Engels voetbal flirt met wetenschap

De voetballers van Engelse clubs ogen fitter en atletischer dan die van andere clubs in Europa. Dat kan voor een deel worden verklaard door de wetenschappelijke aanpak.

Rotterdam, 1 mei. - Alweer drie Engelse clubs in de halve finale van de Champions League, Manchester United, Arsenal en Chelsea. Net als vorig jaar, toen Manchester United, Chelsea en Liverpool tot de beste vier van het Europese bekertoernooi doordrongen, met Manchester United als uiteindelijke winnaar. Wie het meeste geld heeft kan de beste spelers van de wereld kopen, zo lijkt het. Of is er meer aan de hand in het land dat doordrenkt is van voetbal?

Engelse clubs staan bol van buitenlands voetbaltalent, vooral betaald door Russisch, Aziatisch, Arabisch en Amerikaans kapitaal én dankzij de miljoeneninkomsten van televisierechten. Want geld is er nog steeds veel. De televisierechten blijven een belangrijke bron van inkomsten. Betaalzender BSkyB tekende afgelopen maand een contract voor volgend seizoen met de Premier League voor live-uitzendingen. Daarmee is 530 miljoen pond (bijna 600 miljoen euro) per seizoen gemoeid. Betaalzender Setanta betaalt 53 miljoen pond (bijna 60 miljoen euro) voor de overige live-uitzendingen. De BBC gaat 230 miljoen pond (ruim 250 miljoen euro) betalen voor samenvattingen.

In totaal vangt de Premier League in het volgende seizoen ruim 900 miljoen euro. Dat is ongeveer 44 miljoen (bijna 50 miljoen euro) per club per seizoen. En bijna 12 procent meer dan dit seizoen.

Met dat geld worden niet alleen de beste spelers gekocht. Alle clubs in de hoogste klassen van het Engelse voetbal investeren op dringend advies van de overheid in faciliteiten, wetenschappelijke begeleiding, jeugdacademies en sociale projecten. Daarnaast wordt veel geld gestoken in moderne trainingsmethoden, ondersteund door de laatste bevindingen op het gebied van video- en computeranalyses. Trainingscentra hebben veel weg van voetballaboratoria. Is daardoor de voorsprong van Engelse clubs op de rest van Europa te verklaren?

„De Engelse clubs zijn wat wetenschappelijke benadering betreft alle Europese clubs ver vooruit, zeker de Nederlandse. Spelers van Engelse clubs maken de fitste indruk”, zegt Foppe de Haan, verantwoordelijk voor de opleidingen bij de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) vol bewondering. „Elke club, van de top tot de tweede divisie, werkt samen met universiteiten. De meest geavanceerde computersystemen worden aangewend”, weet De Haan. „Van tactische tot fysieke en psychologische analyses.”

In het stadion van Manchester United hangen twaalf camera’s die het spel volgen, ook dat van de spelers die niet in het spel worden betrokken. Zo kun je posities, tactiek, maar ook motoriek, beweeglijkheid, het aantal sprints en de belasting van spelers registreren. Bij PSV en AZ zijn ze in Nederland goed met dergelijke technieken bezig, maar systemen zoals ProZone, Amisco en SAQ (Speed Agility Quickness) zijn voor Nederlandse clubs veel te duur: twee ton. De Haan: „Ik heb eens voorgesteld om het gezamenlijk, met alle Nederlandse clubs, aan te schaffen. Maar dat was een brug te ver.”

Dat beaamt de Engelse coach van FC Twente, Steve McClaren. Hij was in dienst van Manchester United, legde daar de basis voor computeranalyses en sportpsychologie. „Twente kan het beste systeem niet betalen. Wij werken nu met beperkte videohulpmiddelen. We hebben demonstraties laten doen door Engelsen. Maar het is een hele investering. AZ is dankzij Van Gaal al ver. Hesjes met ingebouwde chips tijdens de trainingen bijvoorbeeld.”

René Meulensteen is sinds acht jaar assistent van manager-coach Sir Alex Ferguson van Manchester United. Voorheen was Meulensteen techniektrainer, nu is hij gepromoveerd tot veldtrainer. „Hier hebben we alles. Van echt gras dat elke dag wordt onderhouden door de groundsmen, tot kunstgras, opblaashallen zo groot als een voetbalveld, krachthonken, zwembaden, computerruimtes voor spelers tot laboratoria waar alle fysieke en psychologische tests in een mum van tijd worden geanalyseerd en besproken.” Alle trainingscentra in Engeland zijn afgeschermd, vertelt Meulensteen, het is verboden terrein. „Daar wordt pure wetenschap bedreven.”

Aan de hand van die testen geeft hij trainingen. „We hebben een technisch-medische staf van achttien mensen. Van artsen en laboranten tot sportpsychologen.” Zijn belangrijkste taak is technische individuele trainingen. „Dat doe ik aan de hand van de Wiel Coerver-methode: kappen en draaien. Ik ben bezig met passeeroefeningen. Ook met Cristiano Ronaldo. Wij blijven naar perfectie streven. Ferguson houdt alles in de gaten. Die man leest veel over trainingsmethoden en psychologie. Wat kan een speler aan, hoe is zijn herstelvermogen. Hij maakt iedere speler beter.”

Henk Kraaijenhof, performance consultant en voormalig atletiektrainer, was eind jaren negentig betrokken bij de fysiologische begeleiding van de Italiaanse topclub Juventus. Hij ziet van afstand de snelle ontwikkeling in het Engelse voetbal, dat tot voor tien jaar nog als ouderwets werd bestempeld. „Engeland heeft een enorme inhaalslag gemaakt. Ik kwam laatst Marco Cardinale tegen, een fysioloog met wie ik bij Juventus werkte. Hij is nu in Engeland werkzaam, bij het olympisch comité en voor Chelsea, met vibratiesystemen voor spierontwikkeling en blessureherstel.”

Alles kan in Engeland, zegt Kraaijenhof. „In Nederland zijn ze blijven hangen in de successen van 1988, toen ons land Europees kampioen, en van Ajax in de jaren negentig. Talent en inzicht in tactiek zijn niet meer voldoende. Mensen ontwikkelen zich in fysieke en psychische zin. Daar zijn middelen voor, daar wordt wereldwijd onderzoek naar gedaan. In Engeland is iedereen geïnteresseerd.”

Teleurgesteld kijkt Gertjan Verbeek terug op zijn periode bij Feyenoord, waar hij deze winter als hoofdcoach werd ontslagen. Een half jaar was hij in dienst, te kort om zijn bevindingen met trainingssystemen en herstellend vermogen door te voeren. Hij werd weggehoond door de spelers.

„Engeland is mijn beloofde land”, zegt Verbeek terugkijkend. „Daar kan alles. IJsbaden bij min 25 graden om te herstellen – het gebeurt daar na elke wedstrijd. Na elke duel kunnen ze zien wat spelers hebben gedaan, hoeveel en hoever ze hebben gesprint, hoe hoog de hartslag is en waarom ze geblesseerd raken.”

Verbeek: „In Nederland wordt lacherig gedaan over sportpsychologie. In Engeland wordt het uiterst serieus genomen.” De Engelse overheid heeft alle clubs verplicht een bepaald percentage van het budget ter beschikking te stellen aan trainingsfaciliteiten, wetenschappelijk onderzoek en jeugdopleiding, aanleg van trainingsvelden, computeranalyses, psychologie en inrichting van stadions. De Engelse voetbalbond stelde een coördinator aan voor sportpsychologen in dienst van de clubs.

„Een paar jaar geleden was het Milan Lab van AC Milan het voorbeeld”, weet Verbeek. „Nu is dat Engeland. Daar wordt niet met geld gesmeten, daar wordt gewoon verantwoord omgegaan met sport en met sportende mensen.”

http://www.guardian.co.uk/football/chalkboards

    • Guus van Holland