTO / Files / Paul J. RICHARDS AFP

Het interessantste aspect van de martelmemo’s die ruim twee weken geleden door president Obama werden gepubliceerd, is dat ze weinig nieuws bevatten en toch een schandaal veroorzaakten. Het was natuurlijk schokkend te lezen dat Khalid Sheik Mohammed 183 keer werd onderworpen aan waterboarding, de techniek waarbij verdrinking wordt gesimuleerd, en Abu Zubaydah 83 keer. De rups in de kooi van Zubaydah, die naar verluidt lijdt aan insectenfobie, voegde een element van farce toe aan een loodzwaar relaas.

Volgens Mark Danner, hoogleraar aan de universiteit van Berkeley en Bard College die het marteldossier als geen ander beheerst, lagen de relevante feiten al in 2004 op tafel, maar zowel de Republikeinen als de Democraten waren jarenlang bedreven in het wegkijken. De Republikeinen steunden de regering zolang het woord martelen maar niet viel. De Democraten waren tegen martelen, maar wisten dat het electorale zelfmoord was die bezwaren te uiten. Het was geen optie om de verkiezingen in te gaan als de partij die de rechten van Khalid Sheik Mohammed, de architect van 9/11, verdedigde.

Dat Amerikaans martelen nu toch tot politieke opwinding heeft geleid is het gevolg van de machtswisseling. Op de valreep van zijn eerste 100 dienstdagen durfde Obama het aan om de memo’s te publiceren, gesteund door een Democratische meerderheid in het Congres. Maar de reactie zal hem hebben verrast.

Wat heeft Obama te verliezen? Daarvoor moeten we bij Dick Cheney zijn. Als vicepresident was Cheney geobsedeerd door het uitwissen van sporen, maar onlangs wekte hij verbazing met een verzoek tot openbaarmaking van twee geheime CIA-rapporten. Cheney, die aan zijn memoires werkt en voor zijn reputatie vecht, heeft de documenten hard nodig. Ze moeten het bewijs leveren van zijn gelijk en vormen het fundament van wat hij en oud-president Bush zien als hun grootste succes: ze hielden het land ruim zeven jaar veilig. Uit de rapporten moet blijken dat de verhoormethoden effect sorteerden.

Volgens Danner praten de twee politieke partijen in het marteldebat dat nu is opgelaaid langs elkaar heen. De oude garde verdedigt zich met argumenten van nationale veiligheid. De nieuwe machthebbers zoeken de aanval met een beroep op ‘Amerikaanse waarden’, op het verlies aan prestige in het buitenland en de mogelijke radicalisering van moslims.

Danner laat er geen misverstand over bestaan dat hij aan de kant van Obama staat, maar over zijn positie maakt hij zich weinig illusies: Cheney mag dan impopulair zijn, zijn verhaal over het waarborgen van veiligheid vindt vooralsnog weerklank bij een groot deel van de bevolking.

Een populair verhaal dus, maar klopt het ook? Journaliste Jane Mayer beschrijft in haar The Dark Side de context waarin de martelmemo’s werden gepubliceerd. Hoofdrolspeler in de memo’s is Abu Zubaydah, in maart 2002 het eerste Al-Qaeda-kopstuk dat werd aangehouden. Zijn arrestatie leidde tot koortsachtig overleg in Washington. De CIA stond te popelen om hem te onderwerpen aan stress techniques, maar wilde daarvoor dekking van het Witte Huis. Medewerkers van Justitie publiceerden in augustus 2002 het eerste van vier memo’s op basis waarvan de CIA met Zubaydah aan de slag ging.

Na zijn aanhouding in Pakistan werd Zubaydah naar een zogeheten black site gevlogen, een geheime gevangenis in Thailand. Daar werd hij eerst op conventionele wijze ondervraagd door Ali Soufan, een in Libanon geboren Amerikaanse, en haar collega Steve Goudin. Beiden golden als experts: ze zaten al voor de terreuraanslagen van september 2001 op het spoor van Al-Qaeda.

Na de publicatie van het eerste martelmemo in augustus 2002 werden deze FBI-agenten afgelost door collega’s van de CIA. Of beter: door James Mitchell, een voormalige legerpsycholoog die als huurling door de geheime dienst werd ingeschakeld. Mitchell sprak geen Arabisch. Hij wist niets van het Midden-Oosten of Al-Qaeda. Maar hij was een specialist in wrede verhoormethodes. Volgens de martelmemo’s boekte hij resultaat: Zubaydah sloeg door. Maar juist dat werd vorige week weersproken door FBI-agente Soufan. Zubaydah praatte volgens haar honderduit toen hij aan haar conventionele techniek werd onderworpen. De methode van de huurlingen was volgens Soufan juist contraproductief: Zubaydah liet niets meer los. De in Thailand aanwezige CIA-agenten zouden haar mening hebben gedeeld, maar zij kregen van hogerhand de opdracht met de huurlingen mee te werken.

Waarom is het relaas van Mayer en Soufan zo belangrijk? Omdat het ‘de mystiek van het martelen’ doorprikt. Als ervaringsdeskundige vecht ze daarnaast nog twee conclusies uit de martelmemo’s aan: Zubaydah was niet degene die de CIA op het spoor bracht van Al-Qaeda-lid Ramzi bin al-Shibh of van dirty bomber José Padilla.

Haar getuigenis is niet meer dan een begin. Maar wanneer collegae van Soufan, alsmede soldaten en reservisten die bij het detentiebeleid waren betrokken haar versie bevestigen, kan over het marteldossier een ander verhaal worden verteld. De kern daarvan is dat het oorzakelijke verband tussen martelen en de veiligheid van Amerika wordt verbroken.

Over een ding laat Danner geen misverstand bestaan: bij de discussie over kosten en baten van folteren staat veel op het spel. Om te beginnen de rule of law. Het rechtsstelsel werd immers terzijde geschoven. In de ogen van Cheney was dat een klein offer: er moest een oorlog worden gewonnen.

En ook Obama moet zich zorgen maken. Na een eventuele nieuwe terreuraanslagaanslag op Amerikaans bodem zal hij moeten uitleggen waarom hij de gevangenis op Guantánamo Bay op termijn wil sluiten, waarom hij een einde maakte aan het bestaan van de black sites en waarom hij de wrede verhoormethoden terugdraaide. Verwijten van landverraad liggen dan op de loer.

Zie ook www.cia.gov

Jane Mayer: The Dark Side. The Inside Story of How the War on Terror Turned into a War on American Ideals. Doubleday, 392 blz. €25,-

Mark Danner: U.S. Torture. 2 essays in New York Review of Books, vol. 56, nr. 7 (30/4/09). €7,64